Van wie is naam Elsevier nou echt?

Weekblad Elsevier raakt misschien z’n naam kwijt. Een nazaat van de Elseviers claimt die naam: ze komt toe aan de familie.

Een van de duurste kookboeken ooit: LePastissier Francois,  gedrukt in 1655 door Louis and Daniel Elzevier in Amsterdam. Foto Imageselect

Begin vorige maand kondigde de eigenaar van het weekblad Elsevier aan dat het blad zijn naam aan hem, de uitgever, moet inleveren. Deze krant schreef boven een commentaar: Van wie is Elsevier nou echt?En later kwam NRC met de vraag wie Elsevier nog koopt als het niet meer zo heet. Vorige week werd bekend dat de jonge Amsterdamse uitgeverij New Skool Media het blad wil kopen. In berichten van Elsevier zelf lees ik dat de eigenaar, RELX, „misschien wel het juridische recht” op de naam heeft. Een intrigerende veronderstelling.

Er is veel over de naam en de familie Elsevier geschreven. Ook over hoe de uitgever en het weekblad aan hun naam komen. Bijvoorbeeld in het zestigjarig jubileumnummer van het weekblad in 2005. Daarin wordt het „befaamd uitgevershuis uit de zeventiende eeuw” van de „legendarische dynastie” met stamvader Lodewijk (1547-1617) bejubeld. De „Elzeviers worden de belangrijkste boekverkopers van Europa, die in de Gouden Eeuw een gouden reputatie verwerven”. Vervolgens komt daar een eind aan met het beleid en het overlijden van Abraham Elsevier in 1712 waarmee „de dynastie ophoudt te bestaan”. En daarna stelt het weekblad dat: „door het uitsterven van de Elzevier-familie en de ondergang van hun bedrijf is de naam Elsevier onbeschermd gebleven”. „De familie Robbers, die de uitgeversmaatschappij Elsevier in 1880 opricht, maakt daar dankbaar gebruik van” wat „vermoedelijk wordt ingegeven door de hoop enigszins te profiteren van de reputatie van de beroemde voorganger”. En voor de volledigheid: „De nieuwe uitgeversmaatschappij pikt ook het logo van de Elzeviers in”. Welk ‘juridisch recht’?

Nu kan de uitgever zeggen: dat heeft het weekblad allemaal wel opgeschreven, maar ze voelden toen al nattigheid want in de jaren negentig wilde toenmalig CEO Vinken al van het blad af. Daarom Pierre Vinken zelf aan het woord: in de door Elsevier Science gesponsorde uitgave ‘Boekverkopers van Europa, Het 17de-eeuwse Nederlandse uitgevershuis Elzevier’ schrijft hij in 2000 een uitvoerig artikel over ‘Het Elzevier Non solus-drukkersmerk’. De harde kern van de familie passeert de revue: stamvader Lodewijk, zijn zonen Matthijs en Bonaventura, Matthijs’ zonen Abraham en Isaac en hun neef Daniel. Hij benadrukt de wijde verbreiding van de naam met wetenswaardigheden als het Italiaanse ‘elzeviri’ voor een lettertype en het Franse ‘un elzévir’ en Engelse ‘an Elzevir’, beide voor wat wij nu een pocketboek noemen. Over de oorsprong van de naam is Vinken glashelder: „hun naam leeft voort in die van het huidige internationale uitgeversconcern” en heeft „behalve de naam ook de Non solus-imprint ontleend aan de zeventiende-eeuwse Elzeviers”. Duidelijker kan niet.

Het bedrijf kan dan ten onder zijn gegaan in 1712 maar zijn naam galmde nog eeuwen na. Juist in de negentiende eeuw ontstond een ware ‘elzevieromanie’ met een groot aantal publicaties over die ‘dynastie’ en zijn activiteiten, met als onbetwist hoogtepunt het standaardwerk van Alfons Willems in 1880. Ook in de vorige eeuw ging dat door met bijvoorbeeld die van Samuel Hartz, uitgegeven door Elsevier in 1955. Nog in 1997 werd de vierhonderdvijftigste geboortedag van Lodewijk Elsevier gevierd met een congres in Leiden. En overigens: uitgestorven is de familie allerminst.

De uitgever en het weekblad gebruiken de naam dan wel, en hebben zijn bekendheid ongetwijfeld in stand gehouden, maar welk recht heeft de uitgever – die zelf zegt dat hij de naam en het logo heeft gepikt – nu opeens om een ander het gebruik te ontzeggen van een naam die niet de zijne is en wiens bekendheid niet zijn verdienste maar wel de aanleiding was om hem in 1880 te gebruiken.

De uitgever wil dat het weekblad zijn naam inlevert, want hij wil hem exclusief voor zichzelf alleen. Mocht het inderdaad zo ver komen dan claim ik bij deze alvast de Nederlandse en Europese domeinnamen zodat die toekomen aan wie ze eigenlijk altijd al toebehoren: de familie. En misschien beginnen we dan wel een opinieweekblad. Onder het motto: ‘Non Solus’. Dat betekent namelijk: ‘niet alleen’.De familie weet dat al bijna vierhonderd jaar.