De Vis

Ellen Deckwitz kiest elke woensdag een gedicht bij de stemming van de dag.

De eerste vis

die ik ooit ving

wilde niet stilletjes

in de emmer blijven

maar zwiepte en hapte

naar het brandende

wonder van de lucht

en stierf

tijdens het trage afgieten

van regenbogen. Later

opende ik zijn lijf en scheidde

het vlees van de graten

en at hem. Nu zit de zee

in mij: ik ben de vis, de vis

schittert in mij, we zijn

verrezen, verwikkeld in elkaar, vastberaden

om ons in de zee terug te trekken. Vanwege pijn,

en pijn, en nog meer pijn

voedden we deze koortsachtige samenzwering,

we worden gevoed door het mysterie.