Column

Belevenis

We hadden het café gemist. Het café ons ook. Dit was ooit vertrouwd. Ik had er meer dan tien jaar om de hoek gewoond, een leven van kook– en stoommaaltijden van Albert Heijn en biertjes na de deadline.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.

Zoals we toen fantaseerden over de toekomst, keken we op de bank met enige regelmaat weemoedig om naar het verleden. Naar de tijd dat we nog wel wat meemaakten, of in ieder geval deden alsof, want dat de beamer uitviel tijdens de strafschoppenserie bij Nederland-Costa Rica kon je goedbeschouwd niet eens echt een belevenis noemen.

Toen we het café weer binnen stapten, voelde het alsof we terugkwamen van een wel heel verre reis. Alles was er nog hetzelfde: van de kleedjes op tafeltjes tot de vrouw achter de gokkast en met André Hazes werd nog even hard meegezongen.

Het viel me van mezelf tegen dat we het tijdens onze eerste avond uit in een mum van tijd al weer over De Dochter hadden. Of ze stil was, over die rode, schrale plek in haar hals, dat haar ontlasting sinds ze hapjes at steeds compacter werd en hoe snel ze uit haar kleren groeide.

Op de vraag hoe of het ouderschap beviel, hoorde ik mezelf zeggen dat het niet lang meer kon duren voordat ze haar beentjes in de lucht zou gooien. De vriendin liet foto’s en filmpjes zien. Er werd belangstellend bij geknikt.

„Ja ja”, zuchtte een oude bekende. „Hier is Bobby overleden.”

Bobby was de poedel, die altijd onbeweeglijk in een mand achter de bar had gelegen. ‘Gewoon ingeslapen’ was een manier van sterven die je passend zou kunnen noemen.

De vriendin vertelde dat De Dochter de kat in een oor had geknepen. Van de gezichten viel af te lezen dat niemand meer wist waarom wij ook al weer gezellig waren.

Hadden we ons hier nu zo op verheugd?

Na een sms van de oppas hoefden we geen bier meer.

De oppas die we, voordat we gingen, nog heel geduldig hadden uitgelegd hoe of ze naar Netflix kon kijken omdat het wel eens heel laat zou kunnen worden, had geen film kunnen zien. Ze had een kleur op de wangen van ellende. Ze had echt alles gedaan, maar niets had geholpen en ze wilde nog niet weten van een eventuele volgende keer. Er was maar een conclusie mogelijk: De Dochter had ons enorm gemist.