brieven over keulen

Massastereotypering

In haar column Het nieuwe Duitsland (bijlage Opinie&Debat 9/01) schrijft Rosanne Hertzberger dat massa-aanrandingen al bekend waren bij „Midden-Oostencorrespondenten die zo’n massa-aanranding herkenden van het Tahrirplein.” Ik niet. Ik was erbij. Niet als correspondent, maar ik heb wel verslag gedaan via diverse kanalen. In het algemeen viel juist een gemoedelijke sfeer op. Hertzberger lijkt zich te voegen bij Bouazza en zijn observaties over ‘de’ Arabier (in dezelfde bijlage). Zeker, op het Tahrirplein vonden incidenten plaats. Door hooligans, die volgens sommigen door de overheid of een andere partij de massa in werden gestuurd; bij mijn weten niet bewezen. In elk geval was geen sprake van een massa-aanranding. Wel werden door de mensen zelf groepen georganiseerd die korte metten maakten met excessen. Bouazza en Hertzberger moeten waken voor gemakkelijke massastereotypering.

Bouazza mag het wel

Wat Wilders niet mag in NRC, is de ‘knuffelmarokkaan’ Bouazza wel toegestaan: afgeven op Arabieren en hun vermeende mentaliteit. Als het de positie van vluchtelingen niet zou bedreigen, kun je er schouderophalend aan voorbij gaan. De wandaden in Duitsland mag men belist niet relativeren; wel confronteren met andere feiten en gebeurtenissen. Als we aannemen dat het om 200 tot 400 asielzoekers ging die zich ernstig hebben misdragen in Duitsland, is dat op een instroom van een miljoen vluchtelingen minder dan 0,5 promille. Mieke van der Linden laat in haar genuanceerde bijdrage zien dat mannelijk wangedrag jegens vrouwen „van alle tijden, rangen, standen en kleur” is en dat kan men in de geschiedenis moeiteloos staven. Een willekeurige selectie: Nederlanders in de slavenhandel en in de kolonie Indië; Russische soldaten aan het eind van WOII jegens Duitse vrouwen; Japanners en de ‘troostmeisjes’; India.

Herman Willems, Amsterdam

Juda en Tamar

Mooi geschreven en interessant artikel Wat een sukkels zijn die mannen! van Hafid Bouazza. Jammer dat het misgaat waar het de kunst betreft: het genoemde schilderij van Horace Vernet heet niet Judas en Tamar, maar Juda en Tamar, en de stoer voorovergebogen Arabier is geen Arabier, maar de Jood Juda, stamvader van de gelijknamige stam Israëls. En zijn schoondochter Tamar is niet aan hem overgeleverd, maar probeert hem vermomd als prostituee te verleiden (Genesis 38:16).

Het ter illustratie gebruikte schilderij, van de Zwitserse schilder Otto Pilny, heet niet In the desert, maar Tanz in der Wüste bei Sonnenuntergang. Is het zo vanzelfsprekend dat alles en overal in het Engels moet?

Michel Didier, kunsthistoricus.

Dat is racisme

We hebben niets aan Bouazza’s pathologische haat jegens Arabieren. [...] Een verhaal dat een uitgesproken negatief stereotype neerzet van ‘de Arabische man’ als opgezwollen ‘scrotumkop’ en ‘zandneger’. Zouden dezelfde generaliserende kwaliteiten over zwarte of Joodse mensen zijn neergepend, dan zou iedereen over de auteur en de krant heen vallen. Niet zo in Nederland, daags na de massa-aanranding in Keulen.

Ook al is het nog zo intellectualistisch verpakt met literair proza, racisme – want dat zijn de uitspraken van Bouazza – is en blijft een lelijk ding. Vrij naar Erasmus: al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding. De publicatie en bovenal zeer gulle Oriëntaalse omlijsting van Bouazza’s opiniestuk is een scheve schaats en gemiste kans. De kwalificatie pathologisch die Bouazza de Arabische man aanwrijft, lijkt ons eerder passend voor zijn drang om de zelfhaat of wellicht de haat jegens zijn vaderen te projecteren op een hele bevolkingsgroep.

Wat hebben we aan Bouzza’s racistische verhandeling? Volgens ons wordt het tijd dat Nederland zijn media en intellectuelen op de vingers tikt.

In deze turbulente tijd is het een intellectueel verraad om de symptomen van deze wereldcrisis te reduceren tot het demoniseren van bevolkingsgroepen.

Gerrit-Bartus Dielissen en Shervin Nekuee, beiden socioloog