Dwalen in leugens en lucide dromen

De vierde roman van Jesse Ball laat zich lezen als een onderzoeksverslag over een aantal verdwijningen in Japan, maar is vooral een postmodernistisch spel .

Foto Reuters/Yuya Shino

In de letteren wordt altijd wel iets doodverklaard – waaronder de letteren zelf – en afgelopen jaren was het de beurt aan de postmoderne roman. Welke schrijver durft zich nog aan dergelijke spielerei te bezondigen in tijden van autobiografische fictie en de anti-ironie van de New Sincerity? Maar ja, dan ploft er een boek op de deurmat dat glansrijk een postmodern spel speelt, en weten we weer: wat wordt doodverklaard heeft zich hooguit in de schaduw teruggetrokken om te schuilen voor het gekrakeel.

De vierde roman van de Amerikaanse schrijver Jesse Ball (1978), Sinds het zwijgen begon, laat zich lezen als een onderzoeksverslag. Het is opgebouwd uit (gefingeerde) gesprekken met betrokkenen bij een (half-gefingeerde) Japanse verdwijningszaak, procesverslagen en de commentaren van de onderzoeker/verteller, die (niet) toevallig ook Jesse Ball heet. Er is zelfs een fotokatern.

De voorliggende zaak is bizar te noemen. Oda Sotatsu, een jonge medewerker van een import-exportbedrijf, ondertekent eind jaren zeventig een bekentenis waarin hij de schuld op zich neemt voor een reeks verdwijningen. Er is weinig wat Oda opmerkelijk maakt. ‘Veel mensen kenden hem en leefden naast hem, in zijn nabijheid – maar er was slechts een enkeling die kon zeggen dat hij enig idee had wat hij eigenlijk voor iemand was.’

Bekentenis

Heeft Oda het gedaan? Nee, zo laat Ball al direct weten. ‘Dat hij een bekentenis ondertekende van een misdaad die hij niet had gepleegd, is vreemd. Het is moeilijk te geloven. Toch zette hij daadwerkelijk zijn handtekening. Toen ik hoorde van deze gebeurtenissen, en toen ik ze nader onderzocht, kwam ik erachter dat hij hier een reden voor had, en die reden is: hij werd ertoe gedwongen door een weddenschap.’ Zelfs wanneer Oda veroordeeld wordt en de doodstraf krijgt, trekt hij zijn bekentenis niet in. Hij zwijgt tot het bittere eind.

Hiermee staat de opbouw van een standaard misdaadonderzoek al op zijn kop. Het gaat niet om de schuldvraag. Het boek vernauwt niet tot een conclusie – hoe de vork in de steel zit is uiteindelijk bijzaak – maar verwijdt zich. Wordt mistig. Zeker wanneer het meisje Jito Joo aan het woord komt, die medeplichtig is aan Oda’s penibele situatie en toch zijn geliefde wordt.

Ball verzamelt een maalstroom van perspectieven: familieleden, het tweetal dat Oda tot de weddenschap verleidde, een bewaker. Zij vormen een storm van stemmen rond het stille, ondoorgrondelijk oog dat Oda is en blijft. Maar er is nóg een laag: Ball, de verteller, niet de schrijver, is kortgeleden zelf door stilte aangeraakt, toen de vrouw met wie hij gelukkig was, ophield met spreken. Oda’s zwijgen en haar zwijgen kunnen niet los van elkaar worden gezien. Elk idee van onafhankelijk onderzoek moet dus vergeten worden, de onafhankelijk ogende vorm ten spijt.

Het is niet voor niets dat Ball zijn roman heeft opgedragen aan Kobo Abe (1924-1993), de Japanse grootmeester van het postmodernisme, en aan de katholiek Shusaku Endo (1923-1996), die in zijn beroemde Stilte ingaat op het afschuwelijke zwijgen van God, verbeeld door zee en wolkenhemel. Zelf moest ik vaak denken aan het korte verhaal ‘In een bamboebos’ van Ryunosuke Akutagawa (1892-1927), dat weer model stond voor Kurosawa’s filmklassieker Rashomon (1950). Verschillende, tegenstrijdige getuigenissen verhelderen een misdaad niet, maar maken de waarheid onkenbaar. Minako presenteert zich als de liefhebbende zus, maar broer Jiro ‘waarschuwde me voor haar. Hij zei dat ze altijd tegen Sotatsu was geweest.’ De vader van Oda zegt op zeker moment: ‘Mijn zoon was ziek. Hij is zijn hele leven ziek geweest. […] Mijn vrouw ontkent het, maar zij is niet goed wijs.’

Anderen wijzen weer op het labiele karakter van de vader of de onbetrouwbaarheid van de broer. En hoe betrouwbaar is Jito Joo? Fundamenteler: hoe betrouwbaar is Ball, die dit allemaal maar verzonnen heeft?

Moeras

De schrijver, die ‘liegen en lucide dromen’ zegt te doceren aan de School of the Art Institute of Chicago, lokt ons met Sinds het zwijgen begon de stilte van een moeras in. En hoewel ik nog steeds niet weet wat daar precies te vinden is, was het een plezier weer eens een boek te lezen dat ronduit anders durft te zijn.