Elke nieuwe Kamervoorzitter kan op serieus verzet rekenen

Vier kandidaten willen Anouchka van Miltenburg opvolgen. Aan bijna alle kandidaten kleeft de controverse.
PVV'er Martin Bosma tijdens het voorzitten van een plenair debat in de Tweede Kamer. Foto ANP / Martijn Beekman.

De Tweede Kamer snakt naar rust en degelijkheid na het chaotische Kamervoorzitterschap van Anouchka van Miltenburg (VVD). Maar gaat die er ook komen? Gezien het karakter en de achtergrond van de Kamerleden die haar willen opvolgen, lijkt dat ijdele hoop.   

Woensdag kiest het parlement een nieuwe voorzitter. Tot dit weekend leek dat een overzichtelijke tweestrijd ter worden, tussen een Kamerlid van de coalitie (PvdA’er Khadija Arib) en eentje van de oppositie (CDA’er Madeleine van Toorenburg). Maar nu ook VVD’er Ton Elias en PVV’er Martin Bosma zich hebben gemeld als aspirant-voorzitter, heeft de race een onvoorspelbare uitkomst gekregen. 

Aan bijna alle kandidaten kleeft de controverse. Zo heeft Ton Elias niet de officiële steun van zijn eigen fractie: hij kandideert zich op persoonlijke titel. Na het echec met Van Miltenburg en de vele affaires rond VVD’ers wilde zijn fractie niet met een eigen kandidaat komen. Elias is zich ervan bewust dat VVD’ers op dit moment niet bepaald de gunfactor hebben. In zijn sollicitatiebrief vraagt hij zijn collega-Kamerleden om bij hun keuze „eventuele meer ‘politieke’ overwegingen achterwege te laten.” 

De vraag is of dat werkelijk gaat gebeuren. En ook als parlementariërs zijn politieke kleur niet laten meetellen, is er een gerede kans dat Elias het niet redt: hij is weliswaar een ervaren Kamerlid met een uitstekende kennis van de procedures, maar door zijn uitgesproken, aanwezige karakter heeft hij in het parlement ook veel vijanden. Zelfs in zijn eigen fractie is Elias niet bijster geliefd, al is dat ook een gevolg van de functie die hij bekleedt: als fractiesecretaris moet hij voortdurend de plooien in de coalitie gladstrijken ten koste van de plannetjes van individuele Kamerleden. 

Niemand wil een PVV’er

Binnen anderhalf uur nadat Elias op maandag zijn ambitie bekend maakte, meldde ook Martin Bosma zich als kandidaat op rechts. Hoewel de hij al zes jaar ondervoorzitter is en in de wandelgangen geroemd wordt om de strakke en humoristische wijze waarop hij debatten leidt, lijkt hij kansloos – vanwege zijn partij.

De Kamervoorzitter moet niet alleen plenaire discussies in goede banen leiden, maar ook honderden ambtenaren aansturen en het internationale gezicht van het parlement zijn. Bijna niemand lijkt te willen dat een PVV’er tijdens het Europees voorzitterschap van Nederland namens de Kamer naar buiten treedt. Zeker niet nu Wilders die Kamer een „nepparlement” heeft genoemd. Tegelijk zijn andere partijen zich ervan bewust dat ze Wilders een cadeautje geven als ze Bosma niet kiezen als voorzitter. De PVV-leider kan zo’n afwijzing gebruiken om te zeggen: ziet u wel, we hebben een uitstekende kandidaat, maar het establishment moet ons niet. 

Iedereen behalve Arib

Rondom de kandidatuur van PvdA’er Khadija Arib hangt al wekenlang een onprettige sfeer. Voor Wilders en zijn partij is zij onacceptabel als voorzitter vanwege haar dubbele paspoort. Toen ze in 2012 voor de eerste keer kandidaat was voor het ambt – ze verloor van Van Miltenburg – zei de PVV: „Een Marokkaanse als Kamervoorzitter, dat kan echt niet”. Ze zou „niet loyaal aan Nederland” zijn. Andere partijen delen dat standpunt officieel niet, maar roddelden de afgelopen weken wel anoniem over haar „Marokkaanse accent”. De VVD zou de coalitiepartner PvdA te verstaan hebben gegeven dat zij elke kandidaat behalve Arib zouden steunen.

De PVV zal bij het debat over de verkiezing vermoedelijk opnieuw frontaal de aanval kiezen tegen Arib. Maar ironisch genoeg heeft Bosma met zijn kandidatuur haar kansen vergroot. Met drie rechtse concurrenten zou de linkse Arib als enige linkse kandidaat de tweede ronde kunnen halen – en daarna ligt alles weer open.

De enige ‘onbesproken’ kandidaat is CDA’er Van Toorenburg. Zij zit als enige aspirant-voorzitter niet in het dagelijks bestuur van de Tweede Kamer, waar de afgelopen jaren voortdurend geruzie was. Maar hoewel ze voorzitter was van de parlementaire enquêtecommissie die de Fyra onderzocht, heeft ze geen ervaring in het leiden van debatten. Als zij steun krijgt van de rest van de oppositie en een paar leden van de coalitie, is zij straks de nieuwe voorzitter. Toch beschikt de Kamer dan niet over waar het juist zo’n behoefte aan heeft: een voorzitter met ervaring in het leiden van debatten.