Plofdodo

Niemand vindt het leuk om dik genoemd te worden. Ook de dodo waarschijnlijk niet. Het gewicht van die reuzenduif jojoot al jaren, maar hoe zit het nou precies?

Een dodoskelet in het Natural History Museum in Londen, dat is opgebouwd uit verschillende dodo’s van ongeveer 1.000 jaar oud. Foto ANP

De dodo woog ongeveer evenveel als een volwassen zwaan: zo’n 11 à 14 kilo. Dat is zwaar voor een duif, maar niet zo enorm als sommige afbeeldingen en beschrijvingen van dodo’s in reisverslagen suggereren.

Britse onderzoekers berekenden het gewicht van de dodo op basis van CT-scans van drie dodoskeletten. Maandag verscheen hun artikel in PeerJ. „Dit is een elegante berekening, een grote verbetering ten opzichte van eerdere schattingen”, zegt Hanneke Meijer, vogelpaleontoloog bij de Universiteit van Bergen in Noorwegen.

De dodo (Raphus cucullatus) is een uitgestorven reuzenduif die op Mauritius leefde, een klein eilandje ten oosten van Madagaskar. De dodo kon niet vliegen, maar dat was nooit een probleem. Het eiland was onbewoond en er leefden geen roofdieren.

Dat veranderde toen de VOC het aan het begin van de zeventiende eeuw als bevoorradingstation in gebruik nam. Ze kapten het regenwoud en namen ratten en varkens mee die de nesten van dodo’s leegroofden. Honderd jaar later was de dodo uitgestorven.

Er wordt vaak gezegd dat Hollandse zeelui de dodo’s hebben opgegeten, maar dat klopt niet. Dodovlees zou vreselijk hebben gesmaakt: de bijnaam van de dodo was ‘walghvogel’. Zeevaarders aten liever het vlees van Mauritiaanse reuzenschildpadden (ook uitgestorven).

Voor dodo-onderzoekers is het frustrerend dat de vreemde duif uitstierf vlak voordat de moderne wetenschap tot bloei kwam. Alles wat er van het gedrag en uiterlijk bekend is, komt uit reisverslagen en van prenten. Daarin werd de dodo afgebeeld als loopvogel met een plomp lijf, kromme snavel en ielige vleugeltjes. Maar wat de dodo at, hoe zijn roep klonk of hoe oud hij kon worden, weten we niet.

Het is zelfs onduidelijk wanneer de dodo precies is uitgestorven. De laatste betrouwbare vermelding van een levende dodo stamt uit 1647.

Vet en rond

Over het gewicht van de dodo was al even weinig bekend als over de rest van het beest. Het was dodokenners al wel opgevallen dat de dodo op oudere tekeningen slanker wordt voorgesteld dan op latere prenten. De zeventiende-eeuwse Brit Thomas Herbert is een van de weinigen die het gewicht beschreef. In een verslag van een van zijn reizen uit 1626 schreef hij over de dodo: „Haar lijf is vet en rond, weinig wegen er minder dan 50 pond [22,7 kilo].”

De eerste schattingen uit de jaren negentig lagen tussen de 12 en 29 kilo. Voor deze onderzoeken werden fysieke modellen van dodo’s ondergedompeld in een bad water. In 2011 bepaalden Franse onderzoekers het gewicht aan de hand van de lengte van het dijbeen. Zij kwamen uit op een extreem slanke dodo, met een gewicht van ongeveer tien kilo. Maar het dijbeen is een ongelukkige keuze. Als loopvogel had de dodo afwijkende achterpoten. Bovendien geeft de doorsnede van het dijbeen een betere indruk van het gewicht van een beest dan de lengte ervan.

De Britten omzeilden dat probleem door complete CT-scans te maken van drie complete skeletten die in Edinburgh en Londen bewaard worden. Ze bepaalden het volume van het skelet door de botten in een dun digitaal laagje te wikkelen. ‘De krimpfoliemethode’, noemen ze dit zelf.

Bevroren karkassen

Dit digitale skelet vergeleken ze vervolgens met de scans van bevroren karkassen van twintig duivensoorten. Omdat van elke duif ook het gewicht bekend was, konden de onderzoekers zo een schatting maken van het gewicht van de dodo.

De kleinste duif in het onderzoek was een jufferduif, een duifje van 70 gram. De imposante waaierduif was met 2 kilo de zwaarste duif in het onderzoek. En de dodo? Tussen de 11 en 14 kilo, becijferden de Britten.

Het principe achter hun berekening is prima, maar toch zitten er een paar haken en ogen aan, zegt Hanneke Meijer. „De skeletten die ze scanden, zijn samengesteld: ze bestaan uit de botten van meerdere beesten”, zegt ze aan de telefoon. „De verhoudingen tussen de botten kunnen dus afwijken van de werkelijkheid.” Meijer werkt zelf aan de beschrijving van het dodoskelet van één individu.

De beste vogels om een dodo mee te vergelijken zijn eigenlijk geen duiven, maar andere eilandvogels die het vliegen verleerd zijn, zoals de kakapo of Galápagos-aalscholver. Helaas staan die vogels zelf op het randje van uitsterven. Hun karkassen zijn haast even zeldzaam als dodoskeletten.