Waarom Bowie geen filmster werd

De echte Bowie hield hij verborgen, hij speelde altijd een rol. Even leek hij voor het acteren te kiezen. Een filmster werd hij nooit.

David Bowie in The Man Who Fell To Earth

‘Een acteur. Ik geloof in mijn rol. Bowie gaat over acteren.” Dat zei David Bowie in 1975 in de BBC-documentaire Cracked Actor. Logisch: na tien jaar net niet-doorbraken besefte hij dat zijn eigen muziek en persoonlijkheid niet volstonden. Niet David Bowie was in 1973 doorgebroken, maar zijn personage Ziggy Stardust, de biseksuele glamrocker met oranje spijkerhaar. Het was zijn eerste podiumrol die echt aansloeg.

David Bowie, geschoold in mime, maakte rock tot theater. Authenticiteit vond hij een pose, zelf verdween hij liever ongrijpbaar in zijn rollen – in 1975 die van diepvriesdandy Thin White Duke. Een loopbaan in de film kon dus niet uitblijven.

Bowies echte filmdebuut was als Thomas Newton in The Man Who Fell to Earth, een alien die zijn stervende planeet wil redden maar niet meer van de aarde ontsnapt. Nicolas Roeg, die in 1970 Mick Jagger al had geregisseerd in Performance, raakte gefascineerd door de zwaar cokeverslaafde Bowie in de docu Cracked Actor: broodmager, vervreemd, paranoïde snuivend en bekkentrekkend in zijn limousine – maar tegelijk lucide en scherp.

Bowie verstopte zich tijdens de opnames in zijn trailer vol boeken en occulte objecten, herinnert Roeg zich. Hij wás de geïsoleerde Thomas Newton, Roeg had hem in zekere zin betrapt. Bowie keek er zelf dan ook met gemengde gevoelens op terug. „Gelukkig betaalde hij me goed”, zei hij - bij zijn album Low zag hij er een jaar later nog steeds uit als Newton.

Een filmster werd David Bowie niet. In 1978 speelde hij in het fiasco Just a Gigolo een Pruisische Junker die in de Weimarrepubliek gigolo wordt. „Mijn 32 Elvisfilms in één”, zei hij achteraf. Meer succes had hij in september 1980 op Broadway, waar hij de grotesk vervormde negentiende-eeuwse circusattractie Joseph Merrick speelde, alias The Elephant Man: een rol waarin Bowie al zijn mimetalent kon uitleven.

In 1980 leek hij voor acteren te kiezen. Zijn album Scary Monsters was een soort terugblik op zijn muzikale doorbraak, daarna volgde drie jaar stilte. Wellicht uit creatieve uitputting, wellicht omdat hij als dertiger twijfelde over zijn houdbaarheid als popster, en wellicht om zijn platenmaatschappij RCA en ex-manager Tony Defries, die tot 1983 16 procent van Bowies inkomsten opstreek, een hak te zetten.

Misschien zijn beste rol speelde Bowie in 1982 als gedoemde dichter en rokkenjager in de experimentele Bertold Brecht-bewerking Baal voor de BBC: zweterig, met stoppels en zwarte tanden. Een jaar later was hij met Catherine Deneuve te zien als razendsnel verouderende vampier John Baylock in de sensuele horrorfilm The Hunger, die in de bioscoop flopte, maar op video uitgroeide tot culthit. Op die filmset raakte Bowies zoon Duncan Jones bezeten door film: hij werd bekend als regisseur van de sciencefictionfilms Moon en Source Code.

Bowies tweede grote rol van 1983 was de door zelfhaat gekwelde, rebelse majoor Jack Celliers in een Japans krijgsgevangenkamp. Bowies acteren in Merry Christmas, Mr. Lawrence is zeer ongelijkmatig, vooral door het gebrek aan regie van Nagisa Oshima: hij verlamde zijn Japans cast met aanwijzingen, maar zweeg bedremmeld tegen Bowie. De film over cultureel onbegrip groeide in Europa niettemin uit tot een semiklassieker.

Toch bracht 1983 niet de geboorte van de filmster, maar de terugkeer van de muzikant. Bowie nam Let’s Dance op, commercieel zijn succesvolste album ooit. En de nieuwe stadionrocker en superster leek sprekend op majoor Jack Celliers: een zongebruinde, helblonde Barbiepop. Acteren, zo had Bowie al in 1979 ontdekt bij zijn single ‘Boys Keeps Swinging’, kon hij ook in zijn eigen videoclips voor MTV, het hipste medium van de jaren tachtig.

David Bowie speelde nog trollenkoning in Jim Hensons poppenfilms Labyrinth , Andy Warhol in Basquiat, Pontius Pilatus in Scorseses The Last Tempation of Christ: zijn filmografie komt tot 38 rollen. Maar dat waren bijrollen of vriendendiensten. Waarom hij geen filmster werd? Het rondhangen op de filmset paste niet bij de hyperenergieke Bowie, die er ook ontdekte hoe gering de invloed van een acteur op een speelfilm is. David Bowie ging over acteren, maar liefst wel met David Bowie als regisseur.