Obama’s optimisme tegen ‘de fictie van een natie in verval’

Bijna twee eeuwen lang stuurde de Amerikaanse president zijn jaarlijkse ‘troonrede’ schriftelijk naar het Capitool, waarna een klerk deze voorlas. Sinds de uitvinding van de radio zagen presidenten het als kans om over de politieke hoofden heen het hele land rechtstreeks te bereiken. In zijn State of the Union Address (nu ook als #SOTU bekend) kan de president zijn zegje doen, zo lang als hij wil, en zonder onderbroken te worden, behalve door applaus.

De jaarrede die Barack Obama vannacht in het Congres hield, was zijn laatste. Het was ook de laatste kans om zijn ideeën breed neer te zetten in een poging de negatieve sfeer van de campagnes te doorbreken die beslissen wie de 45ste president wordt.

Dat Obama’s publiek voorbij het Congres ligt, had extra betekenis. Het lijkt ondenkbaar dat Huis en Senaat met hun Republikeinse meerderheid nog wetten van de Democratische president zullen goedkeuren. Concrete plannen liet hij dan ook achterwege.

De man van ‘hoop’ en ‘change’, die beloofde de politieke loopgraven te overbruggen, toonde zich ronduit verbitterd dat hem dat in zijn twee termijnen niet is gelukt. Al maakte hij er geen geheim van dat hij vooral de Republikeinen verwijt obstructie te plegen waar ze maar kunnen.

Dat is inderdaad het geval bij zijn voorstellen om de verkoop van vuurwapens aan banden te leggen of immigratie beter te regelen. Zij dragen volgens hem ook de grootste schuld aan de sfeer van angst – voor terreur, voor ‘de ander’ – die in het hele land voelbaar is en die door Donald Trump wordt geëxploiteerd.

Obama stelde daar een optimistische boodschap tegenover. Daar is alle reden voor, zei hij met een verwijzing naar zijn prestaties. De voorlopige balans geeft wel een gemengd beeld. De economie draait inderdaad beter, de werkloosheid is gedaald. Meer Amerikanen hebben een zorgverzekering. Daar staat een wijdere kloof tussen arm en rijk tegenover; het tij tilt niet alle schepen op.

In de buitenlandse politiek zijn er successen, zoals de toenadering tot Cuba, een baanbrekend klimaatakkoord en een nucleaire deal met Iran. Maar het beloofde einde aan de oorlogen in Irak en Afghanistan is niet in zicht. Daar zijn intussen een paar nieuwe bij gekomen, die met eerdere of nauwere Amerikaanse diplomatieke of militaire bemoeienis mogelijk anders zouden zijn verlopen. Die erft zijn opvolger nu. Idem het nog altijd open Guantánamo.

Dat juist vlak voor Obama’s speech Iran twee Amerikaanse patrouilleboten opbracht, helpt ook niet de haviken ervan te overtuigen dat Iran na de atoomdeal op het rechte pad is gebracht.

Obama’s laatste State of the Union maakt duidelijk waar de partijen staan in de aanloop naar de presidentsverkiezingen. Zeker is dat anti-politicus Trump de Republikeinen intussen in enorme problemen brengt. Wie weet brengt dat de door Obama zo vurig gewenste beweging: dat zowel de partijen als het land zich niet langer naar binnen keren, ophouden te geloven in wat hij „de fictie” noemde dat Amerika „in verval” is.

„Laten we de cynici verrassen”, zei hij rechtstreeks tegen Paul Ryan, de nieuwe Republikeinse Speaker. Het ging over een stagnerend wetsvoorstel. Maar het was ook een nuttige oproep aan de hele natie om meer zelfvertrouwen te hebben, bruggen te slaan. Daarin zag je, even, de Obama van vroeger.