Popvrouwen sluiten pact met elektronica

Te oordelen naar drie nieuwe albums houden solozangeressen nauwkeurig hun vinger aan de pols van de muziektrends. In Nederland, tenminste. Nu de singer-songwriter met de akoestisch gitaar langzaamaan wordt verdrongen door zangers met elektronische begeleiding hebben ook Eefje de Visser, Rita Zipora en Aafke Romeijn een pact met elektronica gesloten.

Deze drie jonge zangeressen hebben meer gemeen. Ze componeren zelf, schrijven soepele teksten en zingen in het Nederlands. De 29-jarige Aafke Romeijn is lerares Nederlands, en het leven voor de klas komt terug in haar teksten. Ze zingt met luchtige stem; in openingsnummer Blokken neigt de stijl naar ‘zuchtmeisje’. Maar de toon zwenkt meteen daarna, in Je Doet Je Best Maar, naar duister en boosaardig (‘Als je me echt dood wil hebben, dan kom je maar langs, bel maar aan’). En verder gaat het, naar het Depeche Mode-achtige Haider; luchtig en dansbaar.

Op haar vorige album knorden de synthesizers in A2, of suisden dominant (Bint). Nu zijn de instrumentaties mooi uitgewerkt en afwisselend. De nummers zijn voor een groot deel geslaagd, al klinkt Romeijn soms, zoals bij Een Man Met Een Agenda, wat licht.

Bij Eefje de Visser (foto boven), de populairste van dit drietal, is de verandering het grootst. Na twee eerdere albums met begeleiding van akoestische gitaar, is Nachtlicht nu goeddeels elektronisch. De muziek wordt een serene stroom die De Vissers stem omspoelt en kabbelt – in mineur, met soms een vlaag van opgewektheid.

Die stem is zo gedempt en gedrenkt in galm dat hij soms lijkt te verdwijnen in de klankstroom. De vernuftige teksten waar De Visser bekend om staat, zijn daardoor nauwelijks te verstaan. Nachtlicht is smaakvol en mooi gedoseerd, maar de nummers worden onderling gelijkvormig. De momenten van opwinding (zoals het twinkelende refrein in Mee) zijn schaars.

De muzikale ontwikkeling van Rita Zipora, die in 2014 debuteerde, heeft een stijgende lijn. Op haar onlangs verschenen EP1 (EP2 volgt binnenkort) staan vijf nummers die muzikaal, tekstueel en in presentatie verrassen. Zipora’s voordracht heeft een gedreven ondertoon; je gelooft haar, en vreest haar in gelijke delen. De tekst van Het Explodeert valt mooi samen met het explosieve refrein, dat door heldere zang en onderaards grommende elektronica wordt opgestuwd. Huid Op Huid klinkt teder. God, ten slotte, knettert en schudt en frappeert met het refrein: ‘Ik geloof niet in God maar wel in de duivel/ hij slaapt in de keuken achter de wodka’.