Bijna alle burgemeesters zijn man en wit

Vrouwen of allochtonen met een ambtsketen zijn er nauwelijks. De Nederlandse burgemeesters lijken allemaal op elkaar: blanke middelbare mannen.

Burgemeesters Ahmed Aboutaleb (Rotterdam), Jan van Zanen (Utrecht), Eberhard van der Laan (Amsterdam) en Jozias van Aartsen (Den Haag) in cultureel centrum de Rode Hoed in Amsterdam. Foto: ANP/ Freek van den Bergh

De demografische ontwikkelingen van Nederland lijken welhaast voorbij te gaan aan de 390 burgemeesters die het land telt. Het blijven veelal blanke mannen van middelbare leeftijd die lid zijn van de PvdA, VVD of CDA. „Het lukt maar niet om meer diversiteit in het burgemeesterskorps te krijgen”, concludeert het Nederlands Genootschap van Burgemeesters (NGB) op basis van eigen gegevens.

Zo heeft het „kwartet” allochtone burgemeesters „al jaren geen aanvulling gekregen”. Het percentage vrouwelijke burgemeesters ligt al jaren rond de 20 procent. Hun aantal „stijgt slechts in zeer geringe mate”. Onderzoek van de universiteit Tilburg toont bovendien aan dat het percentage vrouwelijke burgemeesters negatief samenhangt met de omvang van een gemeente: hoe groter, hoe minder vrouwen.

Hoogleraar lokaal en regionaal bestuur Klaartje Peters (Maastricht University) is niet verbaasd. „Veranderingen in de samenstelling van deze groep gaan ontzéttend langzaam. En zelfs dat is positief geformuleerd want het veronderstelt dat de diversiteit is toegenomen en verder zal voortgaan. Je kunt je oprecht afvragen of dat zal gebeuren.”

Honderd burgemeesters – vooral mannen – knippen een lint bij een opening in de  Efteling in Kaatsheuvel. Foto: ANP/Ruud Verhalle

Homogeniteit

Is die homogeniteit een probleem? „Ja!”, zegt oud-minister van Binnenlandse Zaken Guusje ter Horst (PvdA), die zelf van 2001 tot 2007 burgemeester was van Nijmegen. „Het burgemeestersvak heeft veel relationele aspecten die traditioneel gezien beter worden beheerst door vrouwen dan door mannen. Dus er wordt enorm veel talent gemist.”

Hoogleraar innovatie en regionaal bestuur Marcel Boogers (Universiteit Twente) wijst op het representatieve aspect. „Het is goed als burgemeesters een betere afspiegeling zouden vormen van de samenleving. Mensen moeten zich kunnen identificeren met bestuurders.” Boogers benadrukt ook de voorbeeldfunctie die de „steeds zichtbaardere” burgemeesters hebben. „Neem Ahmed Aboutaleb. Die is meer dan alleen burgemeester van Rotterdam.” Peters: „Hij is de verbeelding van een droom voor groepen jongeren in heel Nederland. En zelfs daarbuiten. De waarde daarvan is niet te onderschatten.”

Dat Aboutaleb voorzitter is van een verder volledig mannelijk en blank college – bepaald geen uitzondering in Nederland – wil Peters niet onvermeld laten.

„In een echt diverse stad als Rotterdam is dat gek.”

CDA, VVD, PvdA

Zoals demografische ontwikkelingen het burgemeesterskorps vrijwel onberoerd laten, zo is de politieke herkomst van burgemeesters (gemiddelde leeftijd: ruim 57 jaar) zelfs helemaal niet onderhevig aan de heftige electorale wisselingen sinds Pim Fortuyn. De coalitiepartijen VVD en PvdA mogen in de opiniepeilingen dan al tijden op zwaar verlies staan, in 2015 waren ze wederom de hofleveranciers van nieuwe burgemeesters.

Onder de 38 burgemeesters die vorig jaar werden benoemd, zaten 12 PvdA’ers en 10 VVD’ers. 10 anderen zijn CDA-lid. Daarmee was 84 procent van de nieuwe burgemeesters lid van één van de drie klassieke ‘bestuurderspartijen’. Exact gelijk aan het totale percentage van alle burgemeesters dat lid is van één van deze drie partijen. Ter vergelijking: in de Tweede Kamer bezetten VVD, PvdA en CDA 89 van de 150 zetels (59 procent). In recente peilingen is hun gezamenlijke aandeel 32 procent.

De klassieke oppositiepartijen SP en PVV, in de Kamer goed voor 27 zetels en in de peilingen zelfs voor ruim 50, ‘leverden’ afgelopen jaar daarentegen geen burgemeester. Zoals ze dat nog nooit deden. „Dat PvdA, VVD en CDA de meeste burgemeesters voortbrengen, is het gevolg van het feit dat deze partijen de afgelopen decennia Nederland hebben bestuurd”, zegt Boogers. „Daardoor beschikken ze over veel ervaren bestuurders en daarmee potentiële burgemeesters.” Want raadsleden, die bepalen wie er burgemeester wordt, willen vooral iemand met ervaring, vertelt Boogers.

„D66, en zeker GroenLinks, hebben maar weinig bestuurders die kilometers hebben gemaakt. Hun reservoir is klein.”

Burgemeesters van die smaak zijn dan ook relatief schaars. In 2015 kwamen er drie nieuwe D66’ers bij en één GroenLinkser. Van álle burgemeesters is 5 procent lid van D66, tegen 2 procent van GroenLinks. Partijloze burgemeesters zijn helemaal een uitzondering. De bekendste is Annemarie Penn, sinds vorig jaar burgemeester van Maastricht.

Ondanks pogingen om de diversiteit te laten toenemen, is Klaartje Peters somber gestemd over het effect daarvan. „Raadsleden zijn vaak ontzettend behoudend: ze kiezen bij een burgemeester voor de geijkte personen met een voor hen bekende achtergrond. Niet-politici, ook die met ruime bestuurlijke ervaring, komen er zelden tussen.” Ze is even stil.

„Nee, die opstelling zie ik niet snel veranderen. Helaas.”