Links passé in Latijns-Amerika? ‘Nee, het is een succesverhaal’

Latino’s ontnemen linkse leiders de macht, maar zijn dankzij hen veel beter af. „Democratie heeft zich voorgoed gevestigd.” 

In een reeks Latijns-Amerikaanse landen moest links het afgelopen jaar macht inleveren. In Venezuela versloeg de oppositie bij parlementsverkiezingen de partij van de overledenpresident Chávez, op de muurschildering. Foto’s Eitan Abramovich/AFP, Israel Chavez/NurPhoto, Ariana Cubillos/AP, Miguel Schincariol/AFP

Michiel Baud (62) is hoogleraar Latijns-Amerikastudies aan de Universiteit van Amsterdam en directeur van het CEDLA.

De historicus Baud kreeg in 2001 landelijke bekendheid als leider van het onderzoek naar koningin Máxima’s vader Jorge Zorreguieta in zijn rol van staatssecretaris tijdens de Argentijnse junta onder dictator Videla.

Hij voelt zich „eenzaam”, zei de Boliviaanse president Evo Morales begin december tegen de Argentijnse krant Página 12. Het was de dag waarop in Argentinië de centrum-rechtse Mauricio Macri werd geïnstalleerd als nieuwe president, na twaalf jaar links-populistisch bewind. „Ik voel me alleen, samen met [de Venezolaanse president] Maduro als anti-imperialistische leiders. De aanblik van het regionale politieke panorama doet pijn.”

Morales doelt op grote verschuivingen in het politieke landschap van Latijns-Amerika het afgelopen jaar, waarbij de grootse drie regerende linkse partijen op het continent grote verliezen moesten incasseren. In Argentinië werd links bij de presidentsverkiezingen weggestemd; in Venezuela behaalde de oppositie een tweederdemeerderheid in het parlement, waarmee de macht van de Socialistische Partij voor het eerst in zeventien jaar werd bedreigd. En in Brazilië ligt president Dilma Rousseff van de Arbeiderspartij, de partij die het land sinds 2003 bestuurt, zwaar onder vuur. 

Internationaal zien waarnemers hierin het einde van de pink tide – een term waarmee de linkse, nationalistisch georiënteerde regeringen die begin deze eeuw in grote delen van Latijns-Amerika aan de macht kwamen, wordt getypeerd. Het begon met de verkiezing van Hugo Chávez in Venezuela in 1999. Daarna volgden Argentinië, Brazilië, Uruguay, Bolivia, Ecuador en Nicaragua. Maar is links wel echt aan het verliezen? Of is er meer aan de hand?

Pink tide is altijd een hybride en onduidelijke term geweest, omdat niemand precies wist wat het was”, zegt Michiel Baud, directeur van het Centrum voor Studie en Documentatie van Latijns-Amerika (CEDLA). „De bedoeling was ermee te zeggen dat Latijns-Amerika, na een periode van militaire dictaturen en daaropvolgende neoliberale hervormingen, links werd zonder radicaal-links te worden. Het betekende vooral dat de staat opnieuw een belangrijke rol kreeg in het oplossen van de sociale en economische problemen van de regio.”

Minder armoede

Het grote probleem van Latijns-Amerika aan het eind van de twintigste eeuw was dat er geen economische groei was, waardoor ongelijkheid en armoede bleven bestaan, zegt Baud. „Tussen 2000 en 2010 was de groei, vooral door de hoge prijzen van grondstoffen, juist enorm. De linkse regeringen die aan de macht kwamen, wendden die economische groei deels voor herverdeling aan. Volgens de laatste cijfers klommen zeventig miljoen Latijns-Amerikanen in die periode uit de armoede op. De armoede daalde van 45 tot 25 procent [van de bevolking].”

Dat is een ongelooflijke vooruitgang, wil Baud maar zeggen, op een continent dat historisch gezien een van de meest ongelijke ter wereld is. „Latijns-Amerika is in zekere zin het succesverhaal van de afgelopen vijftien jaar. Er zijn eigenlijk geen oorlogen, er is een verdeling van rijkdom in gang gezet, er heerst een grotere culturele tolerantie dan in andere delen van de wereld en de seksuele rechten zijn enorm gemoderniseerd.”

Dat links nu toch wordt weggestemd, heeft volgens Baud een andere oorzaak. „Burgers die nu meer te besteden hebben, hebben ook andere wensen. Ze willen stabiele economische groei en zijn de corruptie zat. In Venezuela en Argentinië bezigden de leiders een radicale retoriek gecombineerd met archaïsche politiek: gebaseerd op cliëntelisme en autoritair leiderschap. Chávez kwam de armen cadeautjes brengen, dat is uiteindelijk geen structurele basis voor groei.”

Aardverschuiving

De meeste radicale landen, zoals Venezuela onder Chávez en Argentinië onder het bewind van de Kirchners, die tussen 2003 en 2015 aan de macht waren, keerden op die manier terug naar oude politieke gewoontes. Dat nu juist in die landen een grote politieke verschuiving plaatsvindt, wijst er volgens Baud op dat de pink tide niet één beweging is. „Waar ouderwets – ik noem het ook wel hysterisch – links nu verliest, blijken andere linkse regeringen in de Andes, met name in Ecuador en Bolivia, veel stabieler. Ondanks de autoritaire trekjes van hun leiders proberen zij een soort welvaartsstaat naar westers model te bouwen, en proberen ze – in tegenstelling tot Argentinië en Venezuela – goede relaties met de internationale gemeenschap te behouden”, zegt Baud.

In die Latijns-Amerikaanse landen is de basis van het politieke systeem duidelijk veranderd. „Bij het aantreden van de huidige presidenten, Evo Morales in Bolivia, en Rafael Correa in Ecuador, kregen grote inheemse groepen direct ook een stem. Dat werd vastgelegd in nieuwe grondwetten. In Ecuador zijn zelfs de rechten van de natuur grondwettelijk vastgelegd, al heeft het niet tot veel praktische maatregelen geleid. In die landen wordt werkelijk een basis gelegd voor een nieuwe democratie, door het opbouwen van instituties en het stimuleren van hervormingen en participatie.”

Bolivia, dat na het aantreden van Morales de wereldgemeenschap tartte door de olie- en gasreserves, de watervoorziening en de telecommunicatie te nationaliseren, is nu „het braafste jongetje van de economische klas”, zegt Baud. „Het wordt zelfs door het IMF geprezen om zijn stabiele financiële beleid.”

Bolivia en Ecuador zijn onderdeel van dezelfde linkse golfbeweging, maar volgen een andere koers. Zij proberen een nieuw soort democratie te ontwikkelen én het land verder te moderniseren. Ook zij worden getroffen door de economische teruggang van dit moment, maar vooralsnog zijn zij veel stabieler.

Links blijft prominent aanwezig op het continent, maar Venezuela en Argentinië laten zien dat radicale politiek ook radicale tegenbewegingen oproept. Baud: „Dit is een moment van fundamentele verandering. Waartoe het leidt, durf ik niet te voorspellen. Maar zeker is dat de democratie zich in Latijns-Amerika voor eens en altijd heeft gevestigd.”