Les van ‘Keulen’: laten we heel zuinig zijn op onze politie

Liever de politie de schuld geven dan de ware oorzaak van de Keulse aanrandingen te noemen, is helemaal fout, waarschuwt Sebastien Valkenberg. Het is spelen met vuur, dit soort verdachtmakingen. Op de politie moet je juist zuinig zijn, vindt hij.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Geen wonder dat Duitse politieagenten vorige week naar de media stapten. Ze waren het zat om als incapabel weggezet te worden na ‘Keulen’. Er zouden volgens de lezing tot dan toe geen arrestaties zijn verricht en de minister van Binnenlandse Zaken vond dat de politie „te passief” was geweest. Met dit standpunt kwam hij akelig dicht in de buurt van Ditib, de grootste moslimorganisatie van Duitsland. „Als uit onderzoek blijkt dat inderdaad duizend mannen doelbewust handtastelijk werden en dat de feestende burger niet beschermd kan worden tegen seksuele aanranding, dan verwacht ik consequenties voor de verantwoordelijken.” Voor alle duidelijkheid: onder „de verantwoordelijken” verstond deze organisatie niet de aanranders, maar de politieagenten. Liever de politie laken dan de precieze toedracht van ‘Keulen’ noemen? Was die toedracht, namelijk dat het in Keulen wel degelijk Syrische vluchtelingen betrof, te ongemakkelijk voor de beleidsmakers die juist de poorten hadden opengezet voor deze groep? Afgelopen weekend meldde Bild dat er een expliciete instructie bestaat voor agenten om „geen melding te maken van misdrijven die worden gepleegd door vluchtelingen.” Ik weet niet wat kwalijker is. Proberen dit feit te verdoezelen. Of de bereidheid om de politie als kop van jut te gebruiken. Ongetwijfeld zijn er agenten die niet voldoen of zich misdragen. Wat dat betreft zijn het net gewone mensen. In die gevallen past een berisping of schorsing. Maar een heel korps verdacht maken en dan nog wel en plein public? Dat is geen kritiseren, maar incrimineren.

Zo gaat het vaker, zeker als de politie opereert tegen de achtergrond van de multiculturele samenleving. Ze kan het eigenlijk nooit goed doen. Als iets uit de hand loopt, is het eigenlijk te wijten aan de politie, op zijn minst gedeeltelijk.

Zo kwam de gemeente Den Haag met het voornemen om meer allochtone agenten in dienst te nemen. De maatregel was een reactie op de rellen in de Schilderswijk, na de dood van Mitch Henriquez. Het huidige korps, ging de redenering, zou te blank zijn en daardoor discrimineren. De ferme aanklacht, overigens weinig onderbouwd, is geen aanmoediging voor autochtone agenten om de wijk in te gaan. Een aanhouding transformeert gemakkelijk in een bevestiging dat ze racistisch zijn.

Het is spelen met vuur, dit soort verdachtmakingen. Het politieapparaat is namelijk niet zomaar een van de vele overheidsonderdelen. Je zou het haast vergeten, maar veiligheid is toch echt het allerbelangrijkste artikel dat ze moet leveren. Het belang hiervan is onmogelijk te overschatten. De instelling van een sterk centraal gezag heeft ervoor gezorgd dat de samenleving in de loop der eeuwen minder gewelddadig is geworden. Een sterke zwaardmacht voorkomt dat iedereen zelf de wapens opneemt en zijn eigen veiligheid regelt. Daartoe moeten burgers wel voldoende vertrouwen hebben in de bewaker van de openbare orde. Waar dit vertrouwen tanende is, bijvoorbeeld doordat het wordt ondermijnd door beleidsmakers, dreigt een terugval. Zie de situatie in de VS. De politie daar kan helemaal geen goed meer doen. Met als gevolg dat veiligheid steeds meer een privézaak wordt.

Ook hier is de multiculturele samenleving de context – of misschien is multiraciaal een correctere typering. Het was de afgelopen jaren een vertrouwd patroon. Een blanke agent schoot een zwart iemand neer en de protesten kwamen op gang. Racisme! Vorig jaar kregen de demonstranten bijval van Bill de Blasio, burgermeester van New York. Hij maakte zich zorgen als zijn zoon („biracial”) op stap ging. Die zou wel eens staande kunnen worden gehouden door de NYPD. Dus niet: sommige agenten gedragen zich racistisch. In een paar zinnen werd het complete korps van de metropool gediskwalificeerd. Er zouden „eeuwen van racisme” werkzaam zijn.

Wellicht nemen de maatschappelijke spanningen af als gezagsdragers het politiekorps slachtofferen. Maar dat is slechts een voordeel op de korte termijn. Uiteindelijk doet deze lichtzinnigheid meer kwaad dan goed. De terugkeer ligt op de loer van de situatie die we juist achter ons hadden gelaten: de oorlog van allen tegen allen. Dat dit geen fictief scenario is of nodeloze bangmakerij zien we in de VS. In verschillende steden schieten de moordcijfers weer omhoog. Een van de oorzaken: het gebrek aan zwaardmacht, omdat politieagenten minder arrestaties verrichten. Voor je het weet slaat de vlam in de pan. Extra zuur is dat de moorden vooral worden gepleegd in zwarte wijken.

De les? De politie moet zich voldoende gedekt weten door gezagsdragers. Van alle instituties is dit degene waarop we het meest zuinig moeten zijn. Laat staan dat beleidsmakers haar mogen offeren voor politiek gewin, zoals in Keulen.