Column

Wie wil er vechten tegen broodrovers?

Voor vakbonden is Rotterdam heilige grond, ook al is het soms opgespoten grond. De haven is het klassieke strijdtoneel van arbeid en automatisering. Voor wie van klassenstrijd houdt: havenbaronnen versus arbeiders, al zijn de baronnen nu gewoon bedrijfsleiders in dienst van buitenlandse eigenaren.

Als bonden een landelijke staking met een knal wilden beginnen, zoals in 2004, namen Rotterdamse havenarbeiders de eerste dag voor hun rekening. FNV, CNV en MHP staakten toen tegen het tweede kabinet-Balkenende.

Of de havenstaking in 1970, die ertoe leidde dat álle werknemers 400 gulden (182 euro) netto erbij kregen.

De staking nu lijkt vooral op een scène uit 1905, zoals Harry van Wijnen die beschrijft in zijn biografie van D.G. van Beuningen, de weergaloze havenondernemer. Van Beuningen ontwierp in het diepste geheim ‘Pluto’, een drijvende machine die kolensjouwers deels overbodig maakte. De machine gaat het zwaarste werk van jullie overnemen, zei Van Beuningen. Hij beloofde meer omzet, werk én loongaranties als het werkvolk niet meer zou staken. In die tijd onderhandelde een havenondernemer nog gewoon zelf. De kolensjouwers pikten het. De arbeiders in de graansector staakten vergelijkbare mechanisering kapot. Zij noemde die machines ‘broodrovers’.

De stakingsacties onderstrepen twee maatschappelijke trends. De eerste is de vierde industriële revolutie. Na de stoommachine, de verbrandingsmotor en de computer nu de robotisering. Onbemande voertuigen zullen straks op gloednieuwe Rotterdamse haventerminals de containers verplaatsten. Dat kost banen. Nu werken daar bijna vierduizend mensen.

Over een baangarantie zijn partijen het bijna eens. Het geschil gaat nog over de voorwaarden. Ook het ouderenbeleid verdeelt. FNV en CNV willen dat ouderen minder uren maken met behoud van hun pensioenrechten.

De inzet van robots is een test voor de praktijkoplossingen uit een recent rapport over dat onderwerp van denktank WRR, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. De bonden grijpen terug op een variant van vervroegd uittreden, een idee uit het WRR-rapport. De VUT is tien jaar geleden afgeschaft. Politieke druk om dit te herstellen, zie ik nog niet.

Het is jammer dat de werkgevers de kans voorbij laten gaan voor een robotdividend, ook een WRR-idee. Dat blijft prikkelend: laat mensen die als gevolg van het inhuren van robots hun baan verliezen meedelen in de productiviteitswinst van de machine.

De tweede trend die zich hier manifesteert, is de afkalvende invloed van de vakbonden, met name van de grootste, de FNV. In Rotterdam werd de kersverse staking meteen doorkruist door een voorlopig akkoord tussen de ondernemingsraad van een van de containerbedrijven en hun werkgever.

In verschillende grote bedrijfstakken hebben werkgevers zelf de FNV vorig jaar buitenspel gezet door met andere bonden een akkoord te sluiten. Bij de onderhandelingen over een raam-cao voor ongeveer 800.000 werknemers bij overheid en onderwijs wilde FNV niet tekenen. De bond verloor daarover vervolgens twee rechtszaken. Bij de politie-cao, waar de bonden langdurig én met acties hadden onderhandeld, boekten zij wél betere resultaten.

Tegen de achtergrond van steeds machtiger bazen, steeds krachtiger robots en tweespalt tussen stakers en werkwilligen is de vraag: is dit hier de laatste vakbondsstrijd?

Kunnen de bonden winnen? Zij moeten niet verliezen.