Gave zoutdrukfoto’s, anderhalve eeuw oud

Ton Peek is de enige Nederlandse kunsthandel gespecialiseerd in negentiende-eeuws fotografie: „Je kunt er pas echt van genieten als je er wat van weet.”

‘Jood en Jodin in Constantine, Algerije circa 1856’. Albumine druk 21x16cm Foto Felix Jacques Moulin

Albuminedrukken, heliogravures, zoutdrukken – galeriehouder Ton Peek (1952) las in 1994 in een recensie in NRC wat hij op de tentoonstelling van vroege Britse reisfotografie in zijn Utrechtse kunsthandel aan de muur had hangen. „Ik wist werkelijk niet wat ik precies in huis had”, zegt hij met een beschroomde lach.

Door een toevallige ontmoeting in Londen was de galeriehouder in hedendaagse fotografie eerder dat jaar een nieuwe wereld in geparachuteerd: die van de negentiende-eeuwse fotografie. Na een bezoek aan de veilinghuizen liep Peek door Notting Hill. Een aantal oude foto’s in de etalage van antiquariaat Shepero Rare Books trok zijn aandacht. Toen hij geïnteresseerd naar binnen stapte, nam de eigenaar hem even later mee naar de kelder. Daar lagen duizenden negentiende-eeuwse foto’s, het resultaat van meer dan een kwart eeuw verzamelen. Na een gesprek deed antiquaar Bernard Shapero hem tot zijn verbazing een genereus aanbod: „Neem mee wat je mee wilt nemen, en reken met me af wat je hebt verkocht.”

Daar had Peek wel oren naar. Na vijftien jaar was hij „een beetje klaar” met de moderne fotografie. Elke maand een nieuwe en kwalitatief hoogstaande tentoonstelling maken, hij vond het een steeds lastiger opdracht. De gedrevenheid van de jonge kunstenaars sprak hem nog altijd aan, en over het aantal bezoekers had hij evenmin te klagen. Maar de moderne fotografie verkopen, dat was een ander verhaal. Zelfs voor de foto’s van de Amerikaanse fotograaf Robert Mapplethorpe, in 1981 bij hem te koop voor 900 gulden het stuk (iets meer dan 400 euro), wist hij nauwelijks klanten te vinden. „Had ik er toen zelf maar meer gekocht”, verzucht hij. Een foto uit de reeks portretten van zwarte mannen die hij toen ook toonde, werd onlangs voor ruim drie ton verkocht.

Een week na het aanbod van Shapero reed Peek met een bestelbusje naar Londen. In het antiquariaat nam hij alle oude foto’s mee die hem aanspraken. Sindsdien is hij handelaar in negentiende- en vroeg twintigste-eeuwse fotografie, met een voorliefde voor topografie, architectuur en portretten.

Afgelopen week opende Peek in zijn kunsthandel in Utrecht een tentoonstelling met vroege Franse fotografie. De prijzen van de historische foto’s lopen zeer uiteen. Albuminedrukken uit 1880 van Libanese landschappen door Félix Bonfils, een fotograaf die zich met vrouw en kind in Beiroet had gevestigd, zijn te koop vanaf 200 euro. Een grote zoutdruk met een opname van een deel van het Louvre, in 1856 gemaakt door Edouard-Denis Baldus, kost 18.000 euro. „Ongelooflijk toch”, zegt Peek dat zo’n grote druk na ruim anderhalve eeuw nog zo mooi is?”

Bij zo’n verbluffende afdruk slaat zijn fantasie op hol, zegt Peek. „Ik zie Baldus over het binnenplein van het Louvre zeulen met zijn gigantische camera.”

Enthousiast kan de handelaar vertellen over de verschillende technieken die in de eerste decennia van de fotografie gangbaar waren. Na de bespreking door recensente Din Pieters van zijn eerste expositie, met Britse reisfotografie, besefte Peek dat hij moest gaan studeren. Wijzend op de grote bibliotheek in zijn kunsthandel, zegt hij: „Je kunt pas oprecht genieten, als je je in dit onderwerp hebt verdiept en een albuminedruk van een kooldruk kunt onderscheiden.”

De ommezwaai die hij twintig jaar geleden maakte heeft zijn leven enorm verrijkt, zegt hij. „Vergeleken met Hans P. Kraus [de gerenommeerde handelaar in oude fotografie in New York, red.] ben ik nog een broekie. Maar ik heb de afgelopen jaren al zoveel kennis opgedaan.”

Het leeuwendeel van zijn voorraad vindt hij bij buitenlandse veilinghuizen. En zeker 80 procent gaat ook weer naar het buitenland. De Nederlandse markt is klein, zegt Peek, die doorgaans slechts op afspraak open is. „Ik ken misschien vijftien Nederlandse verzamelaars, en dat zijn niet allemaal grote collectioneurs.”

Tot de topstukken van zijn tentoonstelling met Franse fotografie rekent Peek zeker de negen albuminedrukken van Eugène Atget (1857-1927), die hij onlangs op de kop tikte. Met zijn veldcamera met glazen platen legde Atget systematisch het langzaam verdwijnende oude Parijs vast, voordat het werd ‘aangetast’ door de vernieuwingsdrang van Haussmann, de stadsarchitect van het huidige Parijs. Duizenden opnames maakte Atget van lege straatjes en van verdwijnende beroepen als de voddenman en de scharensliep.

Peek toont een druk uit 1898 van de Rue Hautefeuille, een zijstraatje van de Boulevard Saint-Germain. Leeg en in de regen vastgelegd: links een muur met wat affiches en op de voorgrond rechts een kar met grote houten wielen – het heeft wat weg van een filmdecor. Peek: „Bij zulke foto’s kan ik wegdromen.”