Bush senior: gevoelig en meedogenloos

Vele dagboeknotities en gesprekken hebben geleid tot een knap geschreven, menselijk portret van een complexe persoonlijkheid.

Het beruchte horlogemoment in 1992, tijdens het tv-debat tussen Bush sr., Perot en Clinton Foto AP Photo

Zodra een Amerikaanse president het Witte Huis verlaat, staat hem (of misschien binnenkort haar) één ding te doen: zorgen dat de geschiedenis mild oordeelt. Iedere oud-president krijgt daarom een bibliotheek, die in de praktijk dienst doet als museum. Ook onvermijdelijk is de autobiografie, dé manier om de geschiedenis te kneden, of zelfs te herschrijven. Zulke boeken zijn meestal hopeloos gedetailleerd, zoals My Life van Bill Clinton. Barack Obama begreep al veel eerder dat een autobiografie ook een ander doel kan dienen: het creëren van een rode draad, een ziel, in een politieke carrière. Voordat hij president werd, had hij al twee autobiografische boeken geschreven. Net zo veel, overigens, als Hillary Clinton nu.

Slechts één oud-president in de recente geschiedenis onttrok zich hieraan. George Herbert Walker Bush, president tussen 1989 en 1993, behield na zijn aftreden de afstand die hij als president al had. Alsof het hem niet interesseerde hoe men op zijn presidentschap zou terugkijken.

Inmiddels is Bush 91, en kennelijk van gedachten veranderd. Hij heeft niet zelf een boek geschreven, maar wel sterk de hand gehad in de mooi geschreven biografie Destiny and Power van Jon Meacham. Deze oud-hoofdredacteur van Newsweek won ooit de Pulitzer Prize met een biografie van president Andrew Jackson, en weet hoe levens van wereldleiders beschreven moeten worden: met subtiele details die een karakter blootleggen.

Meacham heeft jarenlang met Bush en zijn familie mogen praten. Ook kreeg hij inzage in grote delen van de dagboekaantekeningen van Bush. Zelfs diens vrouw Barbara deelde dagboekfragmenten. Voor Bush betaalt zich dat terug. Destiny and Power is veruit het beste dat ooit over Bush geschreven is, maar het is ook empathisch, soms wat goedpraterig. De (vele) smetten op zijn lange carrière zijn vaak de schuld van iemand anders. Meacham slaagt er wel in een menselijk portret te schetsen van een complex mens. Bush is een van nature teruggetrokken man, die worstelde met het publieke karakter van zijn baan. Hij verborg daarom zijn emoties, wat hem het imago van afstandelijke bestuurder opleverde.

Horloge-incident

Een beslissend moment in zijn campagne voor herverkiezing is het beruchte horloge-incident. Tijdens een tv-debat kreeg een kiezer het woord. Terwijl zij haar vraag stelde, keek Bush op zijn horloge. Daarna gaf hij haperend antwoord. Dat moment, plus een voortreffelijk optreden van tegenpool Bill Clinton, droeg bij aan zijn verlies later dat jaar. Kiezers vergaven het hem niet, omdat het gebaar het beeld bevestigde dat ze al van hem hadden. Jon Meacham noemt Bush vergoelijkend ‘een slachtoffer, in zekere zin, van zijn instinct voor waardigheid.’

Destiny and Power benadrukt juist de emotionele kant van Bush. Hij huilde veel, en reageerde emotioneel op verhalen die hem raakten. De dood van zijn driejarige dochter Robin aan leukemie, in 1953, tekende de rest van zijn leven. Maar gehuild werd er alleen achter de schermen. Wat hij aan niemand liet merken, was hoe eenzaam hij zich tijdens zijn presidentschap voelde. Het zou klagerig overkomen als hij daarover zou praten, vond hij. Daarom schreef hij alles op. De aantekeningen zijn prettig ongestileerd. Hier is geen Obama aan het werk, bij wie iedere anekdote past in een groter verhaal. George Bush schreef gewoon wat in hem opkwam.

Bush sr. kon ook meedogenloos zijn. Hij was een winnaar, en legde die moraal op aan zijn kinderen George en Jeb. Volgens een hardnekkig verhaal had Jeb de voorkeur van zijn vader, en speelde George W. de rol van talentloze losbol. Toen beide zoons op dezelfde avond een gouverneursverkiezing hadden (Jeb verloor, George won), was Bush terneergeslagen. Dat had niks met een voorkeur te maken, zeggen de Bushes nu. Hij dacht gewoon écht dat Jeb zou winnen.

Gebroken belofte

Als politicus koos hij vaak een rol op de achtergrond. Maar daar zat een zekere berekening achter, geen bescheidenheid. Op die manier overleefde Bush decennialang politieke affaires, zoals Watergate en de Iran-Contra-affaire.

Al in 1967 werd de voormalige olieondernemer Bush lid van het Congres, waarna een lange mars naar het hoogste ambt volgde. In de partijtop lag hij altijd goed, maar hij werd vaak gepasseerd voor hogere functies. Bush had geduld, en gedoogde dat hij banen kreeg als China-gezant. In 1981 kwam zijn kans, toen hij vice-president werd van Ronald Reagan.

Reagan was alles wat Bush niet was: pompeus, charismatisch, en iemand die vergezichten meer waardeerde dan het dagelijkse handwerk. Maar het was uiteindelijk Bush die als president met de allergrootste dossiers moest omgaan: de instorting van het communisme, de Iraakse inval in Koeweit. Van Bush werd opeens leiderschap verwacht.

Terwijl hij groeide in zijn rol als wereldleider, zakte de binnenlandse economie in. Dit, en zijn gebroken belofte de belastingen niet te verhogen, droeg bij aan zijn nederlaag tegen Bill Clinton. Op Bush’ laatste dag in het Witte Huis wordt hem gevraagd nog één handtekening te zetten. Een wetje over computers. Tuurlijk, zegt Bush. Maar ja, verzucht hij later: ‘Who gives a damn now?