‘1 op de 20 tot 1 op de 30 allochtonen verdacht van zedendelict’

Dat zei politiek commentator Sywert van Lienden dinsdag bij De Wereld Draait Door.

Het station van Keulen, een week na de massale aanrandingen tijdens Oud en Nieuw. Foto Wolfgang Rattay/Reuters

De aanleiding

Wat is de rol van politie en media in de berichtgeving van massale aanrandingen in Keulen en Zweden? Bij De Wereld Draait Door zat dinsdag politiek commentator Sywert van Lienden aan tafel. Hij zei dat „tussen 1 op de 20 en 1 op de 30 allochtonen” verdacht zijn van zedendelicten. „Als je het hebt over de 200.000 migranten die Diederik Samsom hier naar binnen wil laten, heb je het dus over 10.000 zedendelinquenten.”

Waar is het op gebaseerd?

Van Lienden baseerde zich op een rapport uit 2008 van criminologen Anton van Wijk en Arjan Blokland. Daarin werd gekeken naar alle verdachten van misdrijven die door de politie werden geregistreerd in 2005. De politie noteert daarbij ook geslacht, leeftijd, nationaliteit en etniciteit (bepaald door het geboorteland van de ouders). De onderzoekers deelden 4.241 zedenverdachten in naar etniciteit.

En, klopt het?

Dit was „helaas niet zuiver”, zeggen de onderzoekers zelf in een reactie. „Op basis van onze gegevens is niet te stellen dat bij een instroom van 200.000 migranten er 10.000 zedendelinquenten meekomen. Dat gebeurde helaas wel in DWDD.”

Hoe dat kon? Er staan twee grafieken vlak na elkaar in het rapport, en Van Lienden haalde ze door elkaar. In de eerste staat het totaal aantal verdachten per 10.000 inwoners, uitgesplitst naar etnische groepering, in de tweede gebeurt dat met het aantal zedenverdachten per 10.000 inwoners. Uit de eerste grafiek blijkt dat Antillianen 5 keer zo vaak en Surinamers en Marokkanen ongeveer 3,5 keer zo vaak verdachte zijn van een misdrijf dan autochtone Nederlanders. Oftewel: 1 op de 20 (Antillianen) tot 1 op de 30 (Marokkanen en Surinamers).

Maar dat gaat dus niet over zedenzaken. Die staan gespecificeerd in de tweede grafiek. Daaruit blijkt dat 1 op de 370 Antillianen verdachte was in een zedenzaak. Op flinke afstand volgen andere groepen: Surinamers, Marokkanen en mensen uit het Midden-Oosten ongeveer 1 op de 650, ‘overig Afrika’ 1 op de 770 en Turken 1 op de 1000.

Dat maakt ook het extrapoleren van Van Lienden, naar 10.000 op 200.000 vluchtelingen, onjuist. Los van het feit dat hij de uitschieter neemt (Antillianen) en die gelijkstelt aan Syrische en Afghaanse vluchtelingen, en dat er een verschil is tussen verdachten en delinquenten, klopt de rekensom dus niet. Wel een aantal noemen is erg lastig, maar het zal op basis van het onderzoek eerder 300 zijn dan 10.000. Onder 200.000 autochtone Nederlanders bevinden zich dan ongeveer 80 zedenverdachten.

Conclusie

Sywert van Lienden had de verkeerde grafiek bekeken toen hij bij DWDD zei dat „tussen 1 op de 20 en 1 op de 30 allochtonen” verdacht zijn van zedendelicten, en dat extrapoleerde naar 10.000 van de 200.000 vluchtelingen. Het zijn er, volgens het onderzoek dat hij aanhaalde, tussen de 1 op de 370 (onder Antillianen) en 1 op de 650 (Suriname, Marokko en Midden-Oosten). De uitspraak is onwaar.