De taal van de Zuid-Koreaanse fabrieksarbeider

Een prachtig gefilmd portret van voormalige fabrieksarbeiders in Seoul en hun woorden.

Voormalige fabrieksarbeiders in Seoul. Screenshot uit 'Bikini Words'

Als de Zuid-Koreaanse fabrieksarbeiders brood en melk kregen rond etenstijd, wisten ze: vandaag werken we maar tot negen uur. Als ze voedselcoupons en drugs kregen dan wachtte hen nog een lange nacht.

De pillen om wakker te blijven noemden de fabriekswerkers ‘timing’. Hun woonomstandigheden beschrijven ze als een ‘bijenkorf’, want net als in een bijenkorf waren de slaapvertrekken benauwde ruimtes waarvan je niet zelf de deur kon openen. In de winter riskeerden de arbeiders daardoor vergassing.

In de prachtig gefilmde korte documentaire Bikini Words portretteert cinematograaf Nils Clauss de voormalige fabrieksarbeiders en hun woorden. Hij wisselt beelden van de nu oudere Zuid-Koreanen af met een mysterieuze tour door een verlaten fabriek:

Vanaf de jaren zestig maakte Zuid-Korea als een van de Aziatische Tijgers een enorme economische groei door. De geportretteerde ‘fabrieksjongens’ en ‘fabrieksmeisjes’ werkten op het grote industrieterrein in Guro, een district in het zuidwesten van de hoofdstad Seoul. Een significant deel van de Zuid-Koreaanse export in de jaren zeventig kwam van dit industrieel complex, waar veel kledingfabrieken stonden.