China probeert onrust nu via valutamarkten te sussen

De Chinese centrale bank grijpt in om de val van de yuan te stoppen. Het beleid is ambivalent en wispelturig.

Het bestaan van twee wisselkoersen laat de ambivalente Chinese houding zien over de plek van de yuan in het internationale monetaire systeem. Foto Reuters

De Chinese pogingen om de zorgen bij beleggers over de economie te sussen, verplaatsen zich naar de valutamarkten. De Chinese centrale bank heeft maandag en dinsdag op grote schaal yuans opgekocht om de koers van de Chinese munt te stutten. De officiële koers van de yuan, ook wel renminbi genoemd, steeg met 0,3 procent na een forse devaluatie van 1,5 procent in de eerste week van het jaar.

Deze laatste stap in het wispelturige beleid van de Chinese autoriteiten – gedurende 2015 lieten ze de yuan juist 4,7 procent zakken – stelde beleggers in China aanvankelijk niet gerust. De index van de beurs van Shanghai sloot maandag 5,3 procent lager, die van Shenzhen 6,6 procent. Dinsdag leek de rust te zijn weergekeerd op de aandelenbeurzen. Er waren nauwelijks bewegingen. Het Chinese pessimisme is, anders dan vorige week, ook niet overgeslagen naar westerse beurzen.

De Chinese Volksbank intervenieerde in de zogeheten ‘offshore’ markt voor de yuan. Op deze markt, die zich vooral in Hongkong bevindt, mag de yuan vrijelijk worden verhandeld. Deze koers (afkorting: CNH) mag in principe ongeremd fluctueren ten opzichte van valuta als de Amerikaanse dollar. De andere, belangrijkste en officiële koers van de yuan (CNY) is de ‘onshore’, dagelijks door de centrale bank vastgestelde wisselkoers. Hierin zijn alleen kleine fluctuaties toegestaan. Alleen Chinese instellingen mogen de onshore yuan verhandelen. De twee soorten yuan zijn onderling niet zomaar verhandelbaar.

Ambivalente Chinezen

Door de interventie, door sommige valutahandelaren als ‘agressief’ bestempeld, schoot de koers van de vrij verhandelbare yuan tegenover de dollar met 1,5 procent omhoog. Dat maakte het de autoriteiten mogelijk om ook de onshore yuan te laten stijgen met 0,3 procent. Voor de geloofwaardigheid van de Chinese centrale bank is het belangrijk dat de twee koersen niet te ver uit elkaar gaan lopen. De koers van de ‘vrije’ yuan is steeds lager komen te liggen, wat de zorgen van beleggers over de Chinese economie weerspiegelt.

Het bestaan van twee wisselkoersen laat de ambivalente Chinese houding zien over de plek van de yuan in het internationale monetaire systeem. De offshore koers (CNH) werd pas in 2010 geïntroduceerd, om de yuan een grotere rol te geven op het wereldtoneel. Al jaren streven de Chinezen ernaar dat de yuan door het IMF wordt erkend als een van de belangrijkste wereldvaluta. In december zegde het IMF toe dat de yuan per 1 oktober dit jaar in het ‘mandje’ van belangrijkste valuta (dollar, euro, pond, yen) wordt opgenomen.

Het IMF dringt erop aan dat de Chinezen ook de onshore wisselkoers van de yuan meer vrijlaten – een voorwaarde voor opname in het mandje. Maar de interventie van maandag laat zien dat de autoriteiten in Beijing de vrije markt nog niet vertrouwen.

Op de vrije markt voor de offshore yuan - in Hongkong en in geringere mate in Londen, Taipei en Singapore - bepalen valutahandelaren het spel. Zij speculeerden de laatste tijd op verdere devaluatie van de Chinese munt, wat de offshore koers fors drukte. Het verschil in koers tussen de twee yuans werd steeds groter – tot de interventie. Even schoot de offshore koers dinsdag zelfs door de onshore koers heen. De boodschap van de Volksbank is: wij, en níet beleggers, beschikken over de koers van de yuan.

Grilligheid

De Chinezen lieten de koers van de yuan de afgelopen maanden juist steeds zwakker worden, iets wat met name in andere opkomende landen de vrees heeft gewekt voor een valutaoorlog. Als de Chinese munt in waarde daalt, worden Chinese producten in het buitenland goedkoper.

De grilligheid van de Chinese valutapolitiek doet denken aan de verwarring die de autoriteiten vorige week zaaiden op de aandelenbeurzen. Een remsysteem om abrupte koersdalingen te voorkomen werd na een paar dagen alweer ingetrokken.

Op de achtergrond spelen grote twijfels over de Chinese economie. Afgelopen weekend zei Li Wei, een wetenschappelijk adviseur van de regering, dat het „heel moeilijk” zal zijn om de komende jaren meer dan 6,5 procent economische groei te halen. Dit is het officiële regeringsdoel.