Den Haag krijgt stukje ‘Delft’

Den Haag krijgt een master van de TU Delft. Leiden kwam al eerder. Ook elders richten universiteiten filialen op.

Campus Den Haag, bij het CS. Foto Wiebe Kiestra

Den Haag wil zijn status als kennisstad versterken. Op de Campus Den Haag van de Universiteit Leiden komt ook een filiaal van de TU Delft. De gemeente draagt daaraan in drie jaar 2,1 miljoen euro bij, de helft van de kosten. De Delftse afdeling biedt een tweejarige masteropleiding engineering and policy analysis.

Het is niet voor het eerst dat de gemeente hoger onderwijs subsidieert. De Haagse Campus van de Universiteit Leiden heeft sinds zijn ontstaan in 1999 al 30 miljoen euro subsidie gekregen.

De masteropleiding in Delft telt veertig merendeels buitenlandse studenten. Ze werken daar met een ‘policy windtunnel’, een methode om met heel veel data beleidsalternatieven van ministeries, internationale instellingen en bedrijven te analyseren.

De TU staat slechts tien kilometer van het nieuwe filiaal nabij station Den Haag Centraal. Toch is het goed nog dichter bij de ministeries te zitten, zegt Jeroen van den Hoven, hoogleraar ethiek en decaan van de faculteit Techniek, Bestuur en Management. „Dan kunnen we de drempel laag maken om bijvoorbeeld stageplekken te krijgen.”

Van den Hoven ziet ook voordelen van Den Haag als internationale stad. „We kunnen aan de gang gaan met autonome wapensystemen en cybersecurity.” Hij hoopt verder dat zijn studenten onderzoek kunnen gaan doen voor internationale justitiële instellingen in de stad.

„Bijna elk beleidsvraagstuk vraagt om technische kennis”, zegt wethouder Ingrid van Engelshoven (D66). „Wij zijn ook VN-stad, met een sterke link naar VN-organisaties. Juridische instellingen hebben er baat bij. Er is technische kennis nodig bij het analyseren van oorlogsmisdaden.”

Policy windtunnels zijn een internationale trend, legt Van den Hoven uit. KPMG steekt volgens hem veel geld in een policy windtunnel met het Imperial College in Londen. Het gerenommeerde Amerikaanse MIT heeft er ook een. Beleidsplannen en hun gevolgen worden gesimuleerd in een computermodel met big data. Zo berekent Delft bijvoorbeeld het effect van toenemend goederentransport per schip op infrastructuur en milieu.

Hoogleraar bestuurskunde en PvdA-prominent Jouke de Vries stond in 1999 als decaan aan de wieg van de Haagse campus. „Het werd een succes omdat we goed hebben gekeken naar wat de stad wil”, zegt hij. De Vries zag de behoefte groeien aan wetenschappelijke onderbouwing van beleid. „We richtten een Centrum voor Terrorisme en Contraterrorisme op”, zegt hij. „We hadden Jaap de Hoop Scheffer, Beatrice de Graaf, een combinatie van praktijk en theorie. Je moet reuring creëren. En internationaal en politiek trekt deze stad wel.” Een filiaal inrichten is bovendien makkelijker geworden. „Je hebt geen grote bibliotheek meer nodig.”

Hoogleraar bestuurskunde Paul Frissen, decaan en bestuursvoorzitter van de Nederlandse school voor Openbaar Bestuur in Den Haag, heeft gemengde gevoelens. Zijn opleiding voor ambtenaren had wel last van de Leidse campus in zijn stad. „Wij zijn een private instelling zonder de dubbele subsidie die Leiden krijgt”, zegt hij. Maar hij toont ook begrip: „Ik kan me voorstellen dat Den Haag interessant is voor studenten en docenten. Je loopt zo even ergens binnen.”