Van Lienden heeft spijt van ‘uitglijder’ bij DWDD - onderzoekers reageren

Screenshot DWDD

Politiek commentator Sywert van Lienden heeft spijt van zijn ‘uitglijder’ gisteravond in De wereld draait door (DWDD), waarin hij een onderzoek over de etnische achtergrond van criminelen verkeerd samenvatte. Van Lienden zei in het tv-programma dat “één op de twintig allochtonen” wordt verdacht van een zedendelict, en er kwam dus “een golf” van “tienduizend zedendelinquenten” aan, als Nederland tweehonderdduizend vluchtelingen zou binnenlaten. Van Lienden:

“Ik heb een fout gemaakt, dat was kwalijk, en it won’t happen again. Ik heb twee tabellen omgewisseld. Dat is dom en heel vervelend, zeker bij zo’n onderwerp.”

In DWDD werd gepraat over de geruchtmakende zedenzaken in Keulen en Zweden, waar groepen allochtonen op de openbare weg vrouwen hadden aangerand. Volgens de gasten bij DWDD zouden politici en de media dit soort ‘ongemakkelijke waarheden’ verdoezelen. Van Lienden verwees naar het onderzoek ‘Zedendelinquentie en etniciteit’ (pdf). Maar hij had een verkeerd cijfer geëxtrapoleerd. Op Twitter en in blogs werd Van Lienden scherp terecht gewezen over zijn feitelijke onjuistheden.

‘Het was een tocht over glad ijs’

In het onderzoek, gepubliceerd in het tijdschrift Mens en maatschappij in 2008 en gedaan op basis van politiegegevens uit 2005, stellen criminologen Anton van Wijk en Arjan Blokland dat onder mannelijke zedenverdachten vooral – en in die volgorde – Antillianen, Surinamers, personen uit het Midden-Oosten, Marokkanen en ‘overige Afrikanen’ zijn oververtegenwoordigd. Het aantal zedenverdachten per 10.000 inwoners onder Antillianen was in 2005 ruim zes keer zo hoog als onder Nederlanders. Voor de overige genoemde etnische groepen was het drie à vier keer zo hoog als onder autochtone Nederlanders. Van de 4.241 mannelijke zedenverdachten in 2005, die in het onderzoek zijn gebruikt, waren er 2.580 autochtone Nederlanders.

Van Liendens cijfer (“één op de twintig allochtonen”) valt niet uit het onderzoek af te leiden. Hij doelt waarschijnlijk op een tabel met de totale misdaadcijfers. Daarin staat dat één op de twintig Antillianen in 2005 verdacht werd van een misdrijf. En één op de 667 inwoners afkomstig uit het Midden-Oosten werd verdacht van een zedendelict.

Van Lienden, een 25-jarige Amsterdamse student politicologie: “Wat blijft staan is dat migranten zijn oververtegenwoordigd in de misdaadcijfers. En dat er een open debat moet worden gevoerd over de negatieve aspecten van migratie, zoals een bepaald type criminaliteit.” Zelf noemde hij de uitzending na afloop al “een tocht over glad ijs”. Volgens Van Lienden heeft hij DWDD geadviseerd om wetenschappers te vragen om iets te zeggen over islam en seksualiteit. Maar de redactie wilde liever dat hij zelf kwam.

Update 16.38 uur: Dieuwke Wynia, hoofdredacteur van DWDD reageert per mail:

“Gisteren was uiteindelijk de beste optie om onder anderen Sywert uit te nodigen, een van onze vaste opiniërende commentatoren. Deze commentatoren horen, net als in jullie krant, ook zeer bij de actualiteit.”

Hij kreeg geen weerwoord

Van Lienden kreeg in de uitzending geen weerwoord of kritische vraag over zijn uitlating.

“Ik zit daar min of meer als columnist, dus ik wil hiervoor de volle verantwoordelijkheid nemen. Het is gewoon ingewikkeld om je als opiniemaker in dit mijnenveld te begeven.”

Dat Van Lienden dinsdag als niet-deskundige zijn licht liet schijnen over het verband tussen etniciteit en zedendelicten, is trouwens niet uitzonderlijk. NRC deed vorig jaar onderzoek naar gasten in praatprogramma’s. Toen bleek dat de meest gevraagde gezichten in die programma’s geen wetenschappers of politici zijn, maar cabaretiers en journalisten. Zij kunnen goed vertellen, hebben een duidelijke mening, en garanderen goede tv, is de gedachte. Bovendien willen redacties liever bekende gezichten: 40 procent van alle optredens in talkshows werd in 2014 gedaan door een gast die dat jaar al eerder te zien was. Bij DWDD is dat zelfs bijna de helft (48 procent).

Reactie onderzoekers

Van Wijk en Blokland, de wetenschappers achter het aangehaalde onderzoek, hebben vanavond een verklaring gestuurd over de uitzending.

“In de uitzending van DWDD van dinsdag 13 januari j.l. werd ons onderzoek uit 2008 aangehaald en tegen de achtergrond van de recente gebeurtenissen in Keulen en Stockholm betrokken in het debat over de komst van migranten. Dat gebeurde helaas niet zuiver.

In het betreffende onderzoek hebben wij op basis van politiecijfers uit 2005 bekeken in welke mate personen met een Nederlandse en personen met een niet-Nederlandse achtergrond in Nederland in aanraking komen met de politie vanwege een (zeden)misdrijf, rekening houdend met hun aandeel in de bevolking. We vonden dat bepaalde allochtone groepen in verhouding vaker dan autochtone Nederlanders in aanraking kwamen met de politie. Die verhouding is uitdrukt in het aantal verdachten per 10.000 inwoners. Antillianen komen dan bijvoorbeeld 6,7 maal vaker voor dan autochtone Nederlanders bij de politie wegens een zedenmisdrijf, Marokkanen iets meer dan drie keer vaker en inwoners met ouders uit Indonesië of West-Europese landen juist minder vaak dan autochtone Nederlanders. Het aantal geregistreerde autochtone zedenverdachten in ons onderzoek bedraagt 4 per 10.000. Voor Antillianen – de meest oververtegenwoordigde groep in ons onderzoek - is dit 26,8 per 10.000. Ook zijn er groepen die vaker als verdachte van specifiek een zedenmisdrijf worden aangemerkt dan van andere misdrijven. Personen met een Midden-Oosten achtergrond bijvoorbeeld zijn in ons onderzoek sterker oververtegenwoordigd onder de zedenverdachten (3,8 maal vaker), dan binnen de algemene verdachtenpopulatie (2,5 maal vaker).

Op basis van onze gegevens is niet te stellen dat bij een instroom van 200.000 migranten er 10.000 zedendelinquenten meekomen – dit zou immers neerkomen op 500 per 10.000. Dat gebeurde helaas wel in DWDD. Bovendien zijn de cijfers uit ons onderzoek direct toegepast in een andere context dan die van het onderzoek. Personen met een niet-Nederlandse achtergrond werden in ons onderzoek volgens de gangbare CBS-praktijk gedefinieerd als personen die zelf, of van wie tenminste één ouder in het buitenland was geboren. Het betreft hier dus zowel eerste- als tweedegeneratieallochtonen, van wie bovendien slechts een klein deel als vluchteling naar Nederland is gekomen.

Een andere groep derhalve dan de groep die nu als asielzoeker naar het Westen komt. In het huidige publieke debat wordt de culturele achtergrond van de daders en de daarmee samenhangende opvattingen over vrouwen en seksualiteit als verklaring naar voren gebracht voor wat er in Keulen en andere steden is gebeurd. Deze redenering wordt gelogenstraft door onze bevinding dat het overgrote deel van de personen ongeacht hun culturele achtergrond niet wordt verdacht van een zedendelict. Wat de oververtegenwoordiging van bepaalde herkomstgroepen in de populatie zedenverdachten wél verklaart kon in onze studie niet worden onderzocht. In het algemeen leert de criminologie ons echter dat crimineel gedrag zelden tot nooit het gevolg is van één alles-verklarende factor. Ook bij zedendelicten spelen diverse factoren zoals man-vrouwbeelden, groepsdynamiek, de anonimiteit van de situatie, de aanwezigheid van kwetsbare slachtoffers, alcohol- en drugsgebruik en psychiatrische stoornissen een mogelijke rol. Het ontrafelen van deze ingewikkelde kwestie is een uitdaging voor de wetenschap. De uitdaging voor het publieke debat is niet in zwart-wittermen te denken.”

Update 19.55 uur: Van Lienden terug in DWDD

Ter rectificatie liet DWDD woensdagavond eerst Van Lienden openlijk zijn excuses maken, om daarna het woord te geven aan een echte deskundige, Leo Lucassen, Hoogleraar Migratiegeschiedenis aan de Universiteit van Leiden. Deze stelde dat je criminele allochtonen niet moest vergelijken met de gemiddelde Nederlandse bevolking, maar met “Nederlanders met een soortgelijke achtergrond” (laag opgeleide, jonge mannen). Dan viel het volgens hem wel mee met de oververtegenwoordiging van allochtonen in de criminaliteit. Volgens Van Lienden – die zichzelf schertsend ‘een rekenwonder noemde’ – was zo’n correctie op sociale klasse een vorm van “wegredeneren”. Lucassen: “Het is niet zo dat wetenschappers wegmasseren. Zo’n correctie is niet omdat je wil wegkijken, maar omdat je het wil begrijpen.”