Plaistows jazz ontwikkelt zich als patronen van Escher

Kometen schieten zwart-wit in de ruimte op de toeschouwer af. Saturnus met zijn ringen komt voorbij, en de vele manen, waaronder de grootste, Titan. Een aardsdonkere ondergrondse zee. Sterk uitvergrote kristallen. Ruimtegruis.

Het Zwiterse trio Plaistow schept bij zijn concert voor een groot scherm met visuals een kosmische, minimalistische sfeer naar aanleiding van hun recente album Titan. Het is een ode aan de manen van Saturnus in onopgesmukte hypnotiserende trancejazz die niet om de solo’s draait maar om een bedwelmende, aanzuigende werking.

De ingehouden kracht van Plaistow, dat nu naam maakt, is fascinerend. Pianist Johann Bourquenez zet met zijn handen vooral actief in het middenregister herhalende patronen uit, als schetsen voor soundscapeachtige nummers. Vaak raakt hij maar één toets, die hij tegelijk dempt in de snarenbak. De variatie is hard of zacht, waaraan Cyril Bondi (drums) en Vincent Ruiz (contrabas) vervolgens zonder veel fratsen hun stemmen toevoegen.

Plaistow speelt een soort postmoderne jazz, die ontwikkelt als de patronen van Escher. Veel tijd wordt genomen voor herhalingen, tot daaruit ineens een totaal ander klankbeeld ontwikkeld blijkt. Saai, maar óók dwingend en spannend is het, die vergleiding van introspectieve minimal music naar ontlading. Zachte drums leiden via een snoer van oude waxinehulsjes naar harde rockslagen.