Column

Doodsbed

Toen ik hoorde dat David Bowie dood was, dacht ik heel even zijn laatste twee clips te begrijpen. In de clip van ‘Blackstar’ zien we een astronautenpak op een verre planeet liggen. Een vrouw schuift de helm open en haalt er een schedel uit. Vervolgens knielt er een groep meisjes voor. Deze scènes worden afgewisseld met een dansende en zingende Bowie. Tegen het einde zweeft een onthoofd geraamte richting een verduisterde zon. De clip verscheen vlak na de aanslagen in Parijs, waardoor ik toentertijd dacht dat het over terrorisme ging.

Een paar weken later kwam de clip van ‘Lazarus’ uit, die deze interpretatie leek te bevestigen. Bowie ligt geblinddoekt op een ziekenhuisbed. Hij lijkt er de hele tijd uit op te gaan stijgen. Daarnaast zit hij aan tafel, terwijl hij als een razende schrijft. Tegenover zijn schrijfpapier ligt een schedel. Schrijven tegen het einde van de vrije meningsuiting, dacht ik. Toen ik vrijdag het hele album beluisterde, werd ik alleen maar in die mening gesterkt.

Gisterochtend kregen de clips en het album natuurlijk een andere lading. Bowie wist al anderhalf jaar dat hij ongeneeslijk ziek was. Opeens gingen de clips niet meer over terrorisme, maar over Bowies naderende dood. Ik sloeg meteen weer aan het interpreteren. Hij kruipt in ‘Lazarus’ in een kast. Met deze kennis leek het opeens een kist. Het ziekbed in de clip veranderde in een doodsbed. Niet de Westerse cultuur zat in de dodencel, maar Bowie zelf.

Toen hield ik op. Ik realiseerde me dat het niet om interpretatie ging. Natuurlijk, Bowie heeft genoeg tekens in de clips verstopt, maar belangrijker is wat je, zonder overal iets achter te zoeken, ziet. Een man die weet dat hij niet lang meer te leven heeft, danst en zingt. Met een beetje verbeelding zie je doodsangst in zijn ogen, maar ondanks alles doet hij wat hij het liefste doet: muziek maken.

Je zou de clips kunnen zien als een geheime boodschap van Bowie, een vooruitwijzing naar zijn dood. Maar ik denk dat het belangrijker is, dat hij iets doet met waar zijn leven op dat moment om draait – zijn eigen sterfelijkheid – en er kunst van maakt. In de clips zien we een man dansen en zingen, langs de afgrond van de dood. Opeens moest ik denken aan die mooie regel uit Bowies hit ‘Heroes’: ‘we could steal time, just for one day’. Ik moest lachen. Bowie heeft, voor de tijd hem van ons afnam, de tijd in deze clips, in zijn kunst, even stilgezet. Wij kunnen helden zijn. Zelfs al is het maar voor één dag. Ook al is het je laatste.