Zijn hoezen waren vaak even experimenteel als de muziek

Bowies albumhoezen waren niet minder experimenteel dan zijn muziek. Ze zijn een slideshow van zijn voortdurende gedaanteverwisseling.

In 1964 interviewde de BBC David Robert Jones (17), oprichter van The Society for the Prevention of Cruelty to Long-haired Men. Zijn klacht: „Het is niet leuk als de mensen je schatje en zo noemen.”

In 1967 bracht Jones onder de naam David Bowie zijn eerste album uit. Voor de hoes poseerde de twintigjarige zanger bijna als een schooljongen: in coltrui en met een kort kapsel waar weinigen aanstoot aan zullen hebben genomen.

Later in zijn loopbaan maakte Bowie spraakmakender hoezen. De sleeve art van zijn albums was niet minder experimenteel dan zijn muziek, vaak gemaakt met kunstenaars en altijd - behalve op zijn laatste album Blackstar - met zijn eigen kameleontische uiterlijk als uitgangspunt.

Op zijn tweede album – Space Oddity uit 1969 – stond Bowie met een Tina Turner-achtig permanentje in een schilderij van de Frans-Hongaarse op-artkunstenaar Victor Vasarely. Weer twee jaar later lag hij op The Man Who Sold The World met schouderlang haar in een jurk op een divan, een pose die ontleend is aan een negentiende-eeuws schilderij van Dante Gabriel Rossetti.

En zo verbaasde Bowie steeds opnieuw. Op Hunky Dory (1971) poseerde hij als een mellow yellow Marlene Dietrich, voor Aladdin Sane (1973) liet hij zich halfnaakt fotograferen, met oranje haar en een bliksemflits over zijn voorhoofd (een motief dat hij naar eigen zeggen aan zijn waterkoker ontleende).

De Belgische kunstenaar Guy Peellaert tekende Bowie voor Diamond Dogs (1974) als menshond, met geprononceerde genitaliën, al werden die al snel weg geretoucheerd. Op Station To Station (1976) introduceerde hij de ‘thin white duke’, het graatmagere hoofd opvallend klein afgebeeld. Maar zeven later had hij zijn dieet van rode paprika, melk en cocaïne afgezworen en stond hij op Let’s dance (1983) als een gebruinde bokser.

Ontwerper Jonathan Barnbrook speelde voor The Next Day (2013) met het concept van Heroes. Hij ontwierp ook de verrassende hoes van het vrijdag verschenen Blackstar : een grote zwarte ster met daaronder, kleiner, vijf delen van die ster waar je de naam Bowie in kunt lezen. Voor het eerst staat Bowie niet zelf op de hoes. Maar hij zingt als vanouds, alsof hij nog een heel leven voor zich heeft.