China koopt yuans op om koers van munt te stutten

De Chinese centrale bank grijpt in om de val van de yuan te stoppen. Het beleid is zeer wispelturig.

De Chinese centrale bank heeft maandag op grote schaal yuans opgekocht op buitenlandse valutamarkten om de koers van de Chinese munt te stutten. De officiële koers van de yuan, ook wel renminbi genoemd, steeg met 0,33 procent na een forse devaluatie van 1,5 procent in de eerste week van het jaar.

Deze laatste stap in het wispelturige beleid van de Chinese autoriteiten – gedurende 2015 lieten ze de yuan juist 4,7 procent zakken – stelde beleggers in China niet gerust. De index van de beurs van Shanghai sloot 5,3 procent lager, die van Shenzhen 6,6 procent. Het Chinese pessimisme sloeg, anders dan vorige week, niet over naar westerse aandelenbeurzen. Die lieten nauwelijks beweging zien.

De Chinese Volksbank intervenieerde in de zogeheten ‘offshore’ markt voor de yuan. Op deze markt, die zich vooral in Hongkong bevindt, mag de yuan vrijelijk worden verhandeld. Deze koers (afkorting: CNH) mag in principe vrij fluctueren ten opzichte van valuta als de Amerikaanse dollar. De andere, belangrijkste en officiële koers van de yuan (CNY) is de ‘onshore’, dagelijks door de centrale bank vastgestelde wisselkoers. Bij deze koers zijn alleen kleine fluctuaties toegestaan. Alleen Chinese instellingen mogen de onshore yuan verhandelen. De twee soorten yuan zijn onderling niet zomaar verhandelbaar.

Door de interventie, door sommige valutahandelaren als ‘agressief’ bestempeld, schoot de koers van de vrij verhandelbare yuan tegenover de dollar met 1,45 procent omhoog. Dat maakte het de autoriteiten mogelijk om ook de onshore yuan te laten stijgen met 0,33 procent. Voor de geloofwaardigheid van de Chinese centrale bank is het belangrijk dat de twee koersen niet te ver uit elkaar gaan lopen. De koers van de ‘vrije’ yuan is steeds lager komen te liggen, wat de zorgen van beleggers over de Chinese economie weerspiegelt.

Het bestaan van twee wisselkoersen laat de ambivalente Chinese houding zien over de plek van de yuan in het internationale monetaire systeem. De offshore koers (CNH) werd pas in 2010 geïntroduceerd, om de yuan een grotere rol te geven op het wereldtoneel. Al jaren streven de Chinezen ernaar dat de yuan door het IMF wordt erkend als een van de belangrijkste wereldvaluta. In december zegde het IMF toe dat de yuan per 1 oktober dit jaar in het ‘mandje’ van belangrijkste valuta (dollar, euro, pond, yen) wordt opgenomen.

Het IMF dringt erop aan dat de Chinezen ook de onshore wisselkoers van de yuan meer vrijlaten – een voorwaarde voor opname in het mandje. Maar de interventie van maandag laat zien dat de autoriteiten in Beijing de vrije markt nog niet vertrouwen.

De grilligheid van de Chinese valutapolitiek doet denken aan de verwarring die de Chinese autoriteiten vorige week zaaiden op de aandelenbeurzen. Eerst voerden ze een noodremsysteem in om abrupte koersdalingen te voorkomen. Omdat dit systeem averechts bleek te werken, werd het na een paar dagen al ingetrokken.