Recht & Onrecht

De Togacolumn: Wie veel schulden heeft, gaat onlogisch denken

Soms lijken mensen met financiële problemen passief. Iets simpels als op tijd voor een zitting komen, reageren op een schriftelijke vraag, solliciteren, het is sommigen ogenschijnlijk al teveel moeite. Het lijkt goed hen daar op af te rekenen, maar dat is niet altijd terecht. Stress, of het veroorzaakt wordt door gebrek aan tijd geld of liefde, leidt tot tunnelvisie en korte termijn denken. Onlogische keuzes zijn het gevolg, zoals niet naar een schuldsaneringszitting komen, jezelf niet verzekeren voor ziektekosten terwijl je juist daar wel verstandig aan zou doen. Een goede overheid houdt bij het ontwerpen van regelingen rekening met dit irrationele gedrag.

Ondernemingen kunnen dezelfde stressverschijnselen vertonen. Faillissementen worden vaak laat en soms te laat aangevraagd. Het valt ondernemers zwaar afscheid te nemen van dat waar ze al die jaren hun energie in hebben gestoken. Het probleem hing vaak al langer in de lucht, maar een radicale koerswending is makkelijker gezegd dan gedaan. Een goede bedrijfsadviseur stuurt hier wel op aan. Het nog “in the money zijn”, het nog opties hebben, verhoogt namelijk overduidelijk de kans op een succesvolle reorganisatie of doorstart na een faillissement. Met de rug tegen de muur een faillissement aanvragen is het minst wenselijk, ook vanuit het oogpunt van bestuurdersaansprakelijkheid. Schuldeisers kunnen namelijk niet oneindig in de onterechte waan worden gehouden dat betaling volgt.

Eergisteren deed de voorzitter van de CNV Maurice Limmen een oproep tot het houden van een parlementaire enquête, naar aanleiding van recente grote faillissementen in de zorg en retail. De ondertoon van deze oproep was dat er vast nog genoeg andere opties waren geweest en dat dus sprake zou zijn van misbruik van faillissementsrecht ten koste van de werknemers. De tijd zal leren of deze argusogen terecht zijn, maar er blijkt niet uit van enig besef dat de meeste faillissementsaanvragen niet lichtvaardig worden gedaan en eerder te laat dan te vroeg.

Door dit wantrouwen van deze werknemersorganisatie lijkt bovendien de verschijningsvorm, een faillissement, meer aandacht te krijgen dan de oorzaak. Hans Kamps, oud-Kroonlid van de SER, noemt dit het verdwijnende midden. Het traditionele middensegment aan werkgelegenheid wordt op het oog weg geautomatiseerd en geconcurreerd door opkomende economieën, waardoor ook langzamerhand het politiek midden verdwijnt. Hoog en laagopgeleid komt tegen over elkaar te staan, verliezers tegenover winnaars en het modale gezin staat (daardoor) meer en meer onder (financiële) druk. De echte uitdaging voor de maatschappij is hoe hier mee om te gaan.

De Amerikaanse cabaretier Louis CK stelt de vraag “Have you ever been so broke that the bank charges you money for not having money?”. Grappig, maar in de gezondheidszorg reëel. Er is een steeds groter aantal mensen met een betalingsachterstanden bij hun zorgverzekeraar. In 2014 waren dit er 600.000 waarvan het grootste deel met een achterstand van zes maanden of meer. De overheid denkt dat dergelijke alarmerende aantallen kunnen worden voorkomen door het opleggen van een bestuurlijke premie van 30 procent bij achterstanden van zes maanden of meer. Premie is hierbij overigens eufemisme voor een boete en de incasso daarvan is opgedragen aan jawel het Centraal Justitieel Incassobureau.

In deze benadering zijn dit rationele burgers die betalingsonwillig zijn en daarom niet te vertrouwen. Minister Schippers noemde oktober 2015 het grote aantal wanbetalers dan ook “een hardnekkig probleem” en vond het onacceptabel als mensen zich aan hun verplichtingen onttrekken. “Het net zou zich om hen heen moeten sluiten”. Een positieve uitleg van deze uitspraak zou kunnen zijn dat de minister optimistisch is en nog opties ziet voor al deze burgers. Vandaar dat je ze dan als groep argwanend mag bejegenen. Je zou ook kunnen zeggen dat hiermee een volslagen gebrek aan begrip wat armoede met de logica van mensen doet wordt geëtaleerd.

Erik Boerma is insolventierechter bij de rechtbank Oost-Brabant. De Togacolumn wordt wekelijks geschreven door een rechter, een advocaat en een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie.

 

 

 

Blogger

Erik Boerma

Erik Boerma studeerde rechten in Amsterdam. Hij werd rechter in 2000 bij de rechtbank Oost-Brabant. Hij behandelt sinds 2003 als insolventierechter vooral schuldsaneringen en faillissementen. Daarnaast is hij als projectleider Toezicht betrokken bij het digitale innovatieprogramma KEI van de rechtspraak.