Multinationals kregen illegale steun

België trok multinationals fiscaal voor. Nu moet er 700 miljoen worden teruggevorderd van bedrijven.

Commissaris Vestager wil laten zien dat ze niet verslapt. Foto AFP

Het onderzoek van de Europese Commissie naar belastingontwijking begint op stoom te raken. In oktober werden Nederland en Luxemburg al op de vingers getikt. Maandag volgde uitspraak in de grootste zaak tot nu toe: België moet 700 miljoen euro terugvorderen aan sinds 2005 oneigenlijk verleende belastingvoordelen, ruim dertig keer zoveel als Nederland moet zien terug te krijgen van koffieketen Starbucks.

De timing is niet toevallig: eind deze maand komt de Commissie met nieuwe voorstellen om de belastingpraktijk in de EU, die sinds de Lux-Leaks-affaire van eind 2014 onder vuur ligt, eerlijker te maken. Het succes daarvan hangt af van de medewerking van lidstaten.

Het is er Europees commissaris Margrethe Vestager (Mededinging) dan ook alles aan gelegen om duidelijk te maken dat zij voet bij stuk houdt. De Deense sprak maandag de hoop uit dat de Belgische zaak „voor momentum blijft zorgen”.

Dat deze zaak zoveel groter is, komt doordat er ditmaal niet één belastingdeal is onderzocht, maar een heel systeem dat tien jaar geleden door de toenmalige Belgische regering werd opgetuigd en ook uitgebreid en openlijk aan de man werd gebracht met de reclameleus Only in Belgium. Daardoor viel het extra op. De Commissie concludeert dat het systeem „illegaal” is en dat alle belastingafspraken (tax rulings) die onder die paraplu zijn gemaakt dat dus ook zijn.

België gaf multinationals een voorkeursbehandeling ten opzichte van niet-grensoverschrijdende bedrijven. Het argument hiervoor was dat multinationals door schaalvoordelen meer winst maken dan ze als ‘gewoon’ bedrijf zouden hebben gemaakt. Ze mochten fiscaal niet worden ‘gestraft’ voor die overwinst.

Carte blanche

Volgens Vestager discrimineerde België daarmee. Extra kwalijk vindt zij het dat bedrijven ook niet hoefden te bewijzen dat hun overwinst elders nog wel belast werd. „Het was een carte blanche om twee keer geen belasting betalen.”

Namen van de 35 betrokken bedrijven werden gisteren niet genoemd. Van de 700 miljoen die moeten worden teruggevorderd komt 500 uit Europa zelf.

De Belgische minister van Financiën Johan Van Overtveldt noemde terugvordering „bijzonder complex” en waarschuwt dat de „gevolgen voor de betrokken bedrijven groot zijn”. Hij wil onderleg met Brussel, maar volgens bronnen binnen de Commissie valt er weinig te bespreken.

Volgens de Commissie hebben bedrijven zelf de plicht om te onderzoeken of bepaalde regelingen niet in strijd zijn met regels voor staatssteun en hadden ze de Commissie hierover kunnen raadplegen. Dat is door geen enkel bedrijf in deze zaak ooit gedaan. De Belgische regering overweegt nog in beroep te gaan bij de Europese rechter, zoals Nederland ook heeft gedaan in de Starbucks-zaak.

Van Overtveldt, van de Vlaams-nationalistische N-VA, zegt dat zijn regering weinig aan te rekenen valt. Het systeem werd indertijd opgetuigd door liberalen en socialisten onder verantwoordelijkheid van toenmalig premier Guy Verhofstadt, nu leider van de Europese liberalen.

Toen de Commissie er vorig jaar februari een onderzoek naar besloot te doen, zette de huidige Belgische regering de regeling meteen in de ijskast. Van Overtveldt noemt het „hypocriet” dat het systeem nu in de media wordt bekritiseerd als „fiscaal onrechtvaardig” door de politici die het indertijd hebben goedgekeurd.