‘Ik geloof niet in slechte mensen, alleen in slechte beslissingen’

(31) is allang niet meer wie ze was toen ze haar debuut schreef. Maar hoe ze ook verandert, ze blijft een normonderzoeker, ook in Ivanov, over de arts die een aap en een mens wilde kruisen.

Probeer Hanna Bervoets eens in een hokje te plaatsen. De schrijfster wordt wel ‘de plotbouwer’ genoemd, vertelt ze aan een restauranttafeltje in Amsterdam-Noord. „Zo introduceren ze me, als ik ergens optreed. Dan is Maartje Wortel ‘de korteverhalenschrijver’ en ik ben ‘de plotbouwer’. Maar dat is ook maar het verhaal dat over je verteld wordt, of het verhaal dat je over jezelf vertelt.”

Je bent toch ook een plotbouwer?

„Nou, ik ben nu toevallig veel korte verhalen aan het schrijven, vandaag nog. Dat deed ik voorheen niet, dat klopt, maar ik doe het nu, uit mezelf. Misschien wordt het ooit een bundel, misschien niet. Ik ben dat plotbouwen nu een beetje zat. Maar ik sluit niet uit dat ik over een paar jaar weer een spannend verhaal met een plot schrijf. Ik weet het nog niet.”

Bervoets is inmiddels ook sciencefictionschrijver – in de klassieke zin van dat woord: fictie over wetenschap. Dat was haar vorige roman Efter (2014), en het label past op haar vijfde roman Ivanov, die deze week verscheen. Een roman met een plot, trouwens. Het gaat over de Nederlandse student Felix, die in 1994 in New York gaat studeren en daar betrokken raakt bij een clandestien wetenschappelijk experiment, waarbij een aap met een mens wordt gekruist. Het doel: meer zicht krijgen op het ontstaan van het aidsvirus, en kijken of zo’n hybride wezen levensvatbaar is. Het experiment heeft historische wortels, die ook in de roman uit de doeken worden gedaan: de Rus Ilya Ivanov probeerde in de jaren twintig een aap en een mens te kruisen.

Efter ging over een toekomst waarin liefde gezien wordt als ziekte, Ivanov over de moraal van de wetenschap. Is Hanna Bervoets nu een schrijver die iets wil zeggen over maatschappelijke thema’s?

„Ik heb geen agenda”, werpt ze meteen tegen. Snel denkend, snel pratend. „Efteris wel opgevat als maatschappijkritisch, maar zo zie ik mezelf niet. Ik lees graag wetenschapsbijlagen en dan ontstaan er bij mij meteen beelden, verhalen en vragen. Dat lijkt me ongeveer het tegenovergestelde van woede of maatschappijkritiek. Ik wil nuanceren of analyseren, een onderwerp van verschillende kanten bekijken.”

Jouw romans beginnen nadrukkelijk met een maatschappelijke tendens.

„Mijn laatste twee romans, ja. Efter ontstond door de tendens om ziekte steeds meer te categoriseren. Ik wil niet zeggen dat dat slecht is, maar ik vind het interessant om te bekijken wie dat doet en waarom. Categoriseren, en hoe normen ontstaan, vind ik sowieso interessant.”

Waarmee begon Ivanov?

„Ik las over Ivanov, de arts dus. Prachtig verhaal.”

Prachtig? Onethisch, toch?

„No no no: fascinerend. Ik vroeg me af: hoe is het mogelijk dat dat toen kon? Zijn experiment had in de jaren twintig de culturele en politieke context mee: de Fransen wilden aantonen dat zwarte mensen nauwer verwant zijn aan de apen, de bolsjewieken wilden ermee het darwinisme ondersteunen. In die tijd werd er meer wetenschap bedreven om de wetenschap – de wetenschap stond op een hoger voetstuk dan nu.

„Nu zou zo’n experiment niet meer kunnen. Dat wordt dan ‘onethisch’ genoemd, alsof dat iets vanzelfsprekends is. Een norm is echter geen waarheid, maar een constructie. Dus wat zou iemand overkomen die nu zo’n experiment zou proberen?”

Bervoets, de normonderzoeker – die noemer past haar beter. Daarin past ook Alles wat er was (2013), een apocalypsroman over een groepje mensen dat opgesloten zit in een schoolgebouw, terwijl de wereld om hen heen min of meer ophoudt te bestaan – de norm van menselijkheid staat er op het spel. Onder die noemer passen ook haar columns in Volkskrant Magazine, waar ze schreef over alledaagse fenomenen. Niet opiniërend, maar zoekend naar waarom en hoe het tot stand gekomen is.

Die interesse komt in elk geval door haar opleiding. Hanna Bervoets (31) studeerde Media en Cultuur, waar het vaak ging over het vormen van normen. Cultural analysis bepaalde het curriculum. „Net als mijn personage Lois was ik zo’n nerd die alle postmoderne theorieën overal op wilde toepassen. Hoe wordt de homo neergezet, en de vrouw, hoe zijn gekleurde mensen gerepresenteerd. En in die discussies moest je je ook altijd bewust zijn van je eigen positie, je eigen blik. Om dat heel serieuze moest ik soms wel lachen, maar het was ook mega-interessant.”

De opmars van de cultural analysis was op zijn top in de omgeving waarin Bervoets haar hoofdpersoon plaatste. Dat decor koos ze domweg omdat ze „zin had” in het New York van 1994. „De film Lion King kwam uit, aids was een epidemie, er was media-aandacht voor O.J. Simpson. In die wereld wilde ik wel een poosje zijn. En het raakte allemaal aan het verhaal over de constructie van identiteit.”

Het voelt door al die lagen en lijnen alsof je romans proefopstellingen zijn, waarin je allerlei stofjes laat reageren om te zien wat er gebeurt. Herken je dat?

„Een beetje. Maar dat voelt zielig voor mijn personages. Om hen gaat het toch vooral, om de mensen. Dat zijn voor mij geen poppetjes of schaakstukken. Van tevoren zet ik de plot in grote lijnen in de steigers, ik vind het niet per se het leukste werk, maar ik heb een kader nodig waarbinnen ik het creatieve werk kan gaan doen: de figuren tot leven wekken.”

Het echte werk is het mensenwerk – dat toont Ivanov, dat ook vooral een coming-of-age-verhaal van Felix is. Ook dat heeft meerdere niveaus: Felix’ verhaal speelt zich af in het heden, waar hij als veertiger terugkijkt op de twintiger die hij was. Er is afstand tussen die twee mannen. Zo toont Bervoets ook de veranderlijkheid van een identiteit.

„Daarom is het hopelijk niet genoeg om het maatschappijkritiek of een proefopstelling te noemen. Wat ik wil laten zien is: ik geloof niet in slechte mensen, alleen in slechte beslissingen.

„Wie een slechte beslissing neemt kan zichzelf blijven zien als goed mens, ondanks zijn slechte beslissing. Of hij kan dan beargumenteren waarom iets mocht. Hoe je beslissingen maakt, wordt ook bepaald door je context, door de normen van je omgeving.”

Ben je buiten je werk ook zo bezig met jouw eigen positie, jouw normen?

„Altijd. Nou, niet altijd, maar ik roep die gedachten op voor mijn werk. En ik denk niet dat mijn schrijverschap los van mijzelf te zien is. Voor mij zijn romans als dromen, waarin je alles mixt wat je overdag hebt meegemaakt met wat je hebt gezien of gelezen, en met je herinneringen. In mijn romans ben ik degene uit wie de gedachten en woorden komen, dus gaan ze over mij. Wat je interesseert, dat ben je.”

Dan is je werk misschien ook veel autobiografischer dan het meestal gezien wordt?

„Oh, het is totáál autobiografisch, maar op een indirecte manier. Mensen die me kennen zeiden me ook dat ze mijn roman Lieve Céline niet konden uitlezen, omdat de hoofdpersoon hen zo aan mij deed denken. Mijzelf in het lichaam van een gehandicapte vrouw dan.”

Je zit in alles en iedereen een beetje? Samen zijn de personages wie jij bent?

„Ja, maar ik ben óók allerlei personages over wie ik niet heb geschreven. Identiteit is veranderlijk, het heeft veel meer te maken met constructies en ideeën uit de cultuur dan over een soort kern. Identiteit gaat over de context, over de constellatie van ideeën om je heen en de mensen om je heen.”

Toch ben je geen schrijver die variaties op hetzelfde verhaal schrijft.

„Dat is ook omdat ik verander. Ik ben niet meer dezelfde als degene die mijn debuut Of hoe waarom schreef. Niemand is op zijn eenendertigste dezelfde als wie hij was op zijn vierentwintigste.”

Dat lijkt me een mening.

„Misschien is het overschatting en loop ik ook telkens dezelfde rondjes. Maar zo voelt het niet. Ik denk ook niet dat een mens één onveranderlijke kern heeft. Dat is ook een idee uit de cultural analysis: dat je identiteit is opgebouwd uit een waaier van eigenschappen, dat je op verschillende momenten verschillende mensen bent. Dat er geen kern is, betekent niet dat er niets is. Toch denken mensen dat niet graag. Volgens mij komt angst voort uit een besef van incoherentie.”