El Onderdeurtje legt het af tegen de Winter Lady

Prrr, prrr... Sean Penn; The Hateful Eight; het Avalanche Quartet; Frederique Spigt; Pim Kops.

Foto Pim Kops

De achterlijkste zin in het veelbesproken Rolling Stone-interview dat Sean Penn maakte met de Mexicaanse drugscrimineel Joaquín Guzmán, alias El Chapo (‘Het Onderdeurtje’), is niet van El Chapo maar van Sean Penn. „El Chapo is in de eerste plaats een zakenman”, observeert de acteur, „en neemt slechts zijn toevlucht tot geweld als hij dat voordelig acht voor hemzelf of voor zijn zakelijke belangen.”

Alsof geweld logisch is, als een zakenman zijn werk goed doet. Dat opent perspectieven voor zakenlieden als John de Mol of Roel Pieper.

Intussen herhaal ik maar even wat iedereen kan weten, Sean Penn voorop: El Onderdeurtje staat aan het hoofd van de wreedste, moorddadigste maffiaclan ter wereld.

Die Sean. Heeft zeven uur gepraat met een notoire topcrimineel (dat benadrukt Rolling Stone, bij wijze van kwaliteitsgarantie. Zeven uur? Maak van uw visite geen logeerpartij, zou ik zeggen). En wat leveren die zeven uur op? Prrr, prrr... Macho geeft kopjes aan crimineel.

En het erge is, ik vind Sean Penn zo’n geweldige acteur. Ja, ik weet dat een goeie kunstenaar niet vanzelfsprekend verstandig is, of edel, of zelfs maar sympathiek. En wat Penn betreft zie ik me zelfs gedwongen op zijn minst te overwegen dat júíst dat aanschurken tegen ’s werelds slechteriken hem zo goed die woedende weekdieren laat spelen. In Mystic River. In 21 Grams. In Carlito’s Way. Alles overwegende is een Penn-boycot voor mij geen optie.

Is iemand een goede kunstenaar, dan ga ik op een holletje zijn werk bekijken. Dus húp naar The Hateful Eight van Quentin Tarantino. Waar iedereen afschuwelijk is (zie de titel). Waar geweld glamorous is, maar nooit wordt goedgepraat (opletten, Sean Penn). Waar Jennifer Jason Leigh (let op haar, ze is sterk!) een outlaw neerzet die one of the boys is – en niettemin het mikpunt blijft van collectieve vrouwenhaat. Met een slotscène die ik voor me houd, maar die met terugwerkende kracht deze film bevordert tot een analyse van seksisme.

Het Avalanche Quartet bestaat omdat ze de songs van Leonard Cohen willen zingen. En ze treden weer op en vanavond hebben we mazzel want Frederique Spigt zingt mee. Nu vertolkt ze haar vertaling van de Cohen-song Winter Lady (I’m just a station on your way / I know I’m not your lover). Om het metrum recht te doen bedacht ze het fantastische woord „visgraatvlecht” – waarvoor we haar niet genoeg kunnen danken.

Maar nu Pim Kops. Zware man, links op het podium. Terwijl de rest van de band de show steelt, zit hij bescheiden heel goeie muziek te maken. Hij doet de toetsen en soms de snaren. Hij roffelt op een slagwerkding dat hij ook als krukje gebruikt. Hij speelt aanbiddelijk op de trekharmonica.

En hij fotografeert. Kort voor ik naar dit concert ging, bekeek ik een boek met zijn foto’s: Amsterdam, met de stad als de Winter Lady. Versluierd in de regen, in de sneeuw, In de mist. Bevroren. In de schemer, met kleuren die bij elkaar schuilen, maar Kops zag wat lichtjes en die bevorderde hij tot gouden accenten. Pling! Plong! Zzzzng...

Zijn dit muzikale foto’s? Ja. Of nee, het zit andersom, Pim Kops musiceert zoals hij fotografeert. Dwarrelig. Kalm. Ontdekker van de sneeuw die bloesem is, kijk maar. Onthuller van onvermoede noten in een bekende song, luister maar.