Van bumper naar bakplaat

Schrijfster Pia de Jong is met haar gezin verhuisd van Amsterdam naar Princeton, in de VS. Ze schrijft wekelijks over wat haar daar opvalt.

Illustratie Eliane Gerrits Illustratie Eliane Gerrits

De wapenwetgeving is hier in Princeton streng. Het is strikt verboden een geweer bij je te dragen. Het dodelijkste toegestane wapentuig is pijl en boog, en dat slechts enkele dagen per jaar én met een officiële vergunning. Sluip je eindelijk als namaak-indiaan rond, moet je ook nog verplicht een fluorescerend oranje pak aan, zodat mogelijke slachtoffers je van mijlenver zien aankomen. Dankzij al deze regels wordt er dan ook bijna niemand geraakt. Als die enkele gevaarlijke dagen in het jaar voorbij zijn, halen ze allemaal weer opgelucht adem: de herten in ons bos.

Toen Nederlandse vrienden begonnen over de overheerlijke haas, konijn en reerug die ze met de feestdagen gingen serveren, besloot ik, hoewel zelf aspirant-vegetariër, ook wild op het menu te zetten. Zo moeilijk leek dat me niet: dit is een schietgraag land en het bos rond ons huis is vergeven van de reeën. We struikelen soms letterlijk over Bambi en zijn familie in de tuin. „Ratten met geweien”, noemt men ze hier.

Maar mijn zoektocht was tevergeefs. Nergens een hertenbout te krijgen. Wild verkopen blijkt in New Jersey verboden. Omdat ik me niet graag nee laat verkopen, ging ik op zoek naar een lokale jager. Wederom kwam ik voor een verrassing te staan. De jacht is aan strikte regels gebonden, althans op dieren – mensen zijn vogelvrij.

Andrew, een vriend van mijn zoon, deelt mijn verbazing. Hij is net verhuisd uit het Diepe Zuiden. Daar had hij zoals iedereen zijn eigen geweer, een cadeautje voor zijn zesde verjaardag. Diezelfde dag kreeg hij van zijn vader zijn eerste schietles. „Tijdens het jachtseizoen nam ik mijn geweer gewoon mee naar school”, vertelt hij, „alwaar ik het in mijn kluisje legde. En zondag nam ik het mee naar de kerk natuurlijk. Want daarna gingen mijn vrienden en ik altijd nog wat voor het avondeten schieten.”

De volgende dag komt hij me een tijdschrift brengen: Outdoor Life, met een magnifiek mannetjeshert op de cover. The Meat Issue, heet deze aflevering met als ondertitel ‘Jaag, slacht en feest.’ Van wild dier tot gebraden hap. Het is een uitgave vol karkassen, gelardeerd met advertenties voor geweren, jachtkleding en messen. Paginagrote illustraties leggen uit hoe je een hert vilt en verwerkt, wat anders dan de koekjesrecepten in de Allerhande.

Dan vouwt Andrew het tijdschrift open bij een stuk over roadkill, aangereden wild. Herten, fazanten en eekhoorns die niet goed opletten bij het oversteken. Ooit zag ik in het Wilde Westen een restaurant met de naam From Your Grill to Ours – van uw bumper naar onze bakplaat.

Verder onderzoek brengt nuttig advies. Steek bijvoorbeeld eerst een stokje in het oog van het hert. Als het niet knippert, is het dood. Controleer of het dier zijn vacht goed heeft verzorgd en dus geen hondsdolheid heeft. En uitkijken voor de vlooien en teken, die graag van het zinkende schip overspringen naar een warmer lichaam. Allemaal handig om te weten. Roadkill is trouwens voor iedere portemonnee. Een hert smaakt even goed of je het nu aanrijdt met een Mercedes of een Toyota.

„Ook dit is illegaal hier”, zegt Andrew verongelijkt. „Je mag zelfs je aangereden hert niet opeten. Doodzonde.” Uiteindelijk ga ik maar naar de supermarkt om inkopen te doen. Als ik tegen het vallen van de avond terugrijd met een pak karbonaadjes, staat er plotseling een kudde reeruggen op de weg. Ik slalom er keurig netjes omheen.