Nederlandse boeren hebben veel te veel fosfaat in hun mest

Nederlandse boeren hebben te veel fosfaat in hun mest. De Europese Commissie kan ze hierom flink straffen.

De eerste koeientuin van Nederland, in Groenlo, waar een mestrobot de hele dag aan het opruimen is. Foto Marcel van den Bergh

Voor het eerst in vijf jaar is de hoeveelheid fosfaat in mest uitgestegen boven het fosfaatplafond van 172,9 miljoen kilo dat met de EU is afgesproken. De productie bedroeg vorig jaar 176,3 miljoen kilo fosfaat, meldde het CBS maandag. Dat is 4,6 miljoen kilo meer dan in 2014.

 

1. Verbazen deze cijfers?

Nee. De laatste jaren is het aantal koeien, varkens en kippen in Nederland toegenomen. De stijging van de fosfaatproductie komt vooral voor rekening van de melkveehouderij. Die heeft in de jaren voorafgaand aan het verdwijnen van het melkquotum, op 1 april 2015, de productie opgeschroefd. Er kwamen vorig jaar nog eens 50.000 melkkoeien en 38.000 stuks jongvee bij. Hierdoor steeg de fosfaatproductie van melkvee met 2,8 miljoen kilo. Nederland kreeg er in 2015 ook 3 miljoen kippen bij, waardoor de fosfaatproductie toenam met 1,1 miljoen kilo.

Lees ook: Wonen er in jouw gemeente ook meer dieren dan mensen?

2. Waarom een fosfaatplafond?

De mest die koeien produceren bevat fosfaat die deels in de bodem en het grondwater terecht komt. Dat is schadelijk voor het milieu. Maar Nederland is het enige Europese land met een fosfaatplafond (wel hebben België en Ierland iets vergelijkbaars). In het kader van de Europese nitraatrichtlijn is elke lidstaat verplicht zijn fosfaatproductie te beperken.

Kijk hier hoeveel een koe mag uitstoten:

Nederland heeft een plafond afgesproken, dat gelijk is aan de fosfaatproductie in 2002, in ruil voor zogeheten derogatie. Die houdt in dat men in Nederland 250 kilo stikstof aan mest mag uitrijden per hectare grasland, in plaats van 170 kilo per hectare. 

3. Wat zijn de gevolgen van de fosfaatoverschrijding?

Dat is nog niet duidelijk. Het kabinet vreest dat de derogatie wordt ingetrokken, zei staatssecretaris van Economische Zaken Martijn van Dam in december. De kosten van het verlies van de derogatie voor de sector worden geraamd op 100 miljoen euro. De melkveestapel zou met minstens een kwart moeten krimpen, wat het einde zou betekenen voor duizenden bedrijven. Dat de Europese Commissie zal optreden, is niet ondenkbaar. De Commissie voert momenteel procedures tegen acht andere lidstaten, waaronder Frankrijk en Duitsland, wegens het niet voldoen aan de nitraatrichtlijn. „De Nederlandse autoriteiten hebben de Commissie niet geïnformeerd over problemen met het fosfaatplafond”, zei een woordvoerder van de Commissie maandag tegen deze krant. Waarschijnlijk wacht de Nederlandse regering op de definitieve cijfers van het CBS, die in juni zullen verschijnen. De regering verwacht overigens weinig verschil met de prognose van maandag, aldus een woordvoerder.

4.  Hoe gaat de regering de fosfaatproductie beteugelen?

Op 2 juli vorig jaar kondigde toenmalig staatssecretaris Sharon Dijksma de invoering van fosfaatrechten aan. Boeren zouden niet meer fosfaat mogen produceren dan op de peildatum, dezelfde 2 juli. Maar die maatregel blijkt dus onvoldoende. Afromen van de fosfaatrechten is noodzakelijk, zei Dijksma’s opvolger, Martijn van Dam, vorige maand in de Tweede Kamer. Hoeveel procent van de fosfaatproductie moet worden ingeleverd, is echter nog onduidelijk. Net als het antwoord op de vraag wie er moet inleveren. Gaat het afromen met de kaasschaaf en krijgt elke boer minder fosfaatrechten, of wordt vooral de intensieve melkveehouderij – hoofdverantwoordelijke – aangepakt? Het ministerie spreekt daar momenteel over met de sector. De definitieve invulling van het nieuwe systeem van fosfaatrechten wordt volgende maand verwacht. Het is al wel zeker dat fosfaatrechten verhandelbaar worden. Zij kunnen worden verkocht door melkveehouders onderling, maar niet door varkensboeren aan melkveehouders.

Als boeren willen uitbreiden zonder extra fosfaatrechten te kopen, kunnen ze hun dieren voer geven dat leidt tot minder milieubelastende mest. Meer grond kopen om mest op uit te rijden, of mest verkopen, of vergisten tot biogas verandert niets aan de fosfaatrechten per bedrijf. Die zijn gebaseerd op het aantal dieren en de fosfaatuitstoot per dier.

5. Wat vinden de boeren ervan?

Melkveevoorman Kees Romijn van land- en tuinbouworganisatie LTO noemde 1 april, toen het melkquotum werd afgeschaft, destijds „D-day” tegen NRC. Nu is hij minder opgetogen. Door de nieuwe fosfaatmaatregel „begint het weer heel erg te knellen”. Volgens Romijn is mest in Nederland geen milieuprobleem, omdat Nederlands grasland veel mest verbruikt en omdat er veel mest verkocht wordt aan omringende landen. Hij vindt het oneerlijk dat de verwerking van mest geen rol speelt bij het uitdelen van fosfaatrechten. En hij vindt het „frustrerend” dat de sector nog steeds niet weet hoe het systeem van fosfaatrechten er precies uit gaat zien. Romijn vreest dat het mestquotum voor boeren maar een klein beetje beter is dan het melkquotum.