‘Ik dacht dat ik op mijn dertigste dood zou zijn’

kwam er pas in de jaren zeventig achter wie hij zelf was, zei hij in 1996 tegen Karel van de Graaf. Een bloemlezing uit gesprekken met de artiest die zichzelf vaak minder serieus nam dan anderen deden.

David Bowie in 1995, Foto Gavin Evans/Corbis Outline

Herinnering

„Er was een religieus muziekstuk dat altijd op zondag op de radio te horen was, het heette ‘O for the Wings of a Dove’. Ik moet een jaar of zes geweest zijn. Niet zo lang daarna hoorde ik ‘Inch-Worm’ van Danny Kaye. Dat waren de eerste twee muziekstukken die indruk op me maakten. Ze hebben dezelfde soort bedroefdheid. Om een of andere reden voelde ik die echt.” (The Rolling Stone, 2003)

Kameleon

„Ik ben iemand die het voorkomen van anderen kan aannemen, ik kan in een paar seconden iemands accent nadoen. Ik ben een verzamelaar van persoonlijkheden.” (The Dick Cavett Show, 1974)

„Ik ging zover dat ik niet meer wist waar de grens lag. Waar de podiumpersonages ophielden en mijn absolute zelf begon. Daar kwam ik pas eind jaren zeventig mee in het reine. Toen kwam ik erachter wie ik zelf was.” (Talkshow Karel, 1996)

Glamrock

„Al met al was glamrock natuurlijk heel vermakelijk. Eerst was het grappig, een paar jaar later begon het er een beetje serieus en waarschuwend uit te zien. Veel postmodernistische juxtaposities en ‘gewichtige’ geheimtaal – dat soort gebeuzel. Nu? Nou ja, nu is het weer gewoon grappig, hoewel nog wel met een zekere prestige. Ik heb nog steeds enorm veel lol als ik eraan terugdenk hoeveel simpele zielen zich ertoe lieten overhalen om in glanspanty’s door de stad te paraderen, omdat ze zich door wijsneuzen als ik hadden laten wijsmaken dat een vleugje rouge een echte meidenmagneet was.” (Uit het voorwoord van het boek Blood and Glitter van Mick Rock, 2001)

Twee uitersten

„Als ik terugkijk naar de tijd dat ik rond te twintig was, zie ik dat jongeren leven tussen twee uitersten: in korte tijd alles meemaken en leven voor de eeuwigheid. Daar zwalken ze steeds tussenin. In die tijd hing er een romantische waas rond the crazed en mensen die mentaal instabiel waren. Omdat ze anders waren. Het idee dat je een andere werkelijkheid kunt observeren en eraan kunt deelnemen is voor sommige jongeren heel aantrekkelijk.

„Als je een artiest bent, hoort dat er een beetje bij. En je denkt zelf ook dat je als artiest een beetje gek moet zijn. In mijn familie kwam die mentale instabiliteit wel voor, en ik was bezorgd dat ik er misschien ook last van zou krijgen. En toen ik in de jaren zeventig ook nog drugs ging gebruiken, werd het alleen maar erger.

Dat is niet iets waar ik me nu nog mee bezighoud. Ik voel me vrij stabiel.” (Talkshow Karel, 1996)

Religie

„Ik geloof in een bepaalde energie. Ik zou er geen naam aan willen geven. Als ik iets aanbidt, is het het leven, very much indeed.” (The Dick Cavett Show, 1974)

„Als kind krijg je normen mee. Je gaat naar een bepaalde kerk, denkt op een bepaalde manier. Als je een beetje fantasie hebt, wijk je al snel van die normen af. Je wilt in je leven zoveel mogelijk wegen kunnen onderzoeken. Wat mezelf betreft, ben ik op het punt terechtgekomen dat ik inzag dat ik overal wat van kon meepikken. Je moet niet een bepaalde weg tot waarheid verheffen. Geen mens heeft de hele waarheid in pacht, en ook een groep mensen kan niet over alles gelijk hebben. Ik pikte overal een beetje van mee. Wat boeddhisme, een beetje van dit, een beetje van dat. Dat verschafte me een basis om allerlei dingen in mijn leven te kunnen verklaren.” (Talkshow Karel, 1996)

Vaderschap

„Een paar jaar geleden, mijn zoon was toen een jaar of elf, was hij weg van de band Public Image Ltd. van Johnny Lydon. Hij wilde naar een concert in de buurt, ik zei: ‘Oké, dan gaan we erheen.’ Hij zei: ‘Oké, dan ga ik me klaarmaken.’ Dus hij liep omhoog en kwam even later naar beneden met roodgeverfd haar dat recht overeind stond. Ik zei: ‘Je denkt toch niet dat ik zo met jou over straat ga?’ Natuurlijk ben ik gegaan.

„Ik heb ook een tijd gehad dat ik me schaamde voor mijn ouders. Elke knul van zestien, zeventien doet alsof hij geen ouders heeft en vanuit het niets is verschenen, of doet of hij eigenlijk Amerikaan is. Je verzint een nieuwe achtergrond. Dat gaat wel weer over. Mijn zoon vond me weer aardig toen hij zeventien was.” (Talkshow Karel, 1996)

Huilen

„Er is een muziekstuk dat iets met me doet wat geen andere muziek doet. Het heet ‘Four Last Songs’, is geschreven door Richard Strauss en wordt voornamelijk opgevoerd door Gundula Janowitz. Dat kan me zeker tot tranen brengen.” (The Rolling Stone, 2013)

Internet

„Voordat ik het World Wide Web ontdekte, had ik het gevoel dat ik bijna alles had gezien en gedaan. Toen ik het internet zag, realiseerde ik me dat er een heel nieuw gebied was waar ik niets van wist. (…) Als ik nu aan het begin van mijn carrière stond, zou ik misschien meer geïnteresseerd zijn in het web, dan in muziek. Het is absoluut een nieuwe manier van communiceren. Voor mij ging muziek niet alleen over muzikant worden. Het ging over wat je met muziek kon doen, hoe je het kon buigen en ronddraaien. Als ik nu met muziek zou beginnen, zou ik naar rock kijken en denken dat het een vastgelopen traditioneel format is. Het internet is wat er morgen gaat gebeuren.” (The Guardian, 1999)

Reislust

„Ik reis bijna het hele jaar, dat wil zeggen, als ik niet in de studio met het opnemen van platen bezig ben. Maar dat kost mij niet al te veel tijd. Ik werk snel en gemakkelijk, ben een toegewijd werker. Ik ben ambitieus in mijn werk en heb er toch een enorm plezier in. Het is de vervulling van een soort droom: echt compleet gelukkig te kunnen zijn met wat je doet, met je werk. In december ga ik weer een nieuwe plaat opnemen, het is veel ja, het wordt mijn derde dit jaar, nog afgezien van de twee albums die ik met Iggy maakte. Maar tussendoor is er tijd genoeg om te reizen en er zijn voor mij nog heel wat landen te zien.” (Vrij Nederland, 1977)

Wraak

„Ik had ooit het poëtische jeugdige idee dat ik dood zou zijn op mijn dertigste. Dat denken alle artiesten; als ik dertig ben, ben ik dood. Maar daar kom je dan voorbij, en ineens ben je veertig en vijftig en 57. En weet je, dat is een nieuw land! Ik ben een pionier, ik verken het landschap op zoek naar wat het betekent om een rock-’n- roller te zijn van 57. Maar mijn wraak is, al die bandjes onder mij, die roepen dat ik zo oud ben, die denken stiekem: goed opletten hoe hij het doet, want dit krijg ik ook!” (Parkinson op BBC 1, 2003)

Looprek

„Ik geniet weer van optreden, meer dan ik in jaren heb gedaan. En ik probeer er wat van de te maken, zolang het nog kan. Voordat ik mijn looprek tevoorschijn haal. Maar ook dan zal ik nog moeilijk te stoppen zijn. Ik word een lastige oude man die op zijn negentigste nog space songs zingt.” (Talkshow Karel, 1996)