Elke pil is te traceren

Welke arts welk medicijn voorschrijft en hoe dat werkt, staat bij ziekenhuisgroep Santeon sinds kort in een databank. Dure (kanker)medicijnen worden nu efficiënter gebruikt. En de gegevens zijn interessant voor de farma-industrie.

Een geneesmiddel tegen kanker kost al gauw 5.000 euro per maand per patiënt. Sommige behandelingen tegen kanker kosten in totaal 150.000 euro per patiënt. Tot voor kort konden ziekenhuizen de rekening voor dit soort dure geneesmiddelen naar de zorgverzekeraars sturen, maar nu moeten ze die zelf betalen. Daarvoor hebben ze wel een budget gekregen maar dit mag elk jaar 1 procent groeien – net als de rest van zorguitgaven. In de praktijk schieten de uitgaven voor deze geneesmiddelen echter 10 tot 15 procent per jaar omhoog. „Dure geneesmiddelen zijn het koekoeksjong van de begroting”, zegt Hans Feenstra, bestuurder bij ziekenhuisgroep Santeon.

Dat koekoeksjong zal alleen maar sneller uitdijen, is de verwachting. Nederland geeft ongeveer 1,5 miljard euro uit aan middelen voor Medische Specialistische Zorg (MSZ), zoals de dure geneesmiddelen formeel heten. Ruwweg de helft daarvan wordt besteed aan geneesmiddelen voor kanker en de andere helft aan middelen voor bijvoorbeeld reuma. Alleen al de uitgaven aan kankermedicijnen zullen dit jaar zo’n 300 miljoen euro hoger zijn dan in 2014, schatte een onderzoekscommissie van KWF Kankerbestrijding onlangs.

De prijzen van dure geneesmiddelen stijgen zo snel, dat zelfs rijke landen als Nederland die nauwelijks nog kunnen betalen. Het Zorginstituut Nederland adviseerde onlangs om nivolumab, een middel voor een uitgezaaide, bijzondere soort longkanker, niet te vergoeden omdat de kosten niet zouden opwegen tegen de winst in gezonde levensmaanden. Minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) neemt daarover binnenkort een besluit en kondigde een notitie over dure geneesmiddelen aan.

Dure geneesmiddelen zijn een „hot thema”, zegt bestuurder Hans Feenstra (portefeuillehouder farmacie) van Santeon. Ook voor de ziekenhuisgroep, waarbij zes ziekenhuizen zijn aangesloten. Die behandelen vele duizenden patiënten met kanker, zegt Feenstra. „Onze ziekenhuizen zijn groot in de Big Four van de kankers.” Dat zijn darmkanker, longkanker, huidkanker en borstkanker (vrouwen) dan wel prostaatkanker (mannen).

Patiënten tot in detail volgen

Om greep te krijgen op de uitgaven aan dure middelen heeft Santeon de eigen ‘whizkids’ een database laten bouwen met daarin alle voorgeschreven middelen van zijn ziekenhuizen, per soort ziekte en per arts. „We kunnen heel precies zien in welk ziekenhuis en zelfs door welke dokters de behandeling het meest effectief en efficiënt gebeurt. Zo kunnen we het succes en de doelmatigheid van de behandeling en inzet van geneesmiddelen goed meten en onderling vergelijken. We kijken naar de gezondheidswinst voor de patiënt en we gaan meten of kwaliteit van leven echt verbetert.”

Hoe zie je dat een arts doelmatig is in vergelijking met een collega? „Doordat je precies ziet gedurende welke periode een patiënt de behandeling krijgt, van eerste diagnose tot het moment dat de behandeling stopt [bij genezing of overlijden]”, zegt Mathieu Tjoeng, bij Santeon de hoogst verantwoordelijke voor de inkoop van medicijnen.

Dat maakt het mogelijk om geneesmiddelen doelmatiger te gebruiken. Bijvoorbeeld de zogeheten tnf-alfa-remmers, kostbare ontstekingsremmers die onder meer worden gebruikt bij reuma. „Die middelen schrijven we met tussenpozen voor. Het effect is dan even goed als wanneer iemand het middel de hele tijd gebruikt, maar kost dus minder geld”, zegt Feenstra. „Over dat soort dingen overleggen we met onze dokters, en dat kan ook doordat we de effecten van verschillende behandelingen kunnen zien in de database.”

De database is een potentiële goudmijn, dankzij alle details over de behandeling met medicijnen van duizenden patiënten, gedurende maanden en soms jaren. Voor farmaceutische bedrijven is die informatie zeer interessant bij de ontwikkeling van nieuwe medicijnen. Die worden op veiligheid en werkzaamheid getest met klinische studies in beperkte patiëntengroepen. Pas na de introductie wordt in de praktijk duidelijk hoeveel patiënten baat hebben bij een medicijn en zelfs dat komt vaak onvolledig en gebrekkig in beeld.

Die gebreken worden steeds navranter door de revolutionaire veranderingen in het kankeronderzoek. Middelen worden steeds minder ontwikkeld voor een bepaald type kanker en veel meer op grond van een bepaald werkingsmechanisme dat bij meerdere kankers gebruikt kan worden maar dan wel bij een deel van de patiënten. Zo krijgen patiënten met een bepaalde vorm van longkanker nivolumab en er is een gerede kans dat het ook werkt voor bepaalde mensen met nierkanker of maagkanker – afhankelijk van hun genetische aanleg.

„Met het nieuwe type medicijn wil je weten wie van de vijf patiënten die ene is die echt goed reageert op de medicatie”, zegt Tjoeng. Dat zouden fabrikanten kunnen achterhalen als ze een grote groep patiënten tot in detail zouden kunnen volgen, bijvoorbeeld in de databank van Santeon. Tjoeng: „Zij investeren nu pakweg een miljard in een geneesmiddel en weten eigenlijk niet hoe snel ze dit zullen terugverdienen.”

Informatie in ruil voor korting

Dus zullen ze wel willen betalen voor informatie uit de database, verwachten de bestuurders van Santeon – wellicht door een korting te geven op de geneesmiddelen. Santeon heeft nog geen overleg gehad met een fabrikant over samenwerking. „De vraag is nu: met welke farmaceuten gaan we afspraken maken?” zegt Feenstra. Hij formuleert alvast een voorwaarde: „Wij blijven eigenaar van onze data.” De privacy van patiënten is gewaarborgd: onderzoekers kunnen voor een specifieke onderzoeksvraag een selectie uit de anonieme gegevens krijgen.

Begeeft Santeon zich zo op de markt van de acht academische ziekenhuizen, die veel onderzoek doen voor farmaceutische bedrijven? Niet echt, vindt Tjoeng: „Bij academische ziekenhuizen gaat het om veel kleinere populaties, bijvoorbeeld voor melanoom.” Feenstra vult aan: „Academische ziekenhuizen zijn goed in fundamenteel onderzoek. Wat wij doen en willen doen is toegepast onderzoek.”

Santeon hoopt dat hun voorbeeld wordt gevolgd door andere ziekenhuizen, die een grote rol krijgen in de behandeling van kanker. Voor de behandeling met nivolumab zijn twaalf ziekenhuizen geselecteerd, waaronder de academische. „Maar het gaat straks om zulke grote patiëntenaantallen, dat kun je niet alleen in academische ziekenhuizen doen”, zegt Feenstra. „Je zult toe moeten naar dertig, veertig ziekenhuizen die dit soort middelen gaan gebruiken.”

‘Prijzen zijn nergens meer te betalen’

Die zouden dan net als Santeon hun data moeten verzamelen en de conclusies tonen aan de buitenwereld. Tjoeng: „Als Nederland een netwerk bouwt om toepassingen van geneesmiddelen in praktijk beter te bekijken, dan is dat uniek in de wereld. We hebben dan een natuurlijke populatie waarmee bewijs over de effectiviteit van geneesmiddelen verzameld kan worden.”

Santeon heeft nog niet overlegd met collega-ziekenhuizen, zegt Feenstra: „We zijn de afgelopen twee jaar druk bezig geweest onze eigen database te bouwen.”

Het verzamelen en uitwisselen van behandelgegevens is ook van belang voor de maatschappelijke discussie over de prijs van medicijnen, vindt Santeon. Tjoeng: „Als alles met patiënten en dokters in data is vastgelegd, kun je de discussie over wat een geneesmiddel waard is veel beter voeren.” Willen de farmaceutische bedrijven dat bijvoorbeeld wel? Ja, denkt Feenstra: „De farmacie denkt na over een nieuwe manier van beprijzing, want het is duidelijk dat er een einde moet komen aan het maximaliseren van de shareholders value. Nergens ter wereld kunnen ze de prijzen nog betalen.”