Nieuwe premier N-Ierland moet Sinn Féin omhelzen

De eerste vrouwelijke premier van Noord-Ierland maakte het geweld van de IRA van dichtbij mee. Nu moet ze de band versterken met de oude vijand.

Premier Arlene Foster. Foto Peter Morrison/AP

Noord-Ierland heeft sinds maandag voor het eerst een vrouwelijke premier. De 45-jarige Arlene Foster is benoemd als opvolger van Peter Robinson, die met pensioen is. Martin McGuinness van Sinn Féin werd door de Assembly, het Noord-Ierse parlement, herbenoemd als vicepremier.

Dat betekent dat Foster nauw zal moeten samenwerken met een voormalige IRA-commandant. Zoals velen in Noord-Ierland is zij getekend door de Troubles, de burgeroorlog tussen unionisten (zij die bij het Verenigd Koninkrijk willen blijven) en republikeinen (zij die één Ierland willen). De IRA, het Ierse Republikeinse leger, schoot in 1978 haar vader, een politieagent in deeltijd, in het hoofd. Hij bleef in leven. Ook zelf overleefde ze een aanslag toen de IRA een bom plaatste onder haar schoolbus. In de Belfast Telegraph vertelde ze zich maandag dat ze zich „de geur en de dodelijke stilte, voor het gegil begon” nog voor de geest kan halen.

Maar, zei ze ook, „terwijl die littekens laten zien waar we vandaan komen, mogen ze onze blik op vooruitgang niet vertroebelen.” In december, toen ze benoemd werd als partijleider van de Democratic Unionist Party (DUP), citeerde ze Chronicles of Narnia-schrijver C.S. Lewis: „Er liggen veel, veel betere dingen voor ons dan welke we ook achterlaten.” Een „verenigde gemeenschap” is mogelijk, meent Foster.

Zij zal het goede voorbeeld moeten geven. De afgelopen vijf jaar werd de Noord-Ierse politiek gekenmerkt door verslechterde verhoudingen tussen Fosters DUP en McGuinness’ Sinn Féin, die sinds het Goede Vrijdagakkoord van 1998 de macht moeten delen. De ruzie liep in de herfst zo hoog op dat Londen dreigde het zelfbestuur af te pakken. Foster zei maandag dat ze er genoeg van had dat de regering „synoniem is geworden voor geruzie en gekibbel”. Ze voegde toe: „Dat is niet waarom we gekozen zijn.”

Makkelijk zal het niet worden één gezicht te tonen. Ze begon al onhandig door afgelopen weekeinde de Easter Rising, de opstand in 1916 die uiteindelijk leidde tot de Ierse Republiek, „een zeer gewelddadige aanslag op de staat te noemen”, en bij voorbaat te weigeren bij herdenkingen aanwezig te zullen zijn. Vanuit unionistisch perspectief is dat begrijpelijk: het eiland scheidde zich immers, op het noorden na, af van het Verenigd Koninkrijk. Alleen doet de organisatie in het zuiden er juist alles aan om beide kanten van de geschiedenis te vertellen.

De DUP en Sinn Féin blijven het verder fundamenteel oneens over bijvoorbeeld bezuinigingen, en verdeling van de bijstand. De economische groei in Noord-Ierland loopt bovendien achter bij die van de rest in het Verenigd Koninkrijk. En Foster heeft weinig tijd indruk te maken. In mei zijn er verkiezingen, en de populariteit van de DUP staat onder druk.

Het speelt in haar voordeel dat ze veel ervaring heeft. Ze werd in haar studententijd politiek actief. Sinds 2007 had ze verschillende ministeriële functies, waaronder tot eind vorig jaar minister van Financiën. En tweemaal, in 2010 en vorig jaar, was ze even interim-premier.