Liegen met cijfers: iedereen doet het op kantoor

Wekelijks rekent Japke-d. Bouma af met jeukwoorden op kantoor.

Als je goed luistert, kun je ze hóren ruisen op kantoor: de cijfers, percentages, graden, procenten en quota. De targets voor Q1 en Q3; de 90, 180 en „360 graden feedbacks”. De daling van het ziekteverzuim, de aantallen „unieke bezoekers”; de volle 100, 200 of, zo je wilt, 1.000 procent waarmee we er allemaal weer voor gaan (bij sales heet dat commitment). En zo ruist het maar door.

Ik kwam op internet een bericht uit 2011 tegen dat de laatste dertig jaar de lonen van het Britse topkader met 4.000 procent gestegen zijn – kijk, daar heb je zo’n zin die mensen graag gebruiken op kantoor. Het gaat er nu even niet om of het klopt wat er staat, het gaat erom dat het cijfers zijn, en uiteindelijk is dat natuurlijk ook het enige wáár het om gaat op kantoor.

Om hoeveel krantjes er worden verkocht, hoeveel boeven er worden gevangen, hoeveel luiers, shampooflessen en declarabele uren er worden weggezet; allemaal zodat aan het einde van de maand de salarissen (de koning onder de cijfers op kantoor) kunnen worden betaald.

Nu is de tragiek van cijfers op kantoor dat de cijfers waarom het gáát, te weinig worden gemeten. En dat als ze gemeten worden, ermee gelogen wordt – denk aan de pijlen die altijd fier naar rechtsboven wijzen in PowerPoints. De cijfers die wél kloppen, worden meestal geheim gehouden. Want dat is natuurlijk het probleem met getallen op kantoor: het is nooit genoeg.

Als compensatie worden er cijfers gebruikt die onzin zijn. In reclames lachen we erom, als iets 40 procent schoner wast of de rimpels met 23 procent vermindert, maar op kantoor vinden we het ineens normaal dat je klanttevredenheid in procenten kan meten. Zoiets als de schaal van Richter. We weten precies hoe zwaar de beving was, maar ondertussen is alles ingestort en staan we machteloos om de volgende klap te voorkomen. Als je geen flauw idee hebt, kan je het altijd nog in een cirkeldiagram laten zien.

Neem ook dat gepraat over 1+1=3. Ik hoor het geregeld volwassen mannen zeggen die ergens de baas zijn. Dat noemen ze synergie. Maar ik word er een beetje nerveus van dat mensen die over salarissen gaan niet eens 1 + 1 kunnen optellen. Die trekken net zo makkelijk de dertiende maand van je decembersalaris af.

Hetzelfde geldt voor al die collega’s die steeds boven de 100 procent uitkomen. Ik hoorde laatst iemand zeggen dat innovatie 20 procent kennis is, 40 procent „beweging” en 100 procent doorzettingsvermogen. Lieve mensen, 160 procent bestaat niet in deze context. Of het moet irritatie zijn. En iedereen die het blijft zeggen, moet voor straf bij elke 360 graden feedback, er 576 graden doen.

Al helemaal onzin natuurlijk, die 360 graden feedback. Want die feedbackers die er allemaal op gericht zijn jouw werk te verbeteren staan echt niet in een cirkel om je heen hoor. Stiekem kletsen achter je rug zal je bedoelen. Bovendien las ik ook ergens dat een 360 graden feedback een nulmeting is. Jongens, wat is het nou?

Wat ik bedoel: getallen zijn de lianen van de kantoorjungle. Lantaarntjes van hoop op de lange, gevaarlijke weg naar Q3. Maar als we niet oppassen laten we ons in slaap sussen door de pieken en dalen van al die cycli en wordt het een cijferbad van abstracties waar je op kan drijven en wegdromen.

Waar je in verdrinkt als het allang te laat is.