De lessen van David Bowie

Time takes a cigarette, puts it in your mouth... En zo is het. De tijd laat je een sigaret opsteken. Je inhaleert, je voelt dat je leeft. Maar van roken ga je dood en van leven ook. Met deze eerste strofe van zijn hartverscheurende song ‘Rock ’n’ Roll Suicide’ (1972) trof David Bowie het drama van het menselijk bestaan. Ook hij genoot tot en met het laatste trekje van de sigaret die de Tijd hem gunde. En toen was het op. Bowie is gestorven en de wereld verloor een groots en veelzijdig kunstenaar.

Hij was het zeldzame soort popmusicus van wie de fans denken dat zij behoren tot een select gezelschap. En moeten ze toegeven dat ze de enige niet zijn, dan denken ze stiekem: maar ik was er al vroeg bij, eerder dan de meeste anderen.

Al vroeg in zijn carrière werd de Britse kunstenaar beroemd als songschrijver en stage-entertainer, terwijl hij bouwde aan een oeuvre van een groeiende rij, niet zelden direct door een groot publiek geliefde, songs en doorgaans al snel legendarische albums. Aan toeval deed hij liever niet. Strak hield hij zijn artistieke expressie onder controle, plus de timing van zijn ontwikkeling.

En telkens was hij zijn tijd net een stap vooruit. Hij stoorde zich niet aan mode, hij máákte de mode. „Draag nooit een paar nieuwe schoenen waar David Bowie bij is”, zei Mick Jagger gekscherend over hem. Oftewel: Bowie herkende een trend of artistieke mogelijkheden zodra zijn oog erop viel. Hij zag de essentie, vulde die hoogst individueel aan. En lanceerde een nieuwe Bowie-persona.

Hij liet zijn oren niet hangen naar wat het publiek wilde. Hij bood wat het publiek nog niet wist dat het wilde. En dat wilde het. Of niet. Maar dat maakte niet zoveel uit. Hij herrees telkens weer. Zijn laatste creatie was zijn eigen einde. Met het album Blackstar die op zijn verjaardag verscheen. Met een theaterproductie die Lazarus heet. Hij moest gaan, dat had hij niet in de hand. Maar hij zorgde dat hij dat voor het oog van de wereld in stijl deed, en onvergetelijk.

Als Bowie één les nalaat dan is dat de lof van de koppige vernieuwing. Fans zijn erkend conservatief, maar hij liet zich nooit weerhouden. Hij voedde zijn aanhangers op tot avantgardisme.

Een daarmee samenhangende les is zijn ongeduld met heldenverering. Hij kon daar ongemakkelijk op reageren; vond het onzin.

Bowie speelde in nogal wat films. Het mooist in Merry Christmas Mr. Lawrence (als iemand die zijn principes niet verraadt), het leukst in Absolute Beginners (als enthousiaste muzikant). Het accuraatst in Basquiat (als compromisloze zonderling, Andy Warhol). Drie versies van waar hij voor stond, als kunstenaar in hart en ziel.