Eindelijk kan Heineken bierbrouwen in Birma

Heineken brouwt sinds een half jaar ook bier in Birma. Een groeimarkt, die uit de schaduw van de dictatuur kruipt.

Bottelen van Regal Seven, een van de bieren die Heineken brouwt in Birma. Foto Lynn Bo Bo / ANP

Zodra je de hobbelweg afslaat en door de poorten van de Heinekenbrouwerij rijdt, verdwijnt het chaotische Birma. De armoede blijft achter en je komt in een wereld van glinsterende vaten en kaarsrechte muren van fabrieksloodsen. Hiervandaan wil Heineken doen waar het sinds de jaren negentig op zint: Birmezen aan het Nederlandse bier krijgen.

Donald Otten staat klaar voor een rondleiding. Veiligheidsschoenen aan, oordopjes bij de hand. Otten is trots. „Wij zijn 12 juli officieel opengegaan”, zegt hij. Het klinkt als een eenvoudige en feitelijke mededeling: nieuwe brouwerij van multinational is open. Maar voor wie de geschiedenis kent, is het allesbehalve een gewoon bericht. Jarenlang zag het ernaar uit dat Birma (ook wel Myanmar) voor Heineken een mislukking zou blijven.

In 1996 was er al een brouwerij in aanbouw. Totdat Heineken besloot het project te schrappen omdat mensenrechtenorganisaties een boycot op Heineken-bier voorbereidden. Het was volgens hen fout dat Heineken een joint venture was aangegaan met Myanmar Economic Holdings, de economische tak van het leger die de junta decennialang miljarden euro’s opleverde met de handel in auto’s, teakhout, jademijnen en drugs.

Lang hield Heineken vol dat het meeviel. De Nederlandse brouwer was naar eigen zeggen vrij om beleid te bepalen en werknemers een fatsoenlijk loon te betalen. Toch leverde het project reputatieschade op.

In juli 1996 nam NRC een kijkje op de bouwplaats. Over de weg er naartoe: „Met name vrouwen en meisjes, sommigen niet ouder dan veertien jaar, sjouwen onder de verschroeiende zon met stenen en vloeibare bitumen. De wegwerkzaamheden staan onder de verantwoordelijkheid van de lokale autoriteiten, niet van Heineken”, schreef verslaggever Lolke van der Heide.

Over de brouwerij: „Van de twee bedrijfshallen staan de staketsels overeind, daartussen een aantal silo’s. Honderden Birmese arbeiders zijn onder toezicht van Filippijnse en Britse opzichters aan het werk. Op een distelveld voor het bouwterrein staan enige tientallen schamele onderkomens.”

Bijna twintig jaar later is de situatie in Birma compleet veranderd. Nobelprijswinnaar Aung San Suu Kyi won op verpletterende wijze in november de eerste vrije verkiezingen in 25 jaar. De meeste internationale sancties zijn opgeheven. Birma is niet meer gevaarlijk terrein voor buitenlandse bedrijven.

Regal Seven

Heineken heeft dit keer een samenwerkingsverband gesloten met de tycoon Aung Moe Kyaw, die niet op de Europese of Amerikaanse sanctielijsten stond en derhalve niet gerekend wordt tot de foute zakenvrienden van de junta. APB Alliance Brewery Company Limited, zoals de samenwerking heet waarvan Heineken 57 procent van de aandelen bezit, weet ook al precies met welke bieren Birma veroverd moet worden. Naast Heineken, Tiger en ABC Stout heeft Heineken een speciaal bier voor de Birmese markt ontwikkeld: Regal Seven. Het bevat een zeer lokaal product: rijst.

Dat Heineken in Birma wil zitten, is logisch. Het land zit midden in een economische hausse. Afgelopen jaar groeide de economie volgens het Internationaal Monetair Fonds met 8,5 procent. Dat is harder dan buurlanden China en India. De Washingtonse economen verwachten ook dat de groei dit jaar en komende jaren van een dergelijk niveau zal zijn. Het inkomen van de 52 miljoen Birmezen zal gemiddeld stijgen van 1.269 dollar vorig jaar naar 1.977 dollar in 2020, een toename van bijna 56 procent.

Dit bier is speciaal voor Birma bedacht:

Toenemende welvaart

Smartphones. Nieuwe auto’s. Bouwkranen. Hotelketens. Trendy winkeltjes. Alle symptomen van Aziatische vooruitgang zijn zichtbaar in de straten van Rangoon, met meer dan vijf miljoen inwoners de grootste stad van het land. Natuurlijk is het de happy few die de veranderingen het eerst merkt, maar Birma is duidelijk in beweging en het lijkt een kwestie van tijd voordat de hausse ook tot het platteland doordringt.

Het ligt voor de hand dat ook Heineken daarvan wil profiteren. Maar een professionele brouwerij bouwen naar internationale maatstaven in een land dat vijftig jaar is geplunderd door een wrede junta, is ingewikkeld. Het staatsapparaat is zwak, er zijn weinig gebaande wegen. „Je hebt veel flexibiliteit nodig”, zegt Otten. „Het is niet altijd duidelijk bij wie je moet zijn voor een vergunning. Dat kost tijd en geduld. Ook weet je niet altijd wat mag.”

Neem zwavelzuur. Heineken gebruikt het goedje om tanks te reinigen. Maar het wordt ook gebruikt bij de productie van drugs. En in Birma worden, zeker in de wetteloze grensgebieden, op aanzienlijke schaal drugs gemaakt. „Opeens is dat een probleem. Wij moesten er een vergunning voor regelen”, zegt Otten.

Vergunning is een toverwoord voor Heineken in Birma geworden, aangezien zo goed als alles, zowel voor de bouw van de fabriek als voor de productie, ingevoerd wordt. Het brouwhuis, de reusachtige ketels waar het bier in gist, komt uit India. De verpakkingslijn is van Duitse makelij. De overige apparatuur komt uit België, Duitsland en Nederland. De flessen voor het bier haalt Heineken uit China en Maleisië, de mout uit België. „Alleen het karton voor de verpakking, de rijst voor Regal Seven en het water komen uit het land zelf’, zegt Otten.

Geen coöperatie

Hoe ervaren Heineken ook is, soms gaat het mis. Zoals toen Otten inventariseerde hoe hij het best aan rijst kon komen. Hij merkte dat rijstboeren geen opslagfaciliteiten hadden, waardoor ze afhankelijk waren van tussenhandelaren die geld voorschoten en na de oogst de rijst kwamen ophalen. Otten wilde daar meer structuur in aanbrengen, zeker ook voor de boeren.

Maar toen hij het had over het opzetten van een coöperatie van rijstboeren, zag hij de blikken verstarren. „Dat was dus het verkeerde woord, dat deed denken aan het vorige regime”, zegt hij. In de eerste decennia van de junta bestierde generaal Ne Win Birma met een destructieve ideologie gebaseerd op socialisme, numerologie en astrologie. Otten: „We hebben die fout snel rechtgezet. Nu bieden wij boeren het hele jaar door een vaste prijs, zodat ze niet meer afhankelijk zijn van de tussenpersonen.”

Met een splinternieuwe fabriek en de juiste ingrediënten kom je er niet. Heineken had in Birma personeel nodig, van schoonmakers tot managers. Dat klinkt eenvoudig, maar in een land waar een aantal jaar geleden kennis, onderwijs en opleiding door de generaals als een bedreiging werden gezien, is dat niet simpel. Iedereen uit het buitenland halen, net als de ingrediënten, is geen optie. Dat zorgt voor scheve blikken in de twaalf dorpen rond de brouwerij. Voor je het weet sta je te boek als het buitenlandse bedrijf dat hier alleen maar komt om geld te verdienen.

Interne opleidingen

Het contract om de kantine te bestieren gunde Heineken daarom aan een groep vrouwen die kleine eettentjes runt in omliggende dorpen. De Birmezen in dienst van Heineken worden intern opgeleid. Otten: „Iedereen is een aantal weken naar brouwerijen in Thailand, Singapore of Vietnam gestuurd om mee te lopen met hun collega’s daar. Voor de meesten was het voor de eerste keer dat ze in het buitenland waren.”

Wat Otten niet zegt, is dat hij streng is. Als hij door de brouwerij loopt, corrigeert hij continu. Een medewerker in de bottelarij die zijn veiligheidsbril niet draagt, krijgt vriendelijk maar beslist te horen: „Wear your glasses at all times”. Van een spinneweb in de opslagloods voor mout, maakt hij een foto, om een schoonmaker er later op te wijzen. De rat – of was het een grote muis – die wegspringt achter zakken rijst ziet hij niet, maar hij gromt ontevreden als hij over het beestje hoort.

Zelfs als je alle muizen wegjaagt, is succes geen garantie in Birma. Heineken is zeker niet de enige internationale brouwer die zijn zinnen op het land zet. Het Deense Carlsberg opende er een brouwerij en het Japanse Kirin nam het belang van 55 procent in marktleider Myanmar Brewing over van het Singaporese Freaser and Neave, de vroegere partner van Heineken in Azië.

Miljoen hectoliter

De concurrentie is stevig en vooralsnog is Heineken in Birma vooral aan het investeren. De nieuwe brouwerij kostte 60 miljoen euro en volgens Otten wordt er nu al gewerkt aan verdere uitbreiding. „We hebben nu capaciteit om 220.000 hectoliter bier per jaar te brouwen. Wij willen dat over vijf jaar naar een miljoen hectoliter brengen.” Nu werken er zestig mensen in de brouwerij. Dat gaat binnenkort naar tachtig en zal op termijn verdubbelen.

Uiteindelijk investeer je nu om op lange termijn succesvol te zijn, zegt de Heineken-direceur. Otten: „Je moet hier op dit moment heel hard werken voor je volume. Het is op dit moment zeker niet de plek waar je slapend rijk wordt.”

Nadat Heineken bijna een kwart eeuw heeft moeten wachten om in Birma zonder ophef aan de slag te kunnen, neemt het concern die paar jaar langer wachten op rendement voor lief.