Havenga gaf ze hun vrijheid terug

De bondscoach van de Nederlandse waterpolovrouwen, actief op het EK in Belgrado, heeft een Rotterdamse mentaliteit. „Rechttoe rechtaan.”

Met de komst van Havenga keerde niet alleen de creativiteit bij de waterpolosters terug, ook het plezier. Foto’s Merlin Daleman

Een bulderende lach rolt door het warme zwembad in de koude bossen van Zeist. Arno Havenga slaat zijn lange arm om de schouders van een van zijn speelsters. Legt nog eens uit wat hij bedoelde. En vraagt of het een beetje ging, die training. Vrolijk, warm, energiek, toegankelijk: als een bezorgde vader voor zijn schare dochters.

Met zijn 1,95 meter en die uitbundige uitstraling is bondscoach Havenga niet te missen in het trainingsbad van de nationale waterpoloploegen, diep weggestopt op het KNVB Sportcentrum.

„Die vrolijkheid is niet gespeeld”, zegt jeugdvriend en mentor Robin van Galen, nu bondscoach van de mannen. „Arno is een positieve gozer, hij heeft veel vrienden.”

Havenga viert een bijzonder jubileum: tien jaar geleden, hij speelde nog, werd hij op verzoek van toenmalig bondscoach Van Galen manager van de vrouwenploeg. Samen schreven ze historie op de Olympische Spelen van 2008, het mirakel van Beijing. Na zijn bijrollen, hij was ook assistent-coach, werd Havenga twee jaar geleden zelf de baas. Met het verrassende WK-zilver, afgelopen zomer in het Russische Kazan, leverde hij een nieuwe generatie af aan de wereldtop. „Arno is heel charismatisch, maar ook iemand die het heel erg belangrijk vindt dat iedereen zich goed voelt”, zegt aanvoerster Yasemin Smit. Ze kent hem van haver tot gort, als laatst overgebleven Beijing-ganger.

Havenga groeide in zijn lange loopbaan uit tot een van de iconen van de Nederlandse waterpolowereld. Van Galen zag hem komen, als jochie van tien. Als junioren speelden ze beiden voor de waterpolovereniging Rotterdam, beter bekend als ‘de R’. „Arno was heel getalenteerd als speler”, zegt Van Galen. „En hij had een machtig wapen: zijn linkerarm. Linkshandigen heb je niet zoveel in het waterpolo.”

Samen naar Feyenoord

Naast hun sport delen de twee een passie die ten minste zo diep zit: Feyenoord. „We gingen heel vaak samen naar de Kuip”, vertelt Van Galen. Stonden ze als tieners samen op Vak S, de fanatieke aanhang op de staanplaatsen achter het doel. „We gingen ook naar uitwedstrijden. Samen naar Ajax-Feyenoord, in het Olympisch stadion. In Amsterdam moesten we alle Feyenoordvaantjes in mijn auto verbergen. Sjaaltje onder je jas wegstoppen, en zo het stadion binnen. Dat kon toen nog. Feyenoord bond ons, Rotterdam bond ons. We gingen veel op stap.”

Ook de Rotterdamse mentaliteit zien kenners terug bij hem. „Arno is rechttoe rechtaan. Houdt van hard werken”, weet Van Galen. „Hij is een van de weinige echt oprechte mensen die ik ken”, zegt Ron van der Wild, coach van het Alphense AZC. „Echt een heerlijk mens, een geweldige ambassadeur voor het waterpolo.”

Van der Wild leerde Havenga kennen als jongetje van vijf, ook in Rotterdam. „Mijn vader heeft hem nog getraind. Als kind had Arno al een echte winnaarsmentaliteit. Hij kon gewoon huilen als hij verloor.”

Het bracht hem als speler via ZPB uit Barendrecht naar de absolute Europese top, bij Olympic Nice. Met Nederland, destijds rond de top-tien van de wereld, kwam hij uit op de Spelen van Atlanta (1996) en Sydney (2000). „Een heel creatieve speler”, zegt oud-international Hans Nieuwenburg. „Hij werd gekozen in het team van de beste Europese spelers. Geen speler die zich verstopte. Dat zie je nu bij hem als coach ook: hij moedigt zijn speelsters aan om acties te maken. Je mag fouten maken bij hem.”

Die ervaring als speler op het hoogste niveau bracht Van Galen ertoe zijn oude makker in 2006 te vragen als manager bij de vrouwen, op weg naar Beijing. „Hij bracht op technisch en tactisch gebied heel veel mee”, zegt Van Galen. „Ik zit veel op de grote lijnen, de structuur – Arno op de details. Dat zie je in het voetbal ook: trainers als Louis van Gaal zetten ook ex-spelers om zich heen die op de details letten.”

In die rol had Havenga een aanzienlijk aandeel in het succes van Beijing. Maar onder de Italiaan Mauro Maugeri braken vijf magere jaren aan. „Enerverende jaren”, zegt Havenga liever. Geen kwaad woord over de emotionele Siciliaan, met wie hij bevriend raakte. Havenga was onder de indruk van diens enorme vakkennis, maar de resultaten vielen bitter tegen. Want hoeveel tactische kennis hij ook bezat, Maugeri ontbeerde de kunst het over te brengen, met zijn autoritaire aanpak en zijn soms onnavolgbare steenkolenengels.

De trotse kampioen van Beijing zag de Olympische Spelen van Londen (2012) jammerlijk aan zich voorbijgaan. „Als je midden in dat proces zit denk je: het gaat goed, we gaan medailles winnen”, zei Havenga afgelopen zomer in Kazan over die periode.

Hij had vooral een rol als vertrouwenspersoon tussen Maugeri en de speelsters. Toch viel het Havenga oprecht zwaar dat hij in 2013 afscheid moest nemen van de Italiaanse vakman. Achteraf bleek het niettemin een juiste zet, want het tij keerde snel. Waar Maugeri de groep beknelde door tot op de meter nauwkeurig te bepalen hoe iedereen moest zwemmen, gaf Havenga de speelsters hun vrijheid en verantwoordelijkheid terug. De door de Italiaan verfoeide democratische Nederlandse instelling („Jullie lullen te veel, je moet poloën”) van Havenga werkte veel beter: niet alleen keerde de creativiteit terug, ook het plezier. „De afgelopen twee jaar is het echt weer heel erg leuk”, zegt Smit (31), die ruim driehonderd interlands speelde in veertien jaar. „Van heel erg precies en tactisch zijn we naar een meer menselijke aanpak gegaan. Arno is een mensenmens, daar voel ik mij prettiger bij. Hij wil dat wij er ook achter staan.”

Een knuffel voor iedereen

De eindverantwoordelijkheid ging Havenga niet direct makkelijk af. Aanvoerster Smit: „Als hoofdcoach moet je wat strakker zijn, moeilijke beslissingen nemen. Dat kan hij wel, het heeft niet zijn voorkeur. Hij houdt ervan om aardig gevonden te worden, iedereen een knuffel te geven.”

Dat maakt hem geliefd onder zijn meiden, ook de jongeren. Maud Megens (19), een van de sterren op het WK in Kazan, lacht als ze naar haar coach wordt gevraagd. „Een heel goed mens, heel begaan met iedereen. Als je met iets zit, komt hij vragen wat er aan de hand is. Of hij bemiddelt als er een probleem is tussen twee speelsters. Hij probeert een heel hechte band te creëren in het team.”

En na de wedstrijd, als alle emoties langzaam wegebben, is er altijd „een kusje op je kop”, zoals Megens het noemt. Een zoen op het voorhoofd van zijn speelsters. „Daarmee wil hij zeggen: je hebt het goed gedaan. Dan is hij trots, dat kun je heel goed aan hem zien.”

Op weg naar het grote doel, een Olympische medaille in Rio de Janeiro, zien de waterpolovrouwen op het EK in Belgrado een coach die zich heeft ontwikkeld van een ijzersterke speler tot teammanager, assistent en nu een echte „eindbaas”. Net als Van Galen heeft Havenga oog voor het groepsgevoel – alle dertien speelsters voelen zich belangrijk. „Hij is een topcoach aan het worden”, zegt Van Galen. „Dat gebeurt niet altijd met oud-topspelers. Hij heeft de goede dingen uit mijn tijd meegenomen: een goede staf, fulltime trainingsprogramma, veel wedstrijden. Maar hij heeft ook veel veranderd om het nog beter te maken: krachttrainingen, hardlopen. De ploeg is fitter. En hij gaat op andere locaties trainen, ze doen judo, worstelen, boksen. Om fris te blijven. Als Arno in Rio een medaille haalt, en dat kan echt, schaart hij zich in het rijtje topcoaches.”