VS in de ban van jackpot van $ 1.500.000.000

De kans om de megaprijs te winnen is 1 op 292 miljoen. Toch zijn veel Amerikanen overtuigd dat juist zij de jackpot gaan winnen.

Het zijn gouden tijden voor Seung Kim. Hij is eigenaar van Patron Convenience Store, een winkeltje in Anacostia, een verpauperde wijk in het oosten van Washington. Kim verkoopt drank, snoep en loten. Normaal is het rustig op dinsdagochtend, maar kijk nu eens! Vijf mensen staan in de rij voor de kassa, en het is nog vroeg. „Morgen wordt het nog veel drukker, dan staan ze aan het einde van de winkel.”

Powerball, daar komen de klanten allemaal voor. Tienduizenden loten verwacht Kim te verkopen voor deze populaire loterij, waarvan de trekking vannacht is. Omdat het winnende lot al sinds november niet is gevallen, is het jackpotbedrag gestegen naar anderhalf miljard dollar, zo’n 1,3 miljard euro, het hoogste jackpotbedrag dat ooit in de VS is uitgekeerd. De kans om te winnen is verwaarloosbaar klein: één op 292 miljoen. Maar dat maakt niemand iets uit. De Powerball-manie heeft toegeslagen.

Een bezoekje aan Patron Convenience Store laat zien waarom. Sean Isaac, een jonge man, koopt tien loten. Ze kosten twee dollar per stuk. „Als je niet meedoet, en je hoort dat het winnende lot hier is verkocht, dan vergeef je het jezelf nooit meer”, zegt hij. Winkelier Seung Kim heeft een sterk verkoopargument: Powerball is hier al eens gewonnen.

De hele dag ziet Isaac op televisie niets anders dan Powerball. Wat is je geluksgetal? Maak je meer kans als je in tien verschillende winkels één lot koopt, of tien loten in één winkel? Hoe gaat het met de vorige winnaar? Dat soort onderwerpen.

Rationeel is een loterij natuurlijk onzin. De kans dat een Amerikaan uit een hoge hoed met alle Amerikanen net zijn eigen naam trekt, is ongeveer net zo groot. Daarom moet er een illusie worden gevoed. „De industrie wekt de indruk dat mensen een loterij kunnen beïnvloeden”, zegt Sam Skolnik, die onderzoek deed naar de gokindustrie voor zijn boek High Stakes.

Prefab-verhaaltjes voor de lokale televisiezenders over winnaars en geluksgetallen spelen daar een belangrijke rol bij. Die verhalen zijn allegorieën van de Amerikaanse Droom: iedereen kan succesvol zijn. Er komt een dag dat de kansen keren. Ze voeden het typisch Amerikaanse optimisme dat iedereen in de wachtkamer zit voor een beter leven.

Volgens Sam Skolnik wordt gokken sterk aangemoedigd door de overheid. Powerball is deels in handen van de 36 staten die de loterij organiseren, en over de prijzen wordt bovendien flinke belasting betaald. Omdat de inkomsten de laatste jaren terugliepen, maakten de staten het een stuk moeilijker Powerball te winnen. Maar het effect is omgekeerd: er doen meer mensen mee dan ooit. Amerikanen geven 70 miljard dollar per jaar aan loterijen uit. Skolnik: „Je kunt het zien als een belasting voor de armen, omdat zij veel meer aan loterijen uitgeven dan de rijken.”