‘Ons album is een experiment in leegte’

Op hun vierde album ‘O’ klinkt De Staat toegankelijker dan ooit. De geluidsdichtheid is minder hoog. „De muziek is meer gaan ademen.”

De Staat: „We zijn nu meer een echte band en we zijn oneindig veel soepeler gaan spelen.” Foto Andreas Terlaak

‘Hier was het”, wijst Torre Florim. „De eerste plek waar ik ooit uitging. Dáár stond de deejay en in deze ruimte danste ik me voor het eerst helemaal suf op drum-’n’-bassmuziek. Zoals we deden toen we vijftien waren.” We bevinden ons op heilige grond: de voormalige kleine zaal van het gebouw waar tot voor kort het Nijmeegse muziekcentrum Doornroosje was gevestigd. De Staat, de band waarvan Torre (30) de zanger en gitarist is, heeft er een rijke historie. Ze speelden er hun eerste optredens, presenteerden er hun albums en groeiden er op, eerst als bezoekers, daarna als muzikanten die zelf de grote zaal uitverkochten.

Nu zit De Staat er antikraak. Ze gebruiken de ruimte als repetitieruimte en opnamestudio. Een broedplaats voor andere bands en producers, willen ze er vestigen. Doornroosje verhuisde in oktober 2014 naar een nieuw gebouw. Het oude pand is een bezienswaardigheid, met zijn kleurig beschilderde buitenkant en een geschiedenis met bands als Pink Floyd, Joy Division, Radiohead en Red Hot Chili Peppers. ‘Roosje’ bracht inspiratie: Nederlandse bands als Green Lizard en Fu Manchu brachten De Staat op het spoor van de muziek die ze zelf wilden maken.

Midden in de ruimte is een grote witte cirkel geschilderd op een helblauwe ondergrond. Er omheen staan versterkers, muziekinstrumenten en een drumpodium. „Ons nieuwe album is hier helemaal gemaakt”, zegt Florim. „We stonden in een kringetje en begonnen gewoon muziek te maken.” Heel anders dan in het begin, vertelt toetsenman Rocco Hueting. Debuutalbum Wait For Evolution (2009) was door Torre thuis opgenomen; eigenlijk een soloproject. Bandleden Hueting, Vedran Mircetic (gitaar), Tim van Delft (drums) en Jop van Summeren (bas) zocht hij er later bij. „Nu zijn we veel meer een echte band”, zegt Rocco. „We zijn oneindig veel soepeler gaan spelen.”

Hun vierde album O dankt zijn titel aan het kringetje waarin gespeeld werd. Maar ook aan de zin van oneindigheid die de letter O representeert: wie in een rondje draait komt nooit aan de eindstreep. „Veel van mijn teksten op dit album gaan over herhaling, dingen die eeuwig doorgaan”, zegt Torre. „Murder Death handelt over het moment dat wij het als mensen voor elkaar krijgen om eeuwig te leven. Baby gaat over ouders die willen voortleven in hun kinderen. Andere nummers gaan over het hier en nu, de tijd en klokken die blijven tikken. Toen we eenmaal in die cirkel stonden te spelen, was O de enige titel die precies weergaf waar we op dit moment voor staan.”

De Staat is geen gewone rockband, zegt Torre over hun drijfveren. „Eerst was er dat industriële, die strengheid in onze ritmes. De Queens Of The Stone Age werden vaak genoemd als voorbeeld, maar wij hebben altijd minstens zo intensief geluisterd naar techno en hiphop. Rocco laat me soms hiphopdingetjes horen waar ik ideeën uit opdoe. Die komen onherkenbaar in onze muziek terecht, als een gek roffeltje of een heftig beukritme.”

Florim vindt urban tegenwoordig veel interessanter dan rockmuziek. „Rock, en vooral de productionele kant daarvan, heeft het einde van zijn ontwikkeling bereikt. Als je een goede rockplaat hoort heeft die vaak een retrogeluid, terugwijzend naar de jaren zeventig. Ons nieuwe album is een experiment in leegte. Minder noten, een simpeler geluid. Wat kunnen we weglaten, was vaak de overweging. De muziek is meer gaan ademen, zeker na het vorige album I_CON waarop de geluidsdichtheid veel hoger was. We zijn minder modderig gaan klinken. Toegankelijker, hoop ik.”

Popmuziek is op zijn mooist als je het gevoel krijgt dat het oneindig door zou kunnen gaan, vindt Rocco. „Techno wekt de illusie dat je er eeuwig op kunt blijven dansen. Je komt in een groove. Als band met een vrij traditionele rockbezetting willen wij iets dergelijks bereiken. Ons nummer Get On Screen stopt, en gaat dan weer door. Stopt nog een keer, en gaat weer door. Als mens loop je aan tegen het feit dat het leven eindig is. Dansen op een goeie groove geeft je het gevoel dat je onsterfelijk bent.”