'Nooit was het zo erg in Hebron, microkosmos van de bezetting'

Bij het geweld in Israël en Palestina speelt Hebron een hoofdrol. Daar worden 175.000 Palestijnen gegijzeld door 600 Joodse kolonisten. De situatie is gespannen. „Na zonsondergang blijven we binnen”, zegt een Palestijn.

Israëlische politie bij een militair checkpoint in Hebron, op de plaats waar volgens het Israëlische leger een Palestijnse vrouw een aanval probeerde uit te voeren met een mes. Foto Abed Al Hashlamoun/AP

De olijfboomgaard van Idris biedt een panoramisch uitzicht over Hebron. Daar, wijst de 66-jarige vader van zeven aan, is de oude stad, met de markt. En daar, op het dak van dat hoge gebouw, zijn Joodse kolonisten schietoefeningen aan het doen. In de verte is hun geknal te horen.

In Hebron, een Palestijnse stad op de Westelijke Jordaanoever, is de situatie altijd gespannen. Waarnemers omschrijven Hebron als de microkosmos van de bezetting: zeshonderd Joodse kolonisten bezetten gebouwen en een paar straten in het hart van de Arabische stad die 175.000 inwoners telt. Deze bezetting is illegaal volgens het internationaal recht.

Nu het geweld in Israël en Palestina sinds oktober is opgelaaid, staat Hebron in het middelpunt van de belangstelling. Zeker vijf Palestijnen werden er doodgeschoten door het Israëlische leger, vorige week donderdag was het weer raak. Er worden Joodse kolonisten doodgestoken. En ook de Palestijnse verdachten van veel aanslagen die elders worden gepleegd komen uit Hebron.

Dagelijkse frustratie

Anders dan in bijvoorbeeld Nablus of Ramallah leven Israëliërs en Palestijnen in Hebron vlak bij elkaar. Daardoor zijn er voortdurend politieke en sociale spanningen tussen de twee bevolkingsgroepen. En er is ook een religieuze component: sinds twee decennia moeten moslims en joden de heilige plaats delen waar Abraham begraven zou zijn.

Volgens onderzoekers van het Israëlische Meir Amit Intelligence and Terrorism Information Center zou de motivatie voor inwoners van Hebron om aanslagen te plegen onder meer voortkomen uit de dagelijkse frustratie in de omgang met kolonisten. Israël brengt permanent een forse troepenmacht op de been om de kolonisten te beschermen. De belangrijkste winkelstraat is om veiligheidsredenen gesloten, en veel Palestijnse inwoners moeten dagelijks door een checkpoint. Soms wonen de kolonisten recht boven marktkooplui, die met netten moeten worden beschermd tegen het vuilnis, de poep en de stenen die naar beneden worden gegooid. Bij de klim naar de boomgaard van Idris sta je ineens oog in oog met Israëlische soldaten die een wachttoren bemannen.

Meest ideologische kolonisten

Van alle Israëlische kolonisten op de Westelijke Jordaanoever gelden die in Hebron als de meest ideologische, nationalistische en religieuze. Sommigen van hen zijn lokale beroemdheden. Zoals Baruch Marzel, met zijn rechts-extremistische ideologie die dicteert dat Joden verheven zijn boven andere volkeren. Van anderen, zoals Anat Cohen, is veelvuldig op beeld vastgelegd hoe ze Palestijnen of internationale waarnemers slaan.

Marzel in actie:

Idris weet er alles van. Marzel is zijn bovenbuurman, Cohen zijn benedenbuurvrouw.

„Ik krijg de olijfoogst niet af doordat ik continu word lastiggevallen. En als er wat is, heeft de Israëlische politie het altijd zogenaamd druk.”

Terwijl de kolonisten onder het Israëlische civiel recht vallen, zijn de Palestijnen onderworpen aan militair recht.

Het gevoel dat kolonisten en soldaten twee handen op één buik zijn, is misschien nog wel het ergst, zegt Idris. Erger dan afgesloten winkelstraten, checkpoints of door kolonisten overgenomen gebouwen. Dit leidt er ook toe dat de inwoners van Hebron het eenvoudigweg niet meer geloven als de Israëlische autoriteiten zeggen dat ze een Palestijnse messentrekker hebben doodgeschoten. Dat mes, zeggen de Palestijnen dan, is er neergelegd door de Israëliërs.

In september werd de achttienjarige studente Hadeel al-Hashlamoun gedood door soldaten bij een checkpoint op weg naar de oude stad van Hebron. Al-Hashlamoun, die een gezichtssluier droeg, werd neergeschoten nadat ze had geweigerd om door een man te worden gefouilleerd. Overigens is in haar geval door het Israëlische leger en door mensenrechtenorganisatie B’Tselem bevestigd dat ze een mes droeg. Maar zelfs het leger geeft toe dat het onnodig was dat ze met tien kogels werd doorzeefd.

Intussen vraagt Israël zich af wat het kan doen tegen de aanslagen. Sinds vorige week wordt elk Palestijns voertuig in de omgeving van Hebron en Bethlehem gecontroleerd. Kruispunten worden afgesloten, troepen versterkt en extra infanteriebataljons aangerukt. In een kabinetsvergadering verklaarde premier Netanyahu dat hij de ordetroepen de opdracht heeft gegeven om hun aandacht specifiek te richten op Hebron en de gebieden eromheen.

Maatregelen ter afschrikking

Behalve op het beperken van de bewegingsruimte van mogelijke aanslagplegers worden ook maatregelen ter afschrikking overwogen. Zo is in defensiekringen voorgesteld om de familieleden van aanslagplegers te deporteren naar de Gazastrook. Anderzijds zegt het leger weer dat Palestijnen ‘zo normaal mogelijk’ moeten kunnen leven, om hun frustraties weg te nemen.

Voor de inwoners van Hebron is het leven al jaren niet meer normaal, zegt olijfplukker Idris. „Maar zo erg als het nu is, heb ik het nog niet meegemaakt.” Veel vaker dan voorheen wordt hij tegengehouden door soldaten en gefouilleerd. En de angst voor de kolonisten neemt alleen maar toe.

„We gaan niet meer alleen over straat. We zorgen er altijd voor dat we minstens met z’n vijven zijn. En na zonsondergang gaan we de straat niet meer op.”

Het einddoel van de kolonisten, denkt Idris, is dat ze de Palestijnen stukje bij beetje weg willen hebben. „Mijn onderbuurvrouw heeft me bizarre bedragen geboden voor mijn land”, zegt hij, terwijl hij wijst op het rotsige graslandje waar zijn olijfbomen staan, enkele tientallen in totaal.

„Maar nooit zal ik toegeven. Ik geef haar nog geen steen.”