Al die conflicten? De Europese Unie spat echt niet uiteen, hoor

Ja, ruzie is er genoeg in Europa. Maar moeten we ons daar zorgen over maken? De grote spanningen zijn geen voorbodes van het Europese einde maar onderstrepen dat de EU normaal is geworden, meent Adriaan Schout.

illustratie cristina sempaio

Een Britse krant kopte in 1965 dat Mick Jagger de Rolling Stones verlaat. 52 jaar later is hij nog steeds de zanger ondanks de vele berichten dat de Stones zouden stoppen. Vaak moet ik aan dat artikel denken wanneer berichten weer oplaaien over dat de EU opnieuw op imploderen staat. Nicolas Sarkozy, die met zijn politieke comeback bezig is, verklaarde vorige week pathetisch dat Schengen dood is, en hij klonk welhaast als David Cameron met zijn pleidooi om lidstaten meer centraal te stellen. Ondertussen verbrokkelt de solidariteit in de eurozone en in de Schengenzone en willen Oost-Europese landen geen vluchtelingen van Duitsland of Nederland overnemen. Het is nu zelfs zo dat de traditionele discussies over de Europese uitbreiding plaatsmaken voor de mogelijke uittreding van het Verenigd Koninkrijk. Natuurlijk wachten we ook op de volgende fase in de eurocrisis gezien de achterblijvende hervormingen in Griekenland, Italië en Frankrijk. EU-lidstaten kampen met hoge werkloosheid, maar de lidstaten en EU-instellingen krijgen het maar niet voor elkaar om de miljarden uit de landbouwfondsen door te sluizen naar productieve investeringen. De EU kan blijkbaar geen problemen oplossen en heeft daarom de burger kennelijk weinig te bieden. Wat rest zijn spetterende politieke spanningen tussen Oost en West en tussen Noord en Zuid. Verzuurde vergaderingen in Brussel inspireren slechts nog de eurosceptici en Europese filosofen klagen dat de EU de mensen geen gevoel van hoop meer geeft.

Er is ook een wezenlijke omwenteling te zien in het verhaal achter Europese integratie. Tot dit jaar was integratie het antwoord van de versnipperde Europese landen op globalisering. De EU vormde de opstap naar het post-nationale tijdperk waarin mondiale machtsblokken de dienst uitmaken. In rap tempo wordt nu duidelijk dat de natiestaat toch weer centraal staat. Nationalistische sentimenten lijken aan de winnende hand in bijna alle lidstaten, van Polen in het Oosten, Finland in het Noorden tot het ooit federalistische België van Guy Verhofstadt in het hart van de EU waar de Nieuw-Vlaamse Alliantie van Bart de Wever inmiddels de grootste partij is. Het post-nationalisme is voorbij en de grenzen zijn weer terug. Commissaris Timmermans is slechts één van de vele politici die waarschuwt dat de EU uiteen dreigt te vallen.

Uiteenvallen zal de EU echter niet. Oost-Europese landen hebben enorme economische voordelen juist bij het vrij verkeer van personen, en het vrije reizen is de overwinning op het IJzeren Gordijn. De drempel om uit Schengen te stappen is daarom bijzonder hoog en zou tot zeer grote woede leiden onder de Oost-Europese bevolkingen. Naast de voordelen van de interne markt is het vertrouwen in de Europese instellingen veel groter dan in de eigen overheid. De EU staat voor modernisering, internationaal onderwijs en kansen, terwijl de eigen regeringen veelal staan voor matig bestuur of regelrechte corruptie.

De grote spanningen zijn geen voorbodes van het Europese einde maar onderstrepen dat de EU normaal is geworden. Zo rommelig en onvriendelijk ziet politiek er nu eenmaal uit. Ook in Nederland staan politici kijvend tegenover elkaar. Het kabinet viel dit jaar bijna over de bed-bad-broodregeling, de hervorming van ons belastingstelsel lijkt veel op Europese ‘too little, too late’ aanpassingen, en een enkele windmolen veroorzaakt hier veel reuring. In politieke processen gaat het om veranderingen waarin sommige partijen winnen en andere verliezen. Compromissen worden op het scherpst van de snede bevochten en moeten altijd in de kortste keren weer worden bijgesteld. Politieke strijd is noodzakelijk: zo worden alternatieven kritisch doorgenomen, blijkt waar draagvlak voor is, en zien achterbannen dat maximale moeite is gedaan om hun belangen te verdedigen.

Het is niet verbazend dat we knallende politieke ruzies zien op EU-niveau. Het is eerder verwonderlijk dat zovelen schrikken van het wapengekletter. Kennelijk overheerst het technocratische beeld van Europese onderhandelingen waarin nette dames en heren rationeel en in alle redelijkheid in één vergadering wel even nationale tradities of landbouwbudgetten op de kop kunnen zetten. Gelukkig is dat niet zo, want het zou volstrekt niet werken. De EU is een politieke strijdmachine zoals die hoort te zijn.

Tien jaar geleden werd geklaagd dat er te weinig aandacht was voor de EU en dat kranten er te weinig over schreven. Inmiddels gaat de EU over zware politieke onderwerpen, variërend van economische hervormingen tot het opnemen van grote aantallen islamitische vluchtelingen in landen die geen multiculturele traditie hebben. Natuurlijk gaat dat gepaard met harde woordenwisselingen. Net als op nationaal niveau stuiten dergelijke onderhandelingen op vertragingen. Ze kunnen zelfs (tijdelijk) ontsporen, zoals we een paar maanden geleden zagen toen de Griekse bevolking ‘nee’ zei in het referendum over de afgedwongen bezuinigingen en hervormingen. Dat hoort allemaal bij het politieke bedrijf. Het enige land dat zich hieraan lijkt te willen onttrekken is het Verenigd Koninkrijk. Alle andere accepteren dat in de EU voortdurend pijnlijke aanpassingsonderhandelingen gevoerd worden om tot compromissen te komen.

Het is naïef om te schrikken van de Europese ruzies. Ondertussen is ook veel bereikt maar natuurlijk niet in een paar weken. Zo werkt politiek. Europa is dus doodnormaal.