Internethandeltje onder ’t mom van vriendendienst

Deze rubriek belicht elke dinsdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Vandaag: een handeltje of een erfenis? En: wie is de baas van de Slowaken?

Foto ANP

Het was een simpel rekensommetje. Hij was eind twintig, had geen noemenswaardig inkomen, en kocht vier jaar lang de ene dure Mercedes na de andere. De autoritjes door Enschede waren zelfs de politie opgevallen. Maar op de grote vraag – waar betaalt die jongen dat van? – kwam geen bevredigend antwoord. Er werd een onderzoek gestart in het kader van het Project Ongebruikelijk Bezit en de Belastingdienst werd ingeschakeld.

Zeven Mercedessen en één Volkswagen bleek de jongen tussen 2010 en 2014 te hebben aangeschaft, voor tezamen bijna 105.000 euro. Hij betaalde contant en stortte ook nog eens ruim 7.000 euro op zijn bankrekening.

De belastinginspecteur leidt uit de bankafschriften af dat de jongen een goed lopend handeltje heeft via internet. Hij verkoopt diverse spullen – in vier jaar tijd 554 transacties – en maakt kosten voor advertenties en verzending. Het levert hem naar schatting bijna 32.000 euro op.

Contante betalingen en stortingen hierbij opgeteld, ligt het belastbaar inkomen ver boven het bedrag dat hij zelf in die jaren heeft opgegeven. Zijn inkomen uit loon en uitkering lag gemiddeld rond de 6.500 euro per jaar.

De Belastingdienst komt met een navordering plus een boete van 50 procent van het nagevorderde bedrag. Geheel onterecht, vindt de jongen, die voor de rechtbank Gelderland verklaart dat hij de auto’s heeft betaald uit de erfenis van zijn overleden vader. En zijn internethandeltje was geen handeltje, maar een vriendendienst. De spullen waren van vrienden, hij hielp slechts met de verkoop.

De rechtbank gelooft er niets van. Elf dezelfde producten verkopen in tien dagen duidt volgens de rechter op „handelsactiviteiten van substantiële en structurele aard”, die in de aangifte verantwoord hadden moeten worden.