Kandidaten kennen elkaar – van de ruzies

Maar liefst vier kandidaten lopen zich warm voor de voorzittersstoel van de Tweede Kamer. Vrienden zijn het in elk geval niet.

PVV'er Martin Bosma maakt vanwege zijn partijkleur weinig kans om tot voorzitter gekozen te worden. Foto ANP

De Vechtclub van Vier

 

Je zou de vier kandidaat-Kamervoorzitters kunnen zien als vier willekeurige Kamerleden, die toevallig allemaal diep hebben nagedacht en tot de conclusie kwamen dat juist zíj geschikt zijn als voorzitter. Dat ligt anders. Drie van de vier – Khadija Arib (PvdA), Martin Bosma (PVV), Ton Elias (VVD) – zitten al jaren samen in het presidium van de Tweede Kamer dat beter te omschrijven is als het ‘vechtpresidium’: er is voortdurend ruzie. En niet zomaar: deze drie vonden zichzelf gewoon veel beter dan de anderen en dus geschikt als voorzitter. Elias en de vierde kandidaat-voorzitter, Madeleine van Toorenburg (CDA), zaten samen in de commissie die de Fyra-afgang onderzocht en stonden bekend als de twee beste ondervragers. Tot openlijk gedoe leidde dat niet. Arib en Van Toorenburg hadden al wél een keer hevige ruzie op Twitter over een debat dat zou zijn geblokkeerd door CDA, VVD en PVV. Ze zagen bij elkaar een „lijkenmentaliteit”.  

Elias en de afgesplitsten

Het verhaal gaat dat vooral Khadija Arib vijanden zou hebben gemaakt in de Tweede Kamer. Maar vlak Ton Elias niet uit. In de Kamer weet iedereen dat juist deze VVD’er in het presidium fel tekeerging tegen de vele afsplitsingen in het parlement en steeds aandrong op maatregelen waardoor al die groepjes minder rechten zouden krijgen. Natuurlijk denken de afgesplitsten zelf daar woensdag ook aan – zo’n stem of zeven loopt hij zo goed als zeker mis. En er is een kans dat ook kleinere partijen als de SGP en de Partij voor de Dieren beducht zijn voor de dominant overkomende Elias en zijn ideeën over de versplintering in de Tweede Kamer.

Geen taboes voor Krol

Er is één eenmansfractie, met 50Plusser Henk Krol, die zijn voorkeur al bekend heeft gemaakt. Nog voordat PVV’er Bosma met zijn kandidatuur was gekomen, gaf Krol hem zijn steun. Krol doet niet aan „taboes”. „Laat de beste Kamervoorzitter winnen.” En er zou een bijkomend voordeel zijn: „Hij kan Wilders in toom houden!” Krol is lang niet de enige die Bosma een goede voorzitter zou vinden. Maar ja: hoe serieus kun je een kandidaat nemen van een partij die jou en je collega’s wegzet als „nepparlement”? 

Op zoek naar de tijdgeest

Voor Ton Elias is er een voordeel: hij is niet de eerste VVD’er die zonder steun van zijn fractie een gooi doet naar het voorzitterschap. En de vorige keer, bijna veertien jaar geleden, was dat nog succesvol ook. Toen stelde Frans Weisglas zich beschikbaar, ook al steunde zijn partij kandidaat Annemarie Jorritsma. Weisglas, die daarna van 2002 tot 2006 voorzitter was, voelde de tijdgeest goed aan. Mede dankzij de opkomst van de LPF koos het parlement voor de kandidaat die zich keerde tegen een beslissing uit de achterkamertjes. „Iedereen kan zich kandidaat stellen”, zei hij eigenwijs.