Ode aan Bowie van Ivo van Hove

Regisseur Ivo van Hove, één van de laatsten die met David Bowie mochten werken, duikt in ‘Lazarus’, titelsong van de musical en Bowies testament.

Bloemenzee ter ere van David Bowie, portret door de Australiër James Cochkran (Jimmy C) in Londen. Foto Niklas Halle’n/AFP

Lazarus: de man die uit de dood tot leven werd gewekt. Toen ik deze song van hem gemaild kreeg, wist ik al maanden dat David Bowie doodziek was. En dat hij wilde blijven leven. Het is de titelsong van de musical die hij schreef, samen met Enda Walsh en die ik mocht regisseren.

Een onwezenlijk geluidje klinkt ver weg, een onheilspellende voorbode. Dan een muzikaal intro als een klaagzang, muziek van de pijn, fysieke pijn die je lam slaat.

Look up here, I’m in heaven

Ik ben dood. Na de zin drie nijdige, fatale gitaarklanken. Het is zoals het is.

I’ve got scars that can’t be seen

Littekens van een geleefd leven, diepe littekens, littekens van wonden die voor niemand bekend zijn. Het leven heeft me getekend.

I’ve got drama, can’t be stolen

Ik heb ‘the tits’ meegemaakt. Kan me nooit meer worden afgepakt.

Everybody knows me now

Ik ben van iedereen, voor iedereen, voor altijd. Muziek vloeit als zand in een zandloper over naar zachtere gebieden. De gitaar is sax geworden. Nijd wordt lijden.

Look up here, man, I’m in danger

Ik ben dood aan het gaan. Hij zingt het met angst voor de dood.

I’ve got nothing else to lose

Behalve het leven, heb ik niets meer te verliezen.

I’m so high it makes my brain whirl

Ik ben al in de hemel, in mijn gedachten, ik ben al los van al het aardse en het is als een trip.

Dropped my cell phone down below

David was niet de handigste. Of: ik laat alles achter op de aarde, ik neem niets mee.

Ain’t that just like me

Met zachte zelfspot.

By the time I got to New York

De muziek opent zich, herinneringen.

Toen, die tijd, op aarde, toen ik naar New York verhuisde. „Better than LA, and for sure London. In NY they just say ‘Oh, that’s David Bowie’ and they walk on”.

I was living like a king

Then I used up all my money

I was looking for your ass

Het luide leven in New York, parties, drugs, seks. Een leven vol verleidingen. Ik heb het geleefd, ik heb ervan genoten, alles verspeeld. Ik wou het zo!

This way or no way

She’ll know, I ‘ll be free

Er is geen ontsnappen. En zij, mijn geliefde, weet dat ik vrij zal zijn, bevrijd. Vrij van de aarde, omgeruild voor een ‘Blackstar’.

Just like that blue bird

Ziet nog net een blauw vogeltje, in Amerika een symbool voor geluk. Ik ben gelukkig, maak je geen zorgen.

Ain’t that just like me.

Ik ben dat vogeltje, kijk maar goed. Ik ben er nog, ook al ben ik dood. Hij zingt het blij, vol hoop.

Oh I’ll be free

Glorieus gezongen, extatisch

Just like…that bluebird

Oh I’ll be free

Ain’ that just like me

Me zingt hij als me-e-e-e-e-e-e-. Het woord blijft haperen. Hij kan niet meer praten van de pijn.

Zoals in Heroes raast de muziek triomfantelijk door. En dan neemt de saxofoon het over, Bowie en altijd weer die saxofoon. Een doodsstrijd. Een strijd om te leven. Dat wilde hij, blijven leven. Met zijn dochter waar hij dol op was en zijn fantastische vrouw Iman.

Plots weer dat geheimzinnig melodietje van het begin en die nijdige gitaar. Als een lichaam dat stopt met ademen. Dat dood gaat. De gitaar eindigt met nog één bitse fatale slag op de snaren. Meedogenloos.

Ik heb het voorrecht gehad David Jones te leren kennen, de man die David Bowie eigenlijk was. Dit is zijn testament.