De angstgegner van de mannen

Ze is de enige vrouw in het deelnemersveld op het NK driebanden. Een semiprof, die in het café werkt om haar sport te bekostigen.

Biljart heeft het moeilijk in Nederland, merkt Therese Klompenhouwer: „Als het zo doorgaat sterft de sport uit.”Foto Merlijn Doomernik

Hier begon het, in de zaak van haar ouders, café Princesse op het Plein in Nijkerk. In de woning erboven werd Therese Klompenhouwer geboren, op haar vierde biljart ze voor het eerst in het café. Staand op een stoofje kon ze met de keu net boven de tafel uitkomen en de bal wegstoten. Zeven jaar was ze toen ze haar eerste officiële wedstrijd speelde, zegt vader Ron. „Tegen een jongen, ik weet bijna zeker dat ze won.”

Dit jaar bestaat het café tachtig jaar, de derde generatie runt de zaak nu. ‘Tapvergunning A. Klompenhouwer’ staat op een bordje naast de deur – het initiaal van oprichter Aalte Klompenhouwer, de overgrootvader van Therese. Het is het klassieke verhaal van een topbiljarter, groot geworden in het biljartcafé van de familie.

Therese Klompenhouwer: 33 jaar, regerend wereldkampioen driebanden bij de vrouwen, sinds 2010 nummer één van de wereld, spektakelspeelster en angstgegner van mannelijke opponenten. Vanaf donderdag doet ze mee bij het Nederlands kampioenschap driebanden in Berlicum. Ze is de enige vrouw in het deelnemersveld, voor het vijfde jaar op rij.

Spelen tegen mannen, ze is het gewend. Als meisje nam ze het op tegen jongens. Ze moest wel, er waren geen andere meisjes die aan biljarten deden. In het begin kwam er kritiek, tegenstanders vonden dat mannen en vrouwen in wedstrijdverband gescheiden moesten blijven.

Nu wordt ze voor vol aangezien. Ze won twee keer van de Belgische grootheid Raymond Ceulemans, de 23-voudig wereldkampioen driebanden die op 78-jarige leeftijd nog altijd speelt. En afgelopen zomer versloeg ze de nummer vijf van de wereld, de Turk Tayfun Tasdemir.

Ze zit in haar rijtjeshuis in Nijkerk, dichtbij Amersfoort. Ze valt op met haar uiterlijk – twee oorbellen links, twee rechts, een wenkbrauwpiercing, haar zwarte haar recht omhoog. „Ik ben wel een vrouw, maar geen dame, geen tutje.”

Ze laat haar tatoeage op haar linkerarm zien, ‘wereldkampioen biljarten driebanden’, staat er in het Spaans. Ze liet het in 2014 tatoeëren, nadat ze wereldkampioen was geworden. Rijk wordt ze er niet van. Prijzengeld ontving ze niet na de wereldtitel. Ze is semiprofessional en werkt nog regelmatig in de keuken van Princesse, bij haar vader. Geld verdienen, om reizen naar buitenlandse toernooien te bekostigen.

Ze speelt veel. 122 officiële wedstrijden in 2015. Bijna alles wijkt voor haar sport, ze is veel avonden en weekenden weg. „Ik ben best egoïstisch”, zegt ze. „Biljarten gaat 99 van de 100 keer vóór andere dingen.” Feestjes, vakanties, een avond uit – daar is nauwelijks tijd voor. Kinderen? „Wil ik niet, ook vanwege het biljarten, maar ik heb ook nooit een kinderwens gehad.”

Een jaar geleden verbrak Klompenhouwer haar relatie, haar veeleisende biljartcarrière was een van de redenen dat het misging. „We groeiden op een gegeven moment uit elkaar.” Ze heeft sinds een half jaar een nieuwe vriendin. „We zien elkaar weinig. Zij werkt overdag, ik veel ’s avonds. Ik moet wat veranderen om het te laten werken.”

Biljarten vergt veel concentratie, het is een precisiesport. „Het is wiskunde”, zegt Klompenhouwer. „Je hoeft maar iets te veel effect te geven en het gaat mis.” Mentale stabiliteit is van belang. Klompenhouwer is van nature vrij driftig en druk, daarom zocht ze een paar jaar terug hulp bij een sportpsycholoog. „Voetballers kunnen ook wel eens vloeken, maar die lopen weer door. Wij missen een bal, gaan zitten en hebben vijf minuten om na te denken wat er verkeerd is gedaan. Dan is het de kunst om in je hoofd rustig te blijven, om het te vergeten.”

Ademhalingsoefeningen

De psycholoog hielp haar met ademhalingsoefeningen en leerde haar beter om te gaan met spanning – op wedstrijddagen lukte het haar niet te ontbijten. Ook werden haar slaapproblemen aangepakt. „Ik slaap slecht tijdens toernooien, ik herspeel mijn wedstrijden. Ik lig te malen. Dan denk ik: het eerste wat ik morgen ga doen is de ballen spelen die ik gemist heb.” De sessies hadden effect, ze komt nu makkelijker in slaap, haar drift is getemd.

Biljart heeft het moeilijk in Nederland. Het aantal bondsleden daalde naar 28.500, zo’n twintig jaar geleden waren het er nog bijna 40.000, al was er vorig jaar voor het eerst weer een lichte stijging. Klompenhouwer ziet het ook bij de biljartvereniging in het café van haar vader: in 1999 hadden ze nog 120 leden, nu 18. „Er is geen jeugd meer, als het zo doorgaat sterft de sport uit.”

Ze heeft wel ideeën om de sport te vernieuwen. Vrouwen die in minirokje spelen? „Nee, dat werkt niet. Er zijn ook niet zo veel sexy vrouwen in het biljart, zoals je wel bij het hockey ziet.” De sport moet sneller worden, vindt ze „En het publiek moet herrie kunnen maken, zoals bij darts. Als ik een mooie bal maak, moeten ze op de banken staan. Luchthoorn erbij. Als ze tijdens het stoten maar wat kalmer zijn.”