Column

Genetische modificatie biedt juist oplossingen

Soms blijken slepende discussies achterhaald voor je er erg in hebt. Onoverbrugbare tegenstellingen zijn te overbruggen als de tijd er, zoals vorst bij boerenkool, overheen gaat. Dan is de kool smaakvoller, zijn ideeën gerijpt, blijkt de wereld veranderd. Kernenergie bijvoorbeeld is weer bespreekbaar als onderdeel van onze toekomstige energievoorziening. Ik vermoed dat dit ook binnenkort geldt voor genetische modificatie. Het landbouwseizoen 2015/16 markeert twintig jaar teelt van genetisch gemodificeerde gewassen. Van de zwaar bekritiseerde herbicide-tolerante mais en soja, geassocieerd met vervuilende bedrijven, is een waaier van toepassingen ontstaan. Papaja in Hawaii zou zijn verdwenen als er geen nieuw plantmateriaal was ingevoerd. Genetische modificatie is niet meer een exclusieve oplossing voor grote boeren in Noord- en Zuid-Amerika, maar wordt bevorderd door overheden en toegepast door arme boeren in landen als China, Bangladesh, de Filippijnen, India en Zuid-Afrika, dankzij hogere en stabiele opbrengsten en inkomsten, afname van giftige gewasbescherming en daarbij behorende ongelukken. Hét grote succesverhaal betreft katoen. In 2014 plantten 18 miljoen boeren GM-gewassen in 28 landen op 181 miljoen hectare.

Cumulatief zijn er in die 20 jaar op 1,8 miljard hectare genetisch gemodificeerde gewassen verbouwd. Europa, met uitzondering van Spanje, is het enige werelddeel dat sterk achterloopt en nog nauwelijks genetisch gemodificeerde gewassen toelaat. Hoewel internationale monitoring van de effecten op mens, dier en milieu en intellectueel eigendom zorgvuldige aandacht behoeven, is er na twintig jaar weinig aanleiding tot een debat in termen van Frankensteinvoedsel en ‘ontsnappende genen’. Het debat is niet over, want er blijft weerstand. Maar in het algemeen beweren dat je voor of tegen genetische modificatie bent, is net zo’n onzin als zeggen dat je voor of tegen auto’s of antibiotica bent. De context, het doel, de actoren bepalen wat zinvol is. Een auto in handen van een incompetente chauffeur kan een moordwapen worden. Slecht gedoseerde antibiotica kan desastreus zijn. Maar auto’s en antibiotica kunnen de kwaliteit van het leven aanzienlijk verbeteren. Beide illustreren wat goede regelgeving voor industrie, overheid en consument betekenen. Genetische modificatie biedt oplossingen daar waar klassieke verdeling faalt en is met name succesvol bij ziekte- en plaagbestrijding en verbetering van voedingswaarde.

Wereldwijd succes is niet voldoende om de in Europa diepgevoelde zorgen weg te nemen. Het aardige is nu dat het oude debat – voor of tegen – achterhaald wordt door de laatste wetenschappelijke ontwikkelingen. Met fraaie nieuwe technieken worden genetisch gemodificeerde organismen zelf grotendeels overbodig, terwijl planteneigenschappen wel verbeterd worden. Genetica is steeds meer een gereedschapskist waarvan de uitkomst helemaal niet transgene planten of dieren hoeven te zijn. Dankzij gene editing (genetisch knip- en plakwerk) tijdens de veredeling kunnen veranderingen worden aangebracht die leiden tot nieuwe eigenschappen zonder dat er sprake is van het inbouwen van soortvreemde genen. Soms ontstaat alleen een mutatie in het eigen genoom. Vergelijkbare technieken zien we ook in de geneeskunde. Het bepalen van de volgorde van het genoom is duizenden keren goedkoper dan twintig jaar geleden waardoor veredeling ook veel preciezer wordt. Niet de methode is nu het probleem, maar de angst voor gebrek aan transparantie. Genetica klinkt eng. Dat moeten politiek en wetenschap zich aantrekken, juist als er zoveel nieuws wordt ontwikkeld. Het is een moeilijk onderwerp, maar er valt echt te praten – mits we niet generaliseren.