‘Een onsje meer argwaan, graag’

‘Groningen’ was de wake-upcall. Het toezicht op de gaswinning moet beter. Veiligheid van de burger wordt prioriteit.

Foto Flip Franssen

Het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM), de oudste rijksinspectiedienst van Nederland, gaat op de schop. Het aantal inspecteurs gaat van zestig naar negentig, de meeste managers worden vervangen. De veiligheid van burgers moet prioriteit krijgen bij de controle op de olie-, zout- en gaswinning.

De nieuwe inspecteurs moeten „strategisch functionerende deskundigen” zijn, die anders te werk gaan dan traditionele controleurs, zegt inspecteur-generaal Harry van der Meijden. Inspecteurs die een „onsje meer argwaan” aan de dag leggen. „Iets kan technisch in orde zijn en tóch niet deugen. Bijvoorbeeld vanuit het perspectief van maatschappelijke veiligheid.”

Van der Meijden kreeg bij zijn aanstelling in 2014 de opdracht om de dienst „toekomstbestendig” maken, met „gezag en autoriteit”. Begin 2015 constateerde de Onderzoeksraad voor de Veiligheid dat de rijksdienst tekortschoot in zijn toezicht op de gaswinning én onvoldoende onafhankelijk was bij het adviseren van ministeries. Bijvoorbeeld over het wel of niet dichtdraaien van de gaskraan als remedie tegen aardbevingen in Groningen.

Van der Meijden heeft inmiddels carte blanche gekregen van minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) om te reorganiseren. Kamp leunt daarbij op een onlangs in werking getreden ‘aanwijzing’ van minister-president Mark Rutte: ministeries met een eigen inspectiedienst moeten die diensten weer gezaghebbend en vooral onafhankelijk maken, luidde het decreet dat Rutte vorig jaar september naar buiten bracht.

Voor leidinggevenden en inspecteurs op sleutelposities komen op korte termijn opleidingsprogramma’s, aldus de inspecteur-generaal. „We maken gebruik van het feit dat een aantal leidinggevenden met pensioen gaat. Ik dacht eerst dat de reorganisatie geleidelijk kon verlopen. Maar het gaat niet snel genoeg.”

De Onderzoeksraad voor Veiligheid had zware kritiek op het Staatstoezicht. De dienst is onvoldoende onafhankelijk van het ministerie.

„Er kon veertig jaar lang zonder problemen gas opgepompt worden. Nu dat niet meer zo is, ligt de focus in één keer op de toezichthouder. De Onderzoeksraad had kritiek, maar gaf ook aan dat wij de consensuscultuur rondom Groningen in 2012 doorbraken met ons advies om minder gas op te pompen.

„Groningen liet zien dat verwachtingen in de samenleving over de rol van toezichthouders zijn veranderd. Onze organisatie was onvoldoende klaar voor een samenleving die zegt: ‘We willen dat de inspectie er zichtbaar toe bijdraagt dat de sector ook maatschappelijk veilig is’. Veel van onze toezichthouders keken vooral vanuit technisch perspectief. Maar iets kan technisch in orde zijn en tóch niet deugen.”

Uw dienst is niet de enige inspectie die onder vuur ligt. Tijdens de Fyra-enquête bleek dat de Inspectie Leefomgeving en Transport, die de Fyra-treinen goedkeurde, zonder controles vergunningen afgaf. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit laat zich om de tuin leiden, bleek tijdens affaires rond vleesfraude.

„Premier Rutte gaf vorig jaar niet voor niets een aanwijzing aan alle ministeries met een eigen inspectiedienst. Een decreet met de opdracht om die rijksinspectiediensten beter en vooral onafhankelijker van de ministeries te laten opereren. Dat had ook bij wet geregeld kunnen worden, maar dat zou te veel tijd hebben gekost. Maar het is een kentering. Toezicht werd vijftien jaar geleden opgevat als overheidslast, een ongewenste, door de staat opgelegde kostenpost voor het bedrijfsleven. Die terugtredende overheid stond centraal in het beleid van de kabinetten-Balkenende (2002-2010, red.): de markt was zelf wel in staat om zich te houden aan wet- en regelgeving en dat te handhaven. Dat geloof zie je terug in wat er in toezichtsland gebeurde. Want we wéten nu niet of er bij onze dienst wel voldoende inspecteurs zijn om zorgvuldige risicoanalyses te maken.”

Wat bedoelt u als u zegt dat controleurs wel wat meer argwaan aan de dag mogen leggen?

„Groningen was de wake-upcall. Er zijn steeds meer olie- en gasinstallaties in hun derde en laatste levensfase terechtgekomen. Die velden gaan nu pruttelend naar het eind van hun leven. Dan kunnen operators bij de huidige lage olie- en gasprijzen in de verleiding komen om het onderhoud maar uit te stellen. Anders is het commercieel niet meer interessant. Een dynamische inspectie moet dat signaleren en de controles daarop inrichten.

„Jarenlang werden putten en pijpen gebruikt voor eenrichtingsverkeer van olie- en gasproductie. Voormalige gasputten in Tubbergen en de gaspijplijn van Schoonebeek naar Twente worden nu ook gebruikt om water in de grond te injecteren. Ze krijgen dus een ‘tweede leven’. Dat andere gebruik én de maatschappelijke verwachtingen zijn ontwikkelingen waar onze organisatie op moet inspelen.”

De inspectiedienst moet onafhankelijk zijn, ook in zijn advisering. Maar u wijst een eigen wetenschappelijk onderzoeksbureau van de hand. Dan maakt u zich toch afhankelijk van het kleine circuit van wetenschappers dat, linksom of rechtsom, gelieerd is aan de commerciële partijen op de energiemarkt?

„Een inspectiedienst kan er niet én een wetenschappelijk bureau op nahouden én vervolgens, op basis van die eigen onderzoekscapaciteit, beleid toetsen. We moeten wel de mensen in huis hebben die problemen kunnen inventariseren, vragen kunnen stellen en vervolgens de antwoorden kunnen interpreteren. Je moet die onderzoeksvragen kunnen stellen aan een kennisnetwerk waarvan iedereen zegt: ‘Dat is het beste wat je redelijkerwijs kunt krijgen’. Vervolgens moet je de resultaten door andere partijen laten beoordelen. En dan komen wij met een eindoordeel en advies.

„We werken hard aan het opzetten van zo’n gezaghebbend kennisnetwerk. Over de aardbevingen in Groningen is internationaal zo’n beetje alle beschikbare kennis gemobiliseerd. We moeten in onze adviesrol, ook wetenschappelijk, toe naar een situatie waarin iedereen zegt: ‘We kunnen het er misschien niet mee eens zijn, maar dit is wel het beste wat we kunnen krijgen’.”

Een andere bedrijfscultuur vergt toch meer dan alleen nieuw bloed?

„Het is niet alleen een kwestie van capaciteit, maar ook van de inzet van mensen die hun taak in de breedte moeten verstaan. We moeten met risico’s leren omgaan en erover informeren. Dat betekent dat we onze toezichtsfunctie moeten aanpassen. Omdat de samenleving zegt dat het maatschappelijk veilig moet gebeuren, moeten veiligheid en milieu ons uitgangspunt, ons bestaansrecht zijn. En dan mogen inspecteurs best wel een onsje meer argwaan, gezond wantrouwen tonen.”

Gaan de oude inspecteurs mee in de nieuwe organisatie?

„Iedereen krijgt een op maat gesneden opleidingsplan. Maar de taken worden wel verzwaard. De eisen zijn echt hoger en breder. Strategisch functionerende mensen werken anders dan controleurs die traditioneel toezicht gewend zijn. Je moet meekunnen in de nieuwe filosofie.”

U mag de komende maanden veel nieuwe mensen aannemen. Dat lijkt een uitgelezen kans voor energieproducenten om in de inspectiedienst te ‘infiltreren’, want zoveel keus zal er niet zijn.

„Het is mijn grootste uitdaging om de komende maanden zonder ophef dertig nieuwe mensen binnen te halen in een organisatie waar nu zestig mensen werken. We zijn een klein land, maar met wereldwijd een disproportioneel grote rol in de olie- en gaswereld. Het is hier een kleine vijver met maar een paar dominante grote vissen.

„Het is de vraag hoe we in die kleine vijver het Staatstoezicht geloofwaardig kunnen versterken. Moet je zoeken naar mensen die niet met de sector praten? Omdat men dan het verwijt niet kan krijgen op de schoot van de sector te zitten?

„Het is voor mij niet per se een pre als je van Shell of Esso komt. Kandidaten moeten hun vak verstaan. Maar als iemand alleen een universitaire achtergrond heeft en komt solliciteren als hoofd Boren, heb ik er niets aan. Ik moet mensen hebben die je niet voor het lapje kunt houden.”

De klimaatconferentie in Parijs en het energieakkoord zijn ook voorboden van het einde van fossiele brandstofwinning. Hoe speelt uw inspectiedienst daarop in?

„Nederland en de internationale gemeenschap kijken inmiddels anders aan tegen fossiele energiewinning. We hebben onze rol om ervoor te zorgen dat, zolang er fossiele energie gewonnen en getransporteerd wordt, dit volgens de wet en volgens maatschappelijk geaccepteerde normen verloopt. Ook nieuwe energiebronnen, zoals geothermie (aardwarmte, red.) brengen nieuwe uitdagingen met zich mee. Dat is delfstoffenwinning in de traditionele zin van het woord, want er wordt in de ondergrond geboord, maar wel een hele nieuwe industrie. Dat vergt een arbeidsintensief toezichtsregime. We houden ook toezicht op windmolenparken offshore, voor wat betreft arbeidsomstandigheden. Dat takenpakket wordt uitgebreid. De dienst heeft in het verleden uitstekend werk gedaan. Alleen is de steun voor winning van fossiel de afgelopen vijf jaar in snel tempo veranderd.”