N-Ierse premier wil wonden helen

Arlene Foster overleefde in 1988 een IRA-aanslag. Als premier moet ze met een ex-IRA-leider samenwerken.

Premier Arlene Foster. Foto Peter Morrison/AP

Noord-Ierland heeft sinds maandag een vrouwelijke premier. De 45-jarige Arlene Foster is benoemd als opvolger van Peter Robinson, die met pensioen is. Martin McGuinness van Sinn Féin werd door de Assembly, het Noord-Ierse parlement, herbenoemd als vicepremier.

Dat betekent dat Foster nauw zal moeten samenwerken met een voormalige IRA-commandant. Zoals velen in Noord-Ierland is zij getekend door de Troubles, de burgeroorlog tussen unionisten (die bij het Verenigd Koninkrijk willen blijven) en republikeinen (die één Ierland willen). Ze overleefde in 1988 een aanslag toen de IRA een bom plaatste onder haar schoolbus. In de Belfast Telegraph vertelde ze maandag dat ze zich „de geur en de dodelijke stilte, voor het gegil begon” nog voor de geest kan halen. Maar, zei ze ook, „die littekens laten zien waar we vandaan komen, maar mogen onze blik op vooruitgang niet vertroebelen”. Een „verenigde gemeenschap” is mogelijk, meent Foster.

Zij zal het goede voorbeeld moeten geven. De afgelopen vijf jaar werd de politiek gekenmerkt door verslechterde verhoudingen tussen de unionistische DUP en het republikeinse Sinn Féin, die sinds het Goede Vrijdagakkoord van 1998 de macht delen. De ruzie liep in de herfst zo hoog op dat Londen dreigde het zelfbestuur af te pakken. Foster zei dat ze er genoeg van had dat de regering „synoniem is geworden met geruzie en gekibbel”: „Daarvoor zijn we niet gekozen.”

Makkelijk zal het niet worden één gezicht te tonen. De partijen blijven het oneens over bijvoorbeeld bezuinigingen en de verdeling van de bijstand. En Foster, tot gisteren minister van Financiën, heeft weinig tijd indruk te maken. In mei zijn er verkiezingen, en de populariteit van haar DUP staat onder druk.