De ruzie is voorbij: het kostte 1,3 miljoen

Jaren was er ruzie in het Brabantse Ulicoten. Boeren wilden uitbreiden, bewoners wilden natuur behouden. Nu is er een compromis. Een voorbeeld voor Nederland?

Zicht op de kerk van Ulicoten, ten westen van Baarle-Nassau.

De vrede is getekend. „Tien jaar lang verdriet, angst en boosheid zijn voorbij”, zei bemiddelaar Erica Bijl vorige week in het dorpshuis, waar onder haar leiding een convenant werd getekend tussen de strijdende boeren en burgers van Ulicoten, een dorp bij Baarle-Nassau, dicht bij de Belgische grens. Samen hebben de eerder zo onverzoenlijke partijen een biertje gedronken.

Het beslechten van de ruzie is een leerzame kwestie in het debat over de toekomst van de intensieve veehouderij. „Dit akkoord kan een teken zijn voor de rest van Brabant”, aldus gedeputeerde Anne-Marie Spierings (D66). Wethouder Jan van Cranenbroek (CDA) van Baarle-Nassau: „De hakken stonden diep in het zand. Van elkaar iets gunnen was geen sprake. Dit convenant is een voorbeeld van de participatiemaatschappij.”

Nog niet eens zo heel lang geleden gold Ulicoten als een pastorale idylle. Er lagen tien boerenbedrijven aan de Dorpsstraat. Naast de kerk graasden de koeien. Vervolgens rukte de vooruitgang op. De pastorie staat leeg en wordt verkocht. Er komt vermoedelijk een zorgcentrum. De boeren kregen een melkrobot of gingen grote aantallen varkens houden en produceerden meer stank en ammoniak, en er kwamen meer burgers die daarover gingen klagen. De boeren moesten verhuizen. En daarover werden andere bewoners weer kwaad. Het woord megastallen viel.

Bemiddelaar Erica Bijl van adviesbureau DLV pakte twee jaar geleden de telefoon en vroeg de kwaaie boeren en de woedende burgers of er toch gepraat kon worden. Ze heeft tweehonderd gesprekken gevoerd, vrijwel allemaal met de mensen apart. Enkele gezamenlijke bijeenkomsten verliepen emotioneel. „Mensen liep boos weg.” Na „heel veel diplomatie” kwam er „begrip voor elkaars positie” en kon de bemiddelaar zelfs een stapje terug doen. „Toen gingen de mensen zich zelf verantwoordelijk voelen voor een oplossing. Dat is mooi.”

Zeurmens

De conflicten begonnen eigenlijk al meer dan tien jaar geleden. Accountant en natuurliefhebber Sonja Borsboom had een landhuis gekocht in het buitengebied, en ontdekte daarna pas dat de provincie de weilanden en akkers in haar directe omgeving had aangemerkt als landbouwontwikkelingsgebied, voor vestiging van bedrijven die in het dorp zelf niet langer gewenst waren. Zo zou in het dorp ruimte vrijkomen voor een nieuw wijkje met huizen waar vooral jongeren en jonge gezinnen uit Ulicoten naar snakken. Zonder zulke huizen lopen dorpen leeg.

De grootse plannen met het gebied werden stilgehouden. „Er stond niets in het bestemmingsplan”, zegt Sonja Borsboom, zelf niet uit Ulicoten afkomstig. Ze werd zo kwaad dat zij ging procederen tegen wat zij omschrijft als „megastallen”: drie bedrijven, elk 2,5 hectare groot. Ze streed tegen de veehouderij in heel Brabant. Ze richtte de actiegroep Burgerinitiatief Megastallen Néé op, en haalde tienduizenden handtekeningen op.

„Dat vechten voor het belang van anderen was leuk om te doen. Vechten voor mezelf was moeilijker. Ik moest aanvankelijk in m’n eentje strijden tegen drie boeren en hun families, en tegen juristen van gemeente en provincie. Als ik weer eens moest inspreken bij de gemeenteraad, zag je de anderen denken: daar heb je dat zeurmens weer.”

Onder dreiging van juridische procedures, waarvan Borsboom en haar medestrijders er veel wonnen, zijn de afgelopen twee jaar scenario’s bedacht om zowel boeren als omwonenden tevreden te stellen. Ziehier de uitkomst. Eén familie liet de aanspraak op het nieuwe terrein vallen en nam genoegen met een financiële vergoeding en een bedrijf voor tweehonderd melkkoeien elders buiten het dorp. Een andere boer aan wie de locatie was beloofd, blijft eveneens uit de buurt van Borsboom en koopt voor zijn vleesvarkens, met geld van de provincie, een bedrijf in het naburige Alphen. Een derde familie, van Rudi Adams en vrouw Monique Prinsen, verhuist wél naar het gebied, om daar drie stallen te bouwen voor zeshonderd vleeskalveren en dertigduizend scharrelende slachtkuikens. Anderhalve hectare groot.

‘Je ziet de natuur wegglijden’

Dat iedereen na het akkoord nu juichend door het dorp loopt, is wat veel gezegd. „De ontwikkelingen in het dorp hebben twaalf jaar stil gestaan”, zeggen Rudi Adams en zijn vrouw aan de keukentafel van hun bedrijf aan de Dorpsstraat. Ze zijn „blij” dat er schot in de zaak zit en dat vermoedelijk na de zomervakantie de bouw van hun nieuwe bedrijf kan beginnen.

De vertraging heeft de leefbaarheid van het dorp geen goed gedaan. Monique Prinsen haalt de klassenlijsten van de basisschool erbij. De aantallen zijn gekelderd, er zitten nog maar 65 kinderen op. „Zonder die vertraging was hier een nieuwe wijk gebouwd met 24 huizen. Zeg nou eens dat er per huis één kind zou zijn geboren. Dan had de school ineens 30 procent meer kinderen gehad.”

Het verenigingsleven is moeilijk te handhaven. Enkele actievelingen organiseren elk jaar Sinterklaas, carnaval en Koningsdag. Maar veel winkels zijn er niet meer. En de voetbalclub is gefuseerd, onlangs. Om te voetballen moet je een dorp verder fietsen.

De actievoerende omwonenden wekken evenmin een uitgelaten indruk. Sonja Borsboom zegt „bevrijd” te zijn van de „dodelijk vermoeiende” strijd. „Als andere mensen naar het strand gingen, zat ik op zolder juridische stukken te lezen.” Maar dat ruim een miljoen euro gemeenschapsgeld gaat naar een bedrijfstak die wat haar betreft ten dode is opgeschreven en milieu en natuur ook nog grote schade toebrengt, is toch „een beschamende vertoning”, zei ze bij de ondertekening van het convenant, voor een volle zaal dorpsgenoten. „Je ziet de natuur in dit gebied onder je vingers wegglijden.”

Rudi Adams rijdt langs de kippenstallen die hij verspreid over Ulicoten heeft gehuurd, en langs het gebied waar straks zijn nieuwe stallen staan. „We zijn in een verkeerde discussie terechtgekomen”, vertelt hij onderweg. „Het ging ineens over megastallen. Terwijl ik juist klein wil blijven. Ik wil helemaal niet mega worden. Ik ga hier straks niks anders doen dan wat ik nu doe.” En de opvatting dat je als agrarisch gezinsbedrijf wel moet groeien om het hoofd boven water te houden? „Nergens voor nodig”, zegt Adams. „Je moet die verhalen niet geloven.”

Hij leeft liever ontspannen. Schiet in de lach om de drukte die anderen soms maken. Wijst naar het huis van een toekomstige buurman, die zijn honderden meters strekkende uitzicht wilde behouden, en voor wiens woongenot Adams straks een strook groen openlaat, tussen zijn stallen en een nieuw aan te planten bos met eiken. „Speciaal voor hem.” Hij begint te lachen, je zou bijna zeggen als een boer met kiespijn.

Er is lang gezocht naar een alternatieve locatie voor de familie Adams, en toen dat niet lukte, heeft dat de onderhandelingen lang gefrustreerd. „Uiteindelijk hebben we toch ingestemd”, zegt Sonja Borsboom. Mits het bedrijf zou worden „ingepast”.

Een laatste netelig punt was de wens van de familie Adams om een kersenboomgaard te planten. Sonja Borsboom: „Ja, dat lijkt heel mooi, maar in werkelijkheid staan er veel stellages om de bomen en worden er doeken overheen gelegd. Dat ziet er echt niet uit!”

Ze herinnert zich dat ze ’s nachts wakker werd met de oplossing: laat Adams een bos planten in plaats van een kersenboomgaard. „Ik heb hem gebeld en hij heeft hier koffie gedronken. We waren snel klaar.” Rudi Adams: „Ik wilde een boomgaard. Dat mocht niet. Ze wilden een bos. Toen dacht ik: hebben jullie het dáárvoor nou al die jaren tegengehouden?” De eiken in het bos moeten wel „inheems” zijn. Dus geen Amerikaanse eik? „Nee!” grinnikt hij. Tijdens de ondertekening van het convenant zei hij, in antwoord op de vraag of hij blij was met het convenant: „Sonja is altijd boos. Ik ben altijd blij.” Wat vond Sonja Borsboom van die opmerking? Ze schudt het hoofd. „Ik ben de gelukkigste mens op aarde.”